Polycentrische monarchieën
Niccolò Machiavelli Schreef in Il Princip wat een vorst wel en niet mag. Dit boek is in het Nederlands
vertaald als De vorst en als De heerser, en het draagt utilitarisme uit: het doel heiligt
de middelen. Dit staat ook wel bekend als consequentialistische ethiek, als
tegenovergestelde van de deontologische ethiek, die naar de aanvaardbaarheid
van daden op zich kijkt.
Wapenschild Karel V Het wapenschild van Karel V bevat heel veel verschillende
elementen. De adelaren staan voor het Heilige Roomse Rijk.
In totaal staan er in het wapenschild 17 vorstendommen die
verbonden zijn onder Karel V als opvolger van het Spaanse
rijk. Aan de linkerkant staan alle
Oostenrijkse bezittingen (21) en aan
de rechterkant alle Bourgondische
bezittingen (21). In totaal zijn er 59
verschillende wapens gekoppeld aan
Karel V. De positie van de vorst is dus
samengesteld.
Traditionele visie vorming Circa 1300 ontwikkelen zich een reeks soevereine staten. In plaats van het Heilige
staten Roomse Rijk en de unitaire kerk. Rond 1500 ontstaan er superstaten. Hierin staat
de dynastie centraal en wordt de staat geplakt op een geografisch gebied. De
nationalistische staten uit de 19 e eeuw grijpen terug naar deze
oorsprongsgeschiedenis.
Wetenschappelijke visie 1. Centralisatie en schaalvergroting anno 900 zijn er 500 losse staatjes,
eind 20e eeuw tegen 1200 nog maar 200. Het begint op een eenheid te lijken.
2. Composite character staten zijn samengesteld uit allemaal losse staatjes
en vormen niet een échte eenheid.
3. Moderne verschuiving tegen 1990 neemt het aantal staten nog verder af
en ontstaan er steeds grotere vorstendommen. Ook is er een toename in
grote samenwerkingsverbanden, zoals de EU, NAVO en VN.
Staat en oorlog In de late middeleeuwen wordt het leger steeds omvangrijker. Er ontstaan staande
Geoffrey Parker legers, huurlingen en vestingwerken. De techniek wordt daarbij steeds complexer
en duurder, dit kan alleen betaald worden door echt grote heersers. De staat neemt
hier de monopoliepositie in, en gebruikt legers zowel intern als extern.
Coercion, Capital and ‘’Oorlogen maken staten en staten maken oorlogen’’. De moderne natiestaat is een
European States staat die dwang uitoefent. Volgens zijn theorie was oorlog voeren in het
Charles Tilly premoderne Europa extreem duur, vooral door de kosten die met militaire innovatie
gepaard gingen (zoals buskruit en grote legers). Als gevolg daarvan konden alleen
staten met een voldoende hoeveelheid kapitaal en een grote bevolking het zich
veroorloven om voor hun veiligheid te betalen waardoor zij in een vijandige
omgeving konden voortbestaan.
Composite monarchy Een eenheid van vorstendommen, gekoppeld aan de overheersing van één
monarch.
- Frankrijk: Bourgondië + Bretagne
- Aragon: Aragon + Castilië + Valencia + Barcelona + Napels + etc.
- Scandinavië: Unie van Kalmar
- Heilig Roomse Rijk
Termen voor composite - Mehrfachherrschaft
monarchy - Multiple kingdoms
- Polycentric monarchies
- Dynastic agglomerate
- Personele unie
John Elliot Elliot onderscheidt twee types composite monarchies:
1. Accessory vorstendommen worden beschouwd als een juridisch
onderdeel van de eenheid. Inwoners genieten van dezelfde rechten en
wetten.
2. Aeque principaliter de vorst regeert de vorstendommen onder zijn gezag
alsof hij van ieder land de aparte vorst is. Vorstendommen behouden dus
hun eigen rechten en wetten.
Aeque principaliter Voordelen Nadelen
- Meer acceptabel voor inwoners - Structurele afwezigheid vorst
- Makkerlijkere machtsoverdracht - Diverse rollen van de vorst
, - Makkelijker te verdelen - Problematische verhouding
zusterland
- Kern – periferie tegenstelling
Integratie? Werkt alleen als de vorst in de buurt was, maar dat kost veel tijd en kan alleen bij
aansluitende landen. Integratie kon via:
1. Institutionele organisatie door de gewestelijke raad in te richten, een
gouverneur aan te stellen, buitenlanders te benoemen en een institutionele
cultuur aan te stellen.
2. Culturele patronage via religie en taal, om zo een gemeenschappelijke
identiteit te vormen.
3. Lokale elites te knuffelen via bijvoorbeeld de Orde van het Gulden Vlies en
hof-organisatie. Om zo een boven-gewestelijke adel te vormen.
Helmut Koeningsberger 1. Dominum regale heerschappij zonder de noodzaak van standen of
vertegenwoordigende vergaderingen voor het heffen van belastingen of het
uitvaardigen van wetten.
2. Dominum politicum et regale de standen of parlementen en de monarch
moesten samenwerken voor het functioneren van de monarchie.
Belang elites Gewestelijke elites waren in vorstendommen de hoekstenen die eenheid kunnen
creëren in de composite monarchies. De standenvergadering staat centraal.
Charlotte Backerra Stelt dat de oorsprong van composite monarchies bijna altijd bij huwelijken ligt.
Daarnaast stelt ze dat beslissingen van elites tijdens dynastieke crises van cruciaal
belang zijn. Ook verovering speelt een kleine rol, maar dat zie je zelden gestaag op
grote schaal.
Einde composite Men speekt zelden van uiteenvallen van composite monarchies, vooral als de
monarchies? afstanden maar klein zijn. Composite monarchies ontwikkelen zich echter naar een
unitaire structuur. Er ontstaat een financiële dominantie, door oorlog en
economische depressie, druk van buitenaf en een gemeenschappelijke vijand.
Zorgt uiteindelijk voor de opkomst van de moderne natiestaat.
Hof en hofhouding
Top-down vs. bottom-up? Het idee dat staten oorlogen maakten en oorlogen staten maakten is een
traditionele visie. Deze visie komst steeds meer ter discussie te staan.
Tegenwoordig ontstaat meer het idee dat verzoeken door middel van petities juist
deels de staat hebben gevormd. In vorm van maatregelen ten opzichte van
staatsvorming.
Historische context 1. 1468 huwelijk Karel de Stoute en Margaret of York (in Brugge).
Bourgondische hof 2. 1473 Karel de Stoute ontmoet keizer Frederik II (in Trier).
3. 1477 dood Karel de Stoute bij Nancy, Maria wordt hertogin.
Bourgondië wordt uiteindelijk niet meer echt een doorlopende geschiedenis, maar
vooral een herinnering. Maximiliaan I staat precies tussen deze herinneringscultuur
in.
Waarom is Bourgondië 1. Het kende heel veel rijkdom.
zo’n voorbeeld voor 2. De Bourgondische positie binnen Europa was erg hoog tegenover het
anderen? Heilige Roomse Rijk, Frankrijk en Engeland.
Wat was typerend voor 1. Een overwicht aan ridders en edelen de meeste hoven vormden een
het Bourgondische hof? hiërarchische pyramide.
Werner Paravicini 2. Het systeem van dienstbaarheid per termijn veel meer mensen zijn
betrokken bij het hof, maar hoeven hier niet het hele jaar te zijn.
3. Goed ontwikkelde mechanismen voor verantwoording en controle
ontwikkelde accountability en controle.
4. Sacralisering, afstand en discipline er bestaan veel verschillende
tradities door Europa heen. Zekere mate cultiveren afstand en discipline
van hertogen tegenover de monarch.
5. De omvang en pracht van het hof in verhouding is het hof heel groot met
veel geld voor vertoon en zichtbaarheid.
Wat is een hof? De uitvalsbasis van een landsheer in het plattelandsleven (het hofstelsel) of het
bestuurlijke en culturele centrum van een vorst.
Civilisatieproces en Koning manipuleert de adel via ceremonies en houdt het evenwicht tussen adel en
hoofse gezelschap burgers, en het hof en de regering. Het hof is een gouden kooi waarbij de adel
Norbert Elias voorbeeld is van een proces naar beschaafd gedrag. hofambten zijn sinecures
(staan los van de regering en besluitvorming).
Beweging, dagritme en Het hof was voor het grootste deel mannen die rondreisden. Tot in de 19 e eeuw
ordening bewogen hoven tussen seizoenen. De krimp en groei was dus niet op één vaste