Volledige Samenvatting
Bachelor, Semester 2, Blok 4 — 2025-2026
College 1 t/m 7
Tentamen: 28 mei 2026, 9.00 - 11.00 uur
Hertentamen: 25 juni 2026, 9.00 - 11.00 uur
Verplichte literatuur:
A.W. Heringa, L.F.M. Verhey, W. van der Woude, Staatsrecht (14e druk, 2022)
T. Barkhuysen e.a., Bestuursrecht in het Awb-tijdperk (9e druk, 2022)
+ collegesheets (uitdrukkelijk verplichte literatuur)
,College 1 — Inleiding, Staat & Rechtsstaat
Centrale onderwerpen: wat is staatsrecht, kenmerken van een staat, grondslagen van de
Nederlandse staat (rechtsstaat, democratie, constitutionele monarchie, gedecentraliseerde
eenheidsstaat).
1.1 Wat is staatsrecht?
Staatsrecht is een onderdeel van het publiekrecht. Publiekrecht is het geheel van rechtsregels dat
betrekking heeft op de uitoefening van openbaar gezag. Onder het publiekrecht vallen: staatsrecht,
internationaal en Europees recht, bestuursrecht (uitvoering van wetten, executieve functie), fiscaal
recht en strafrecht.
Staatsrecht is het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op de organisatie van de met gezag
beklede organen en de grenzen van hun gezag. Het is het recht dat ziet op inrichting en functioneren
van de instellingen van de staat.
Basisvragen van het staatsrecht:
• Wie is bevoegd tot het stellen van regels en het nemen van besluiten?
• Waarop is die bevoegdheid gebaseerd (Grondwet, wet, andere regels)?
• Wat zijn de grenzen van een toegekende bevoegdheid?
• Welke andere normen begrenzen de uitoefening van een toegekende bevoegdheid?
• Wie ziet erop toe dat de bevoegdheden correct worden uitgevoerd?
Voorbeelden van staatsrechtelijke vragen: mag een wethouder een kattenbelasting invoeren? Mag
een minister-president een minister ontslaan? Mag een parlementariër zich ergens in het land
discriminerend uitlaten? Mag een Eerste Kamerlid zonder last en ruggespraak stemmen over een
referendumwet? Kan de staat veroordeeld worden door de rechter op verzoek van Greenpeace?
Mag de rechter met een beroep op een ongeschreven beginsel tegen de wet ingaan?
Bronnen van staatsrecht
• Het Statuut voor het Koninkrijk: regelt de organisatie van het Koninkrijk en de onderlinge
verhoudingen tussen de staten van het Koninkrijk.
• De Grondwet: regelt de inrichting en het functioneren van de Nederlandse staat (bijv. art.
81 Gw: wetten in formele zin).
• Organieke wetten: als de Grondwet bepaalt dat iets nader geregeld moet worden, zoals de
Provinciewet en de Gemeentewet (art. 132 lid Gw).
• Verdragen: EU-verdrag, vluchtelingenverdrag, EVRM, verordeningen en richtlijnen.
• Gewoonterecht: bijvoorbeeld de vertrouwensregel.
• Jurisprudentie: uitspraken en overwegingen van de rechterlijke macht.
Voorbeeld: artikel 45 Grondwet
• Lid 1 (stelt orgaan in): De ministers vormen tezamen de ministerraad.
• Lid 2 (stelt ambt in en verleent een bevoegdheid): De minister-president is voorzitter van de
ministerraad.
• Lid 3 (taakomschrijving en bevoegdheid): De ministerraad beraadslaagt en besluit over het
algemeen regeringsbeleid en bevordert de eenheid van dat beleid.
1.2 Kenmerken van een staat
Een staat is een territoriale organisatie die gezag uitoefent over een op het grondgebied
woonachtige bevolking en daartoe over machtsmiddelen beschikt. De drie kenmerken zijn dus
grondgebied, bevolking en gezag (+ machtsmiddelen). Daarnaast speelt erkenning een rol.
Grondgebied (territorium)
,Het stuk land tot aan de grens. De omvang maakt niet uit. Ook geldt: 12 mijl vanaf de kust (vroeger
3 mijl: de afstand van een kanonskogel). Nederland bestaat uit het grondgebied van Nederland
(Europese deel) + Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (tot 2017 openbaar lichaam: art. 134 GW). Het
Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit Nederland, Curaçao, Aruba en Sint Maarten: dit zijn
zelfstandige staten.
Bevolking
De bevolking wordt gevormd door mensen die daartoe behoren vanwege hun afstamming of die op
eigen verzoek de nationaliteit hebben verkregen (onderdanen). Bij gevoelens van onderlinge
verbondenheid en een gezamenlijke identiteit spreken we ook wel van een volk of natie. Het is niet
noodzakelijk dat een bevolking coherent is — binnen veel staten woont een diversiteit aan
bevolkingsgroepen.
Gezag en machtsmiddelen — soevereiniteit
De Nederlandse staat (en alle andere staten) is soeverein. Soevereiniteit kent vier benaderingen:
• Iedere staat heeft het exclusieve recht om het gezag binnen zijn staat uit te oefenen;
andere staten mogen zich niet bemoeien met binnenlandse aangelegenheden en moeten
zich onthouden van agressie (tenzij verdragsverplichtingen of dwingend volkenrecht).
• Welke autoriteit heeft het laatste woord? In Nederland is dat de grondwetgever.
• Soeverein is: geweldsmonopolie, belastingheffing, defensie, buitenlandse betrekkingen,
etc.
• Volkssoevereiniteit.
De soevereiniteit van het parlement verhindert een rechterlijk toetsingsrecht.
Erkenning
Erkenning door andere staten levert internationaalrechtelijke rechten en verplichtingen op (denk aan
toetreding tot VN, NAVO, etc.). Erkenning van een staat verschilt van erkenning van een regering.
Hier spelen politieke aspecten: waarom wordt Taiwan niet erkend? Waarom wordt Israël niet erkend
door Syrië? Niet ieder volk heeft recht op een eigen staat: zo hebben de Basken (nog) geen eigen
staat, de Friezen ook niet. Gaza is onderdeel van Palestina; sinds 2012 waarnemend niet-lidstaat in
de VN; 142 landen erkennen Palestina. Vraag: centraal gezag de facto?
Erkenning is sterk context-gebonden: tot medio 20e eeuw werden koloniën mondiaal geaccepteerd.
Dit veranderde sterk vanaf 1950. Dit leidde tot de stichting van tal van nieuwe staten die erkend
werden, maar veelal op basis van oude koloniale grenzen, niet op basis van homogeniteit (was
Indonesië ooit één land — inclusief de Molukken?).
1.3 Grondslagen van de Nederlandse staat
Statenbond, bondsstaat, eenheidsstaat
Statenbond (confederatie): staten hebben hun zelfstandigheid niet afgestaan aan een federale
regering. Op terreinen wordt wel samengewerkt (vaak defensie en buitenlandse zaken). Verdeling
van bevoegdheden in verdrag. Zwitserland is feitelijk een statenbond, en Nederland tijdens de
gouden eeuw eveneens.
Bondsstaat (federatie): staten hebben hun zelfstandigheid deels afgestaan aan een federale
regering (VS, Duitsland, België). Geen vetorecht t.a.v. wijziging grondwet en onderlinge
bevoegdheidsafbakening. Staten kunnen niet uittreden. Verdeling van bevoegdheden in grondwet.
Bij strijd tussen deelstaat en federaal recht gaat het federale recht voor. Kent een constitutionele
rechter of grondwettelijk hof, dat competentieverschillen kan beslechten tussen centrale overheid en
deelstaten.
Eenheidsstaat: concentratie van macht bij een centraal gezag (Frankrijk).
Gedecentraliseerde eenheidsstaat: centrale overheid heeft een deel van haar regelgevende en
bestuurlijke taken en bevoegdheden overgedragen aan decentrale overheden. Staatsgezag deels
op centraal en deels op decentraal niveau.
, Het Koninkrijk der Nederlanden — eigenlijk een statenbond
Bestaat uit de volgende 4 zelfstandige staten: Nederland, Curaçao, Sint-Maarten, Aruba. Nederland
bestaat uit het Europese deel en drie overzeese eilanden: Bonaire, Saba, Sint-Eustatius (art. 1, lid
2 Statuut).
De basis is het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Per 10-10-2010 ingrijpend gewijzigd
(het land Nederlandse Antillen hield toen op te bestaan). Autonomie staat in art. 41 Statuut: de
landen behartigen zelfstandig hun eigen aangelegenheden. Maar het waarborgen van rechten,
vrijheden, rechtszekerheid en deugdelijkheid van bestuur is een aangelegenheid van het Koninkrijk
(art. 43 Statuut). Dit heeft sinds 2010 tot verharding van de verhoudingen geleid.
Koninkrijksaangelegenheden zijn limitatief opgesomd in art. 3 Statuut: defensie, buitenlandse
betrekkingen, Nederlanderschap. Nederland heeft een Grondwet, de andere landen een
staatsregeling (art. 42 Statuut). Sommige zaken uit zo'n staatsregeling mogen pas na goedkeuring
van de koninkrijksregering gewijzigd worden (mensenrechten, gouverneur enz.) (art. 44 Statuut) —
beperking van constitutionele autonomie van de landen.
Organen Koninkrijk der Nederlanden
Vallen samen met de Nederlandse organen, maar worden uitgebreid met vertegenwoordiging. Die
vertegenwoordiging kan deelnemen aan de besluitvorming, maar de besluitvorming niet
tegenhouden.
• Gouverneur: enerzijds vertegenwoordiger van de Koning, anderzijds deel van de
landsregering (lastige dubbelrol).
• Raad van ministers van het Koninkrijk: Nederlandse ministerraad aangevuld met
gevolmachtigde ministers. Die laatsten dragen het standpunt van het betreffende land uit,
zijn eerder ambtenaren die instructies opvolgen, hebben stemrecht en kunnen een soort
intern beroep instellen.
• Wetgevende macht: Staten-Generaal, aangevuld met bijzondere gedelegeerden (kunnen
deelnemen, amendementen indienen, maar hebben geen stemrecht).
• Raad van State: ongewijzigd, maar beperkt zich tot advisering, aangevuld met een lid voor
elk van de overzeese landen.
Naast koninkrijksaangelegenheden wordt samengewerkt op bijv. financieel toezicht en
rechtshandhaving. Dit vereist consensus (art. 38 lid 2 Statuut). Art. 43 Statuut: lid 1 stelt dat elk land
zorgdraagt voor realisatie van mensenrechten, rechtszekerheid en goed bestuur. Lid 2 stelt dat als
dat niet goed gaat, het koninkrijk kan ingrijpen — dit gebeurt op basis van art. 51 Statuut: wanneer
een orgaan niet voorziet, kan een AmvB van rijksbestuur bepalen op welke wijze wordt voorzien.
Voorbeelden: bij Sint Maarten is ingegrepen op goed bestuur; bij Curaçao en Aruba op
overheidsfinanciën; op 3 april 2017 ingreep op Curaçao waarbij alle bevoegdheden t.a.v.
verkiezingen bij de gouverneur terechtkwamen.
De BES-eilanden (Caribisch Nederland)
Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (BES). In 2010: art. 134 GW — openbare lichamen. In 2017: nieuw
artikel 132a lid 1 — andere territoriale openbare lichamen dan provincies en gemeenten (Wet
openbare lichamen BES). Deze eilanden vallen onder het regime van de Nederlandse Grondwet.
De bestuursinrichting lijkt sterk op die van gemeenten, maar de oude namen zijn behouden.
Provincietaken worden uitgevoerd door de Rijksvertegenwoordiger (belast met bevordering van
goed bestuur). Besluiten tot benoeming van ambtenaren, de gezaghebber (burgemeester) en
eilandverordeningen behoeven goedkeuring van de Rijksvertegenwoordiger. Verantwoording aan
BZK; fungeert als verbinding tussen Den Haag en de BES-eilanden. Er is één
Rijksvertegenwoordiger. Voorbeeld ingrijpen: op Sint-Eustatius (2018) is besloten de eilandsraad te
ontbinden, eilandgedeputeerden en gezaghebber te ontslaan en een regeringscommissaris te
benoemen.
Typering Nederland
Het Nederlandse stelsel is te typeren als: