MPS
Hoorcollege 1 - Besluitvormingsmodellen
Het centrale vertrekpunt van dit college is de vraag: hoe wordt de politieke richting
bepaald? Om dit te begrijpen, maken we gebruik van 'conceptuele modellen'. Zoals Allison
stelt, bepalen deze modellen de 'mazen van het net' waarmee we de werkelijkheid proberen
te vangen; ze bepalen waarnaar we kijken en wat we negeren.
Overzicht en indeling van besluitvormingsprocessen Het college deelt manieren om
besluitvorming te begrijpen in via zeven modellen, die elk andere aannames doen over wat
besluitvorming is, wie de spelers zijn, en waarom besluiten worden genomen:
1. Rational Policy Model: Besluitvorming is een weloverwogen, rationele keuze door
een unitaire overheid.
2. Fasenmodel: Een rationeel, opeenvolgend en cyclisch proces van agendering,
beleidsvorming en implementatie.
3. Organizational Process Model: Besluitvorming is simpelweg de geprogrammeerde
'output' (routine) van een ambtelijke machine.
4. Bureaucratic Politics Model: Besluitvorming is een politiek gevecht en een botsing
tussen persoonlijkheden en organisaties.
5. Punctuated Equilibrium Theory: Een wisselwerking tussen kalme
organisatieprocessen en explosieve, politieke besluiten.
6. Stromenmodel: Besluitvorming als de toevallige botsing (het samenkomen) van
problemen, oplossingen en politiek.
7. Rondenmodel: Een interactief spel tussen talloze spelers die samen in rondes
problemen en oplossingen definiëren.
Vergelijking van de klassiekers: 4 kernperspectieven
● 1. Perspectieven op Rationaliteit Klassieke modellen (Rational Policy Model en
Fasenmodel) gaan uit van doelrationaliteit (Zweckrationalität), waarbij
beleidsmakers heldere doelen stellen, alle opties in kaart brengen en de optimale,
meest efficiënte strategie kiezen,. De latere theorieën (zoals Allison's modellen,
Punctuated Equilibrium, en het Rondenmodel) verwerpen dit en bouwen op het
concept van Bounded Rationality (beperkte rationaliteit) van Herbert Simon,. Dit
stelt dat actoren wel rationeel willen zijn, maar cognitief (onvermogen om alles te
overzien) en praktisch (tijd en gebrek aan informatie) beperkt zijn,. Besluiten zijn
daardoor geen optimale berekeningen, maar compromissen of keuzes op basis van
heuristiek.
● 2. Interactie tussen spelers In het Rational Policy Model is er nauwelijks sprake van
interactie; de staat wordt gezien als één unitaire actor (één brein). In het
Bureaucratic Politics Model (Allison) is de interactie een politiek
onderhandelingsspel: het is "pulling and hauling" waarbij spelers met eigen doelen,
, rollen en persoonlijkheden met elkaar in conflict komen om een besluit te forceren.
Het Rondenmodel (Teisman) ziet interactie als de fundamentele kern: besluiten
komen tot stand in een netwerk waarin actoren onderling afhankelijk zijn en het
beleid het resultaat is van de wisselwerking en aanpassing tussen hun individuele
keuzes.
● 3. De rol van institutionele factoren In het Organizational Process Model zijn
instituties allesbepalend: besluiten zijn slechts het resultaat van de interne, starre
routines en Standard Operating Procedures (SOP's) van afzonderlijke
organisaties. Het Bureaucratic Politics model stelt dat institutionele kaders bepalen
wat een speler wil: "where you stand depends on where you sit" (de stoel of
functie die je bekleedt dicteert je belangen). Punctuated Equilibrium Theory (PET)
kijkt naar instituties als verdeeld in subsystemen (waar experts routinematig beleid
maken) en het macropolitieke niveau (waar de grote politieke instituties
institutionele wrijving overwinnen),,.
● 4. De temporale structuur van besluitvorming Het Fasenmodel kent een sterk
lineaire en chronologischestructuur: eerst agendering, dan beleidsvorming, dan
implementatie. Het Stromenmodel verwerpt deze volgtijdelijkheid en stelt een
gelijktijdige (horizontale) structuur voor: problemen en oplossingen bestaan
tegelijkertijd en wachten op een kortstondig moment in de tijd (een policy window)
om gekoppeld te worden. Punctuated Equilibrium Theory beschrijft de tijd als lange,
stabiele periodes van incrementele aanpassingen die sporadisch ruw verstoord
worden door snelle, ingrijpende punctuations (aardverschuivingen). Het
Rondenmodelstruktureert tijd als een reeks van rondes, die beginnen en eindigen
met de adoptie van een bepaalde combinatie van een probleemdefinitie en
oplossing, en constant door elkaar heen lopen.
Artikelen
1. Allison, G.T. (1969) - Conceptual models and the Cuban missile crisis
Dit is dé klassieker in de bestuurskunde waarin Allison aantoont dat de manier waarop we
een politieke gebeurtenis verklaren, volledig afhangt van de conceptuele 'bril' (het model) die
we opzetten. Hij past drie modellen toe op de Cubacrisis (het plaatsen en de
daaropvolgende Amerikaanse blokkade van Sovjetraketten in Cuba):
● Model I: Het Rational Policy Model: Dit model ziet de staat of de regering als één
samenhangende, unitaire actor. Acties van een staat worden verklaard als een
rationele, waardemaximaliserende keuze om een strategisch doel te bereiken.
Analysepatroon: "Als land X deze actie uitvoerde, dan moet dat een optimaal middel
zijn geweest om een specifiek doel te bereiken." Dit model zoekt altijd naar een
logisch meesterplan.
● Model II: Het Organizational Process Model: Een regering is in werkelijkheid geen
unitair brein, maar een conglomeraat van semi-feodale, deels onafhankelijke
organisaties (ministeries, legereenheden). De acties van de staat zijn simpelweg de
organisatorische output van deze groepen. Omdat organisaties complexe taken
moeten coördineren, vallen ze terug op voorgeprogrammeerde Standard Operating
Procedures (SOP's) en vaste repertoires.
Analysepatroon: Beleid van vandaag is voor 99% gelijk aan beleid van gisteren,
, omdat grote instanties niet flexibel kunnen innoveren. De specifieke aard van de
blokkade was dus geen meesterzet van president Kennedy, maar simpelweg de
manier waarop de Amerikaanse marine nu eenmaal een blokkade in de handleiding
had staan.
● Model III: Het Bureaucratic Politics Model: De staat bestaat uit individuele actoren
op top-posities (politici, generaals) die elk een eigen politiek machtsspel spelen.
Regeringsacties zijn niet gepland en geen strakke routines, maar de uitkomst van
politiek onderhandelen, marchanderen, compromissen sluiten en
miscommunicatie.
Analysepatroon: Het gedrag wordt gedreven door de uitspraak "Where you stand
depends on where you sit". Een generaal wil aanvallen omdat hij het leger
vertegenwoordigt, een diplomaat wil onderhandelen vanwege zijn departement.
Beleid is het eindresultaat van dit getouwtrek.
2. Teisman, G.R. (2000) - Models for research into decision-making processes
Teisman betoogt dat, omdat onze samenleving een netwerksamenleving (governance in
plaats van government) is geworden, de traditionele bestuurskundige modellen
tekortschieten. Hij vergelijkt drie modellen om besluitvorming te structureren (Fasen,
Stromen, Ronden) en stelt zijn eigen model voor, toegepast op de besluitvorming rondom de
Betuweroute.
● Het Fasenmodel (verticale structuur): Dit model verdeelt besluitvorming rigide en
lineair in opeenvolgende stappen: agendering, probleemdefinitie, adoptie van beleid,
en implementatie. Het focust op één centrale actor (vaak de overheid) die doelen
vaststelt en de juiste oplossingen zoekt. Teisman stelt dat dit geen goed beeld geeft
van een netwerksamenleving waar "niemand exclusief de baas is",.
● Het Stromenmodel van Kingdon (horizontale structuur): Dit model verwerpt het
fasendenken en stelt dat er drie grotendeels onafhankelijke stromen tegelijkertijd
(horizontaal) lopen: de probleemstroom, de oplossings/beleidsstroom, en de politieke
stroom,. Besluitvorming is in dit model de toevallige koppeling van deze stromen
tijdens een zogeheten policy window (een tijdelijk momentum). Het nadeel is dat het
een te grote rol aan toeval toeschrijft,.
● Het Rondenmodel (de interactieve theorie van Teisman): Dit is het antwoord op
de netwerksamenleving. Het model stelt dat er geen centraal moment van
besluitvorming is. In plaats daarvan is beleidsvorming een complexe 'kluwen' (clew)
van beslissingen, gemaakt door veel verschillende actoren die onderling afhankelijk
zijn. Een actor brengt zijn eigen probleem en (virtuele) oplossing mee. Het model
hanteert 'rondes': een ronde begint en eindigt zodra een nieuwe combinatie van een
probleem en een oplossing door meerdere actoren als referentiepunt wordt
geaccepteerd. Resultaten komen voort uit het constante schaakspel en de
netwerkinteractie tussen verschillende spelers (zoals ngo's, lokale overheden, het
Rijk, etc.).
3. True, Jones, & Baumgartner (2006/2019) - Punctuated-Equilibrium Theory (PET)
Dit artikel biedt een verklaring voor het feit dat overheidsbeleid (en budgetten) in de praktijk
vaak extreem stabiel zijn, maar soms ineens radicaal en ingrijpend veranderen.