Samenvatting 3.1 – Wat is democratie?
In een democratie hebben burgers invloed op de politieke besluitvorming. Dat
gebeurt omdat politici keuzes maken die voor alle burgers gelden en die gaan
over het algemeen belang, zoals zorg, onderwijs, veiligheid en infrastructuur.
Er zijn twee belangrijke vormen van democratie:
- Bij een directe democratie beslissen burgers zelf over politieke kwesties,
zoals in het oude Athene. Een modern voorbeeld hiervan is een
referendum, waarbij burgers direct stemmen over een voorstel.
- Nederland heeft een indirecte democratie: burgers kiezen
volksvertegenwoordigers die namens hen besluiten nemen. Deze vorm
heet ook een parlementaire democratie.
Kenmerken hiervan zijn onder andere:
Rechtsstaat en bescherming van grondrechten.
Machtscheiding, zodat niet één groep alle macht heeft.
Individuele vrijheid.
Vrije, eerlijke en geheime verkiezingen.
Er zijn naast regeringspartijen ook oppositiepartijen.
Persvrijheid, zodat journalisten onafhankelijk kunnen werken.
Politieke grondrechten, zoals het oprichten van partijen en
demonstreren.
Het tegenovergestelde van een democratie is een autoritair regime, waarin één
persoon, familie, partij of het militairen de macht heeft. Deze vorm heet ook een
dictatuur.
Kenmerken zijn:
Geen echte rechtsstaat en niet beschermde grondrechten.
Geen onafhankelijke rechters.
Censuur (=geen persvrijheid).
Oppositiepartijen zijn verboden.
Verkiezingsfraude, manipulatie en geweld komen vaak voor.
Er bestaan ook landen die tussen een democratie en autoritair regime inzitten,
zoals hybride regimes.
1
,Samenvatting 3.2 – Politieke stromingen
In de politiek bepalen stromingen hoe partijen denken over belangrijke vragen.
De achtergrond daarvan is een ideologie: een verzameling ideeën over wat
belangrijk is in de samenleving.
De belangrijkste politieke stromingen zijn:
1. Liberalisme
De overheid heeft een beperkte rol (rechts).
Belangrijke waarden: vrijheid en eigen verantwoordelijkheid.
Typisch liberale partijen: VVD, deels D66, Volt.
2. Sociaaldemocratie
Gebaseerd op het socialisme: streven naar meer gelijkwaardigheid en
solidariteit.
De overheid grijpt actief in om ongelijkheid te verkleinen (links).
Belangrijke waarden: gelijkwaardigheid en solidariteit.
Partijen: PvdA, GroenLinks, SP.
3. Christendemocratie
Gebaseerd op het confessionalisme (geloof), vooral het christendom.
De overheid heeft een aanvullende rol (politieke midden).
Belangrijke waarden: rentmeesterschap (goed zorgen voor de aarde) en
naastenliefde.
Partijen: CDA, CU, SGP.
Andere stromingen:
Ecologisme
Richt zich op duurzaamheid en bescherming van het milieu.
Partijen: Partij voor de Dieren, GroenLinks (deels).
Populisme
Geen echte ideologie, maar een stijl. Kan zowel links als rechts zijn.
Populisten zeggen op te komen voor ‘het volk’ en keren zich tegen de
politieke elite.
Nederlandse voorbeelden: PVV, Forum voor Democratie.
Progressief vs. conservatief
Progressief: maatschappij vooruit veranderen (bijv. milieumaatregelen,
homohuwelijk).
2
, Conservatief: tradities behouden en veranderingen langzaam invoeren.
Samenvatting 3.3 – Politieke partijen
In de samenleving bestaan verschillende soorten groepen die invloed willen
uitoefenen op de politiek: actiegroepen, belangengroepen en politieke partijen.
Actiegroepen willen één bepaald doel bereiken, zoals bescherming van natuur of
dierenwelzijn. Ze proberen aandacht te krijgen door bijvoorbeeld te
demonstreren. Zij doen niet mee aan verkiezingen, maar willen wel politieke
invloed.
Belangengroepen komen op voor de belangen van één specifieke groep, zoals
scholieren (LAKS) of automobilisten (ANWB). Ze geven voorlichting en proberen
politici te beïnvloeden via lobbyen, maar doen niet mee aan verkiezingen.
Een politieke partij bestaat uit mensen met gedeelde ideeën over hoe de
samenleving moet worden bestuurd. In tegenstelling tot actiegroepen en
belangengroepen doen politieke partijen wel mee aan verkiezingen. Ze richten
zich op het algemeen belang en niet op slechts één onderwerp, behalve one-
issuepartijen zoals de Partij voor de Dieren.
Partijen moeten de democratie respecteren; niet-democratische partijen passen
niet in Nederland.
Politieke partijen hebben in onze democratie vier belangrijke functies:
1. Samenbundeling van ideeën
Partijen maken een verkiezingsprogramma waarin ze standpunten over
allerlei onderwerpen bundelen.
2. Informeren van kiezers
Via media vertellen zij wat ze willen bereiken, waardoor burgers hun
mening kunnen vormen.
3. Participatie
Burgers kunnen lid worden of meedoen aan activiteiten van een partij.
4. Selectie van kandidaten
Partijen kiezen wie er namens hen in de gemeenteraad, Provinciale Staten,
Tweede Kamer of het Europees Parlement gaat zitten.
Partijen verschillen van elkaar op twee schalen:
van links (meer overheidsrol en gelijkheid) naar rechts (meer individuele
verantwoordelijkheid),
van progressief naar conservatief.
Politieke partijen moeten samen een representatieve afspiegeling van de
samenleving vormen. Toch zijn sommige groepen (zoals lageropgeleiden of
mensen met een migratieachtergrond) minder goed vertegenwoordigd.
3