PERIODE 7
CONSUMENTENRECHT: H1 – WAAR GAAT HET CONSUMENTENRECHT OVER?
1.1 Consumentenrecht: het belang:
Als professional is het van belang om te weten dat het consumentenrecht de consument als zwakkere
partij voor, bij en na het aangaan van een (koop)overeenkomst veel bescherming biedt.
1.2 Consumentenrecht: koopovereenkomst:
wanneer een koper een overeenkomst aangaat heet dit een
consumentenkoop. Wanneer is er sprake van een consumentenkoop?
Eerst moet je weten of er sprake is van een koopovereenkomst:
overeenkomst van koop en verkoop. Artikel 7:1 BW: koop is de
overeenkomst waarbij de een zich verbindt een zaak te geven en de ander
om daarvoor een prijs in geld te betalen.
Wat is dan de definitie van ruil, want ruil is geen koop. Artikel 7:49 BW: ruil koopovereenkomst
is de overeenkomst waarbij partijen zich verbinden elkaar over en weer een zaak in de plaats van een
andere te geven.
- Koopovereenkomst totstandkoming:
Een gewone overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding – artikel 6:217 BW. Ook een
koopovereenkomst komt zo tot stand. Bij een koopovereenkomst is het niet vereist dat partijen een
prijs overeenkomen of de koopprijs betaald – artikel 7:4 BW: wanneer de koop is gesloten zonder dat
de prijs is bepaald, is de koper een redelijke prijs verschuldigd. Hierbij word gekeken naar de prijzen
die hij meestal ergens voor vraagt. Een vereiste is dus dat de aanbod en aanvaarding overeenkomen.
Het aanbod is een eenzijdige rechtshandeling, een rechtshandig en dus een aanbod kan nietig zijn. Er
moet sprake zijn van een wil en verklaring – artikel 3:33 BW. Als dit ontbreekt dan betekent dat de
rechtshandeling (het aanbod) niet rechtsgeldig is = nietig. Een koopovereenkomst kan ook
vernietigbaar zijn – artikel 3:32 jo. Artikel 1:234 lid 3 BW jo, artikel 3:49 BW.
- Koopovereenkomst vormvrij:
een koopovereenkomst met betrekking tot roerende zaken (niet-registergoederen) is vormvrij. Kan dus
mondeling of schriftelijk worden aangegaan. Sommige moeten schriftelijk, anders is het nietig – artikel
7:2 lid 1 BW. Word de vorm niet goed nagekomen – artikel 3:39 BW – nietig.
1.3 Consumentenrecht: definitie consumentenkoop:
Het grootste deel van de regels die bescherming geven bij een consumentenkoop staan in titel 1 van
boek 7 BW (kooptitel). De wetten in afdeling 1 tot en met 7 zijn dwingend recht: niet ten nadele van de
koper afweken. Iets kopen via een webshop = overeenkomst op afstand of koop op afstand.
Verkopers die bij de deur verkopen = overeenkomst buiten de verkoopruimte. De regels van de
kooptitel zijn hierop ook van toepassing.
Wanneer is er sprake van een comsumentenkoop – artikel 7:5 lid 1 sub a BW. Is er sprake van een
consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 lid 1 sub a BW, dan zijn de in titel 1 opgenomen artikelen
7:1 tot en met 7:38 BW van dwingend recht. – artikel 7:6 lid 1 BW. Hierbij zijn 4 vereiste.
1. Koopovereenkomst: Een natuurlijk persoon gaat een koopovereenkomst aan, in sommige
gevallen heeft ruil ook toepassing op een koopovereenkomst – artikel 7:50 BW.
2. Roerende zaak: De koopovereenkomst heeft betrekking op een roerende zaak. Het maakt
niet uit of het tweede hands of nieuwe zaak gaat. Onroerend zijn de grond, de niet gewonnen
delfstoffen, de met de grond verenigde beplantingen alsmede de gebouwen en werken die
duurzaam met de grond zijn verenigd – artikel 3:3 BW. Roerende zaken zijn zaken die niet
onroerend zijn – artikel 3:3 lid 2 BW. De consumentenkoopregels zijn in sommige gevallen
, ook van toepassing zonder dat er sprake is van een koopovereenkomst met betrekking tot
een zaak. Zoals bij dieren (3:2a lid 2 BW), elektriciteit, gas en warmte (7:5 lid 5 BW).
3. Privédoeleinden: Een natuurlijk persoon die handelt buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit.
Wanneer het een rechtspersoon is, is er geen sprake van consumentverkoop. Ook wanneer je
dus iets koopt voor je werk is het dus geen privédoeleinden.
4. Professionele verkoper: A koopt de roerende zaak van een verkoper die handelt in kader
van zijn handels-, bedrijfs, - ambacht of beroepsactiviteit.
- Consumentenkoop: gemengde overeenkomsten:
Artikel 7:5 lid 4 BW geeft antwoord op de vraag welke regels er van toepassing zijn bij een gemengde
overeenkomst. Uit artikel 6:215 BW volgt dat als een overeenkomst voldoet aan de omschrijving van
twee of meer door wet geregelde bijzondere soorten van overeenkomst, de hoofdregel is dan dat de
elke van die soorten gegeven bepalingen naast elkaar op de overeenkomst van toepassing zijn.
- Consumentenkoop: vermogensrechten:
Artikel 7:47 BW bepaald dat de koop die betrekking heeft op
vermogensrechten ook vallen onder de kooptitel. De koper
kan een beroep doen op de wettelijke bescherming.
- Consumentenkoop: uitzonderingen:
sluit je een overeenkomst tot het verrichten van diensten, zijn
dit niet consumentenkoop.
- Consumentenkoop: afwijking van de regels:
consumentenrecht is er voor bescherming aan te bieden. Artikel 7:6 lid 1 BW staat dat het afdeling 1
tot met 7 van titel 1 boek 7 BW sprake is van dwingend recht. Als hiervan af wordt geweken dan is
artikel 3:40 lid 2 BW relevant. De koper kan dan de afwijking terugdraaien. Is de gemaakte afspraak
waarbij van de regels met een dwingende karakter is afgewezen namelijk vernietigbaar. De rechter
moet hierbij ambtshalve toetsen: de rechter regels van Europees consumentenrecht ook toepast als
de consument daar niet om heeft gevraagd.
Uitzonderingen: artikel 7:6 lid 2 geeft uitzonderingen van het dwingend recht. Dit is tenzij de afwijking
standaard in de algemene voorwaarden is opgenomen.
1.4 Consumentenrecht: bronnen:
de belangrijkste bronnen van het consumentenrecht zijn:
o Europees verordeningen: een verordening is rechtstreeks van toepassing. Als burger van een
lidstaat kun je hier een beroep op doen.
o Europese richtlijnen: vormen een goed middel om de nationale wetten van de lidstaten te
harmoniseren. Door middel van een richtlijn wordt bepaald welke doelen binnen een bepaald
terrein op het gebied bereikt moet zijn. Europese richtlijnen werken niet rechtstreeks door
maar moeten door de wetgever worden omgezet in nationaal recht.= implementeren.
o Jurisprudentie: niet alleen de uitspraken van de nationale rechters, maar ook die van de
Europese rechters zijn van belang.
o Wetten: Boek 7 titel 1 BW is een belangrijke bron voor koopovereenkomsten. Boek 3 en 6 BW
zijn ook van belang.
BURGERLIJK PROCESRECHT: H1 – BASISBEGINSELEN EN DEELNEMERS
BURGERLIJK PROCESRECHT:
1.1 Functies burgerlijk procesrecht:
Het materiele burgerlijk recht omvat inhoudelijke rechten en
plichten (rechtsregels, rechtsverhouding, handelingen). Het
formele burgerlijk recht geeft antwoord op de vraag welke
,procedureregels van toepassing zijn. Omdat het bij het formele recht gaat over welke manier waarop
een procedure moet worden gevoerd word er ook gesproken over burgerlijk procesrecht: omvat
voorschriften en procedureregels waarmee een persoon in een civiele procedure zijn materiele
rechten en plichten kan effectueren, laten vaststellen, tot stand laten brengen, wijziging of beëindigen.
De belangrijke functies van burgerlijk procesrecht:
1. handhaven en beïnvloeden van materiele burgerlijke rechten en plichten: Het geeft
personen een bepaalde middelen om zijn burgerlijke rechten en plichten te realiseren en te
beïnvloeden. Effecturen, Vaststellen, tot stand brengen, Wijzigen, Beëindigen.
2. Voorkomen van een gerechtelijke procedure: Dit word de preventiefunctie genoemd. De
mogelijkheid die dit recht biedt zoals het zelf instellen van een vordering kunnen een
preventieve werking hebben.
3. Voorkomen van eigenrichting: het voorkomen van een oog om oog, tand om tand. Dit lukt
niet altijd.
1.2 Bronnen en algemene uitgangspunten:
de voornaamste rechtsbronnen worden hieronder genoemd. Ook zijn
landelijke procesreglementen die betrekking hebben op civiele
dagvaarding, verzoekschriften en kortgedingprocedures van belang.
- Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv):
concrete regels voor het voeren van procedure bij de burgerlijke rechter.
- Wet op rechtelijke organisaties (RO):
opgenomen hoe de rechterlijke macht in Nederland is georganiseerd. De organisaties, taken en
bevoegdheden.
- Internationale regelgeving:
Het internationale en Europese recht is op nationaal niveau niet meer weg te denken. Hieronder zijn
een paar internationale regelgeving vorderingen die relevant zijn voor het Nederlandse burgerlijke
procesrecht:
o EEX-Verordening (herschikking) / Brussel I-bis: dit is een verordening van de Europese Unie.
Deze is rechtstreeks van toepassing binnen alle lidstaten en dat algemeen verbindende kracht
heeft. Er wordt bepaald welke rechter in burgerlijke en handelszaken in Europees conflict
bevoegd is.
o EG-Bewijsverordening: samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied
van bewijsverkrijging in burgerlijke handelszaken. Doel: samenwerking verbeteren,
vereenvoudigen en bespoedigen.
o EG-Betekeningsverordening: vergemakkelijken van de betekening en kennisgeving van
stukken tussen verschillende lidstaten.
o Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele
vrijheden: Het EVRM staan regels in die gelden voor elke inwoner van verdragsstaten. Art 6
zegt dat iedereen recht heeft op eerlijk proces.
- Jurisprudentie:
veel wettelijke bepaling vragen om verder invulling of aanvulling, de rechter vult deze aan of in
gerechtelijke uitspraken.
- Algemene (rechtsbeginselen) uitgangspunten:
o Recht op rechtspraak en rechtsbijstand: - artikel 17, 18 en 112 GW. Er is een
toegangsprincipe: iedereen moet toegang hebben.
, o Onafhankelijke en onpartijdige rechter: de rechter geen verantwoording is verschuldigd aan
de overheid, collega’s van het gerechtsbestuur. En onpartijdig oordeelt zonder zich te laten
leiden door de personen van de procespartijen. Twijfelt een partij over de onpartijdigheid kunnen
zij wraken – artikel 36 Rv. Zij kan zich laten vervangen door een andere rechter, verschoning –
artikel 40 Rv.
o Hoor en wederhoor: partijen in de gelegenheid gesteld moeten worden om hun standpunten in
een zaak naar voren te brengen. – artikel 19 Rv.
o Behandeling en beslissing binnen redelijke termijn: - artikel 20 Rv.
o Openbaarheid van zitting en uitspraak: - artikel 27 lid 1 Rv. Een zitting moet openbaar
plaatsvinden, er zijn uitzonderingen: goede zeden, nationale veiligheid, minderjarige, privéleven.
Volgens artikel 29 lid 1 Rv moet de uitspraak in het openbaar plaatsvinden.
o Motiveringsbeginsel: - artikel 30 Rv. Er moet een reden zijn.
o Geen rechtsweigering en volledige beslissing: de rechter moet in alle gevallen een beslissing
geven over het geschil. Mag niet weigeren – artikel 26 Rv. De eindbeslissing moet volledig zijn –
artikel 23 Rv. (recht op rechtspraak).
o Beginsel van partijautonomie: de grondslag voor de beslissing van de rechter wordt gevormd
door de stellingen die procespartijen voorleggen. (lijdelijksheidbeginsel). – artikel 24 Rv.
o Ambtshalve aanvulling van rechtsgronden: op eigen initiatief rechtsgronden aan te vullen. –
artikel 25 Rv.
1.3 Procespartijen:
Een civiele procedure vloeit meestal voort uit een conflict tussen twee of meer partijen. Hieronder
benoemen we de partijen die betrokken kunnen zijn bij een procedure:
- Natuurlijke personen en rechtspersonen:
een natuurlijk persoon is van vlees en bloed. Rechtspersonen zijn organisaties of bedrijven die
juridisch als personen worden gezien en bepaalde rechten en plichten hebben. (gemeente, bedrijven,
verengingen). De vennootschap onder firma ne commanditaire vennootschap zijn geen natuurlijke of
rechtspersonen, maar wel bevoegd om te procederen – artikel 51 Rv.
- Vertegenwoordiging van een natuurlijk persoon:
Volgens artikel 3:32 lid 1 BW is iedere natuurlijk persoon handel bekwaam tenzij de wet anders
bepaald. Als de persoon handelingsonbekwaam is moet hij vertegenwoordigd worden door een
wettelijke vertegenwoordiger. In dit geval noemen we de formele procespartij de persoon die de
beslissing in de procedure neemt en op wiens naam het wordt gevoerd. De materiele procespartij is
degene wiens inhoudelijk belang in de zaak aan orde is.
- Vertegenwoordiging van rechtspersoon:
de rechtspersoon kan niet zelf procederen. Dus zichzelf laten verdedigen door een natuurlijk persoon.
De rechtspersoon is zowel de formele als materiele procespartij. Dit is wel zo bij faillissement, dan
wordt er een curator aangesteld.
- procederen uit groepsbelang of algemeen belang:
De eiser treedt in dit geval in de procedure op als belangenbehartiger voor collectieve belang. De
regels voor zo’n collectiviteitsactie zijn vastgelegd in artikel 3:305a tot 3:305d BW. een vereniging of
stichting een rechtsvordering instellen met doel het beschermen en belangen van andere personen.
1.4 Rechtsbijstandverleners en gerechtsdeurwaarder:
Bij het voeren van een gerechtelijke procedure heb je specialistische kennis voor nodig, daarom laten
de meeste zich bijstaan. Hieronder bespreken we ze. Rechtsbijstand is over het algemeen kostbaar.
In artikel 18 GW is het recht op rechtsbijstand vastgelegd.
- advocaat:
Een rechtsbijstandverlener die krachtens de Advocatenwet is beëdigd om procespartijen van