Bijzondere contracten
Deel 1: Inleiding
HF 1: Algemeen
• Bijzondere contractenrecht als onderdeel vh vermogensrecht
o Vermogensrecht: patrimoniale (in geld waardeerbare) verhoudingen
tussen een persoon en een goed OF tussen personen onderling
▪ Bevat dus zowel zakelijke rechten als persoonlijke rechten
▪ Belangrijk deel persoonlijke rechten = verbintenissen (uit RH
voortvloeien, uit oneigenlijke contracten, uit buitencontractuele
aansprakelijkheid)
o Algemeen contractenrecht (voorwerp = regels m.b.t. verbintenissen die uit
contracten voortvloeien)
▪ V.t.p. op alle contracten, TENZIJ wet zich daartegen verzet (art.
5.13, eerste lid BW) = lex generalis
▪ Thans in boek 5 ‘verbintenissen’ van het BW (vroeger: titel III, boek
III oud BW)
o Bijzonder contractenrecht: voor welbepaalde, frequent voorkomende
types van contracten
▪ Bouwt voort op algemeen contractenrecht
▪ Lex specialis
▪ Er moet hiernaast ook rekening gehouden worden met het
consumentenrecht
• Inwerkingtreding Boeken 1 en 5 BW
o 1/1/2023
o Eerbiedigende werking (TENZIJ partijen anders overeenkomen)
▪ Enkel RH en RF na 1/1/2023
▪ DUS NIET toekomstige gevolgen RH & RF die dateren van voor
1/1/2023 OF RH en RF mbt verbintenis uit RH/RF van voor 1/1/2023
• Nieuw Boek 7 BW?
o Wetsvoorstel: 16 april 2024
o Wetsvoorstel: 20 februari 2025
o Krachtlijnen
▪ Herstructurering en integratie (met titels, zie hieronder)
- Titel 1: statuut en definities
- Titel 2: koop en ruil
- Titel 3: huur en bruiklening
- Titel 4: dienstencontracten (met aanneming)
- Titel 5: lening (aparte wet)
- Titel 6: kanscontracten (met bv. lijfrente)
1
, - Titel 7: contracten mbt geschil (dading en sekwester)
▪ Coherentie: onnodige verschillen tussen de bijzondere contracten
zoveel mogelijk reduceren of zelfs afschaffen
▪ Vereenvoudiging: schrapping van vrij veel wetsbepalingen uit het
oud BW inzake bijzonder contractenrecht (die ofwel een regel vh
gemeen contractenrecht herhalen OF van een regel vh gemeen
contractenrecht afwijken, zonder dat daarvoor een duidelijke
verantwoording is)
▪ Hervormen rekening houdend met recht vd buurlanden en in het
licht van internationale & supranationale rechtsinstrumenten
HF 2: Benoemde contracten, onbenoemde contracten en kwalificatie van
contracten
• Principe: wilsautonomie & contractvrijheid
o Contractspartijen vrij om zelf de inhoud van hun contract te bepalen
(binnen de grenzen van rechtsregels v dwingend recht & openbare orde!)
o Art. 5.3 en 5.14, tweede lid BW
o Welk contract partijen sluiten (benoemd, onbenoemd of gemengd) wordt
vastgesteld via kwalificatie (infra)
• Onderscheid tussen benoemde en onbenoemde contracten: begrip
o Benoemd contract: WEL aan specifieke wettelijke regeling onderworpen
▪ In ruime zin: alle contracten die door het (oud) BW of een andere
wet uitdrukkelijk zijn geregeld (algemeen contractenrecht heeft
residuaire werking)
- O.a. koop, ruil, kanscontracten, bewaargeving,
arbeidscontracten, kredietcontracten…
▪ In enge zin: contracten die uitdrukkelijk in het (oud) BW zijn
geregeld
▪ In 1e laag door specifieke wettelijke regels beheerst (zoals evt. door
partijen contractueel aangevuld/aangepast, wat enkel kan bij
regels v aanvullend recht), in 2e laag geldt het algemeen
verbintenissen- en contractenrecht (voor zover specifieke regels
een bepaald aspect vh contract niet regelen)
o Onbenoemd contract: NIET aan specifieke wettelijke regeling
onderworpen
▪ In ruime zin: alle contracten die aan geen enkele specifieke
wettelijke regeling, en dus enkel aan het algemeen contractenrecht
onderworpen zijn
- O.a. sponsoringcontract, verhuiscontract,
galerijcontract…
2
, ▪ In enge zin: contracten die niet uitdrukkelijk in het (oud) BW zijn
geregeld (heel wat contracten die in bijzondere wetgeving geregeld
worden, maar niet in (oud) BW)
- O.a. arbeidscontracten, kredietcontracten…
▪ Partijen bepalen in 1e laag zelf, in 2e laag gemene contractenrecht,
in 3e laag toepassing naar analogie van benoemde contracten (vb:
regels v huur toepassen op leasing), op voorwaarde dat het
onbenoemd contract een min/meer gelijksoortige
rechtsverhouding als het benoemd contract tot stand brengt
o Gemengd contract: mix tussen verschillende benoemde contracten (infra)
o Dit onderscheid = evolutief!
▪ Doorheen de tijd komen er nieuwe benoemde contracten bij,
terwijl andere benoemde contracten in onbruik raken
• Ratio achter het bestaan van benoemde contracten: 2 redenen
o Creatie van een wettelijk ‘fall back’ regime: bepaalde types contracten
komen heel frequent voor, DUS wil WG een afzonderlijke wettelijke
regeling van die contracttypes → als partijen zelf geen grondige regeling
hebben uitgewerkt in contract
▪ Meer duidelijkheid en rechtszekerheid creëren over vraag door
welke regels contracttypes precies worden beheerst &
evenwichtige regeling vd rechtsverhouding tussen
contractspartijen tot stand brengen
▪ Afzonderlijke wettelijke regeling kan verschillende doelen
nastreven:
- Interpretatieve functie: door creatie v bijzondere regels
beoogt WG voor dat contracttype de toepassing van die
regels van gemeen verbintenissen- en contractenrecht te
verduidelijken
- Complementaire functie: door creatie v bijzondere regels
beoogt WG voor dat contracttype lacunes in gemeen
verbintenissen- en contractenrecht aan te vullen (op een
wijze waarvan WG veronderstelt dat partijen die zelf
zouden overeenkomen)
- Corrigerende functie: door creatie v bijzondere regels
beoogt WG voor dat contracttype een meer evenwichtige
regeling tussen contractspartijen tot stand te brengen dan
uit het gemene verbintenissen- en contractenrecht zou
volgen
o Bescherming van zwakkere contractpartijen
▪ Voor sommige contracttypes (vb: woninghuur, consumentenkoop,
arbeidscontracten) wil de WG NIET dat partijen het contract
3
, volledig vrij kunnen regelen, omdat er bij zo’n contracten een
sterkere & zwakkere contractspartij is.
▪ Door opleggen v dwingende wetsbepalingen voor deze
contracttypes de contractvrijheid inhoudelijk beperken, om zo een
groter evenwicht in de contractvoorwaarden de bereiken.
▪ Consumentenrecht sensu lato: niet echte B2C-relatie, gewoon
tussen contractpartijen tvv een zwakke contractspartij (vb:
handelshuur, huurder is geen consument)
▪ Consumentenrecht sensu stricto: B2C-relatie (Europese invloed:
consumenten overal gelijk, zodat er geen reden is om in een ander
land te gaan kopen (vb: als in DL 10j garantie, maar in BE 1j
garantie, kans veel groter dat je in DL gaat kopen))
- Afdwingbaarheidsparadox: er zijn scherpe tanden, maar
niet altijd makkelijk om te ‘bijten’ met die rechten (vb: je
koop trui, daaraan is een defect, je dagvaardt…, je bent
minstens een jaar verder, je hebt heel wat kosten (10.000
euro) gemaakt voor gewoon een trui (200 euro))
= kosten-baten, bij goedkope producten zeer zelden
interessant
▪ Toepassingsgebied Boek VI WER (marktpraktijken +
consumentenbescherming): art. I.1 WER (algemeen)
- Consument (I.1, 2° WER): NOOIT RP!
- Onderneming (I.1, 1° WER): heel ruim geformuleerd (vb:
slager, advocaat, architect)
- Producten: goederen en diensten + OR (I.1, 4° WER)
- Goederen: lichamelijke (= zintuiglijk waarneembaar),
roerende zaken (I.1, 6° WER)!!!
- Diensten: prestaties (I.1, 5° WER)
▪ MAAR definities eigen aan boek VI (art. I.8 WER)
- 39°: onderneming (veel restrictiever geformuleerd dan
hiervoor)
- 33°: verkoopovk (iedere ovk waarbij onderneming de
eigendom v goederen aan consument overdraagt of
verbindt over te dragen en consument prijs daarvan
betaalt of verbindt te betalen, miv elke ovk die zowel
goederen als diensten betreft)
- 34°: dienstenovk
- 47°: product (miv digitale diensten en digitale inhoud)
▪ Onrechtmatige bedingen (art. 5.52 BW): geldt voor producten +
diensten (DUS geldt even goed voor verkoop van een fiets als van
een huis)
4