vragen is een 5.5
Algemene introductie over diversiteit:
De student kan uitleggen wat (super) diversiteit inhoudt en welke betekenis het heeft voor
professionals.
Diversiteit betekent verscheidenheid. Deze diversiteit zie je op verschillende vlakken terug
binnen de samenleving.
Superdiversiteit gaat niet alleen over de verscheidenheid aan afkomst, maar dat er een grote
diversiteit is binnen de diversiteit. Volgens Vertovec is dit een betere weergave van de
werkelijkheid op dit moment, en het feit dat deze werkelijkheid constant veranderd. Bij
superdiversiteit kijk je naar het complete plaatje.
Als professional moet je je bewust zijn van jouw eigen fundament en vanzelfsprekendheden.
Deze moet je iedere keer opnieuw bevragen zo leer je om met andere ogen te kijken naar de
sociale realiteit om ons heen. Hierbij moet je goed onthouden dat een persoon niet zijn ziekte/
opleiding/ etniciteit is. Dit is wel deel van zijn of haar identiteit. Elk persoon maakt deel uit van
verschillende gemeenschappen.
De student weet hoe G. Wekker intersecioneel-denken of kruispuntdenken uitlegt en hoe
zich dat verhoudt tot dynamisch denken, inclusiviteit, verwevenheid en gelijktijdigheid en
meervoudigheid
Dynamisch denken: je voelt je als intersectioneel denker niet echt thuis bij voorgeschreven
hokjes en vakjes op het gebied van gender, etniciteit, seksualiteit etc. Als intersectioneel denker
heb je meer behoefte naar een idee van denken die verbindend is.
Inclusiviteit: het gaat om het gevoel van erbij horen. Als Nederlander wil je bij de Nederlandse
cultuur horen. Nederlanders kunnen makkelijk boodschappen doen zonder dat er een
winkeldetective achter hen aankomt. Terwijl Nederlanders van andere afkomst wel een
winkeldetective achter zich aan kunnen krijgen. Voor de Nederlanders van andere afkomst is dit
gevoel van inclusiviteit een stuk lastiger.
Verwevenheid en gelijktijdigheid van de ordeningsmechanismen: Deze zijn gelijktijdig
werkzaam, ze beïnvloeden elkaar en spelen in samenhang een rol (wisselwerking). Doordat
combinaties van maatschappelijke positioneringen zo gelijktijdig verweven met elkaar zij,
voldoen simpele opsommingen van tegenstellingen zoals: zwart- wit, man-vrouw, hetero-homo
niet meer. In dit geval is er sprake van een statisch begrip van diversiteit: je bent man of vrouw,
je bent zwart of wit etc. En als je daar niet toebehoort, dan wijk je af en ben je uitgesloten.
Bijvoorbeeld: de negatieve beeldvorming van ‘de domme zwarte’ maakt dat zwart zijn en
hoogopgeleid zijn elkaar uitsluiten. Dit is exclusief denken, wat geen caleidoscopisch perspectief
biedt.
Meervoudigheid: iedereen heeft een meervoudige samengestelde identiteit, een identiteit die uit
meerdere deelidentiteiten bestaat. Iemand is vrouw, van Surinaamse afkomst, lesbisch en
hoogopgeleid. Er is sprake van een meervoudig perspectief: men denkt niet vanuit een
perspectief, het of-of perspectief, maar vanuit een meervoudig denken, het en-en perspectief.
De student kent de betekenis van intersectionaliteit
In de samenleving wordt op verschillende niveaus onderscheidt gemaakt tussen mensen. Het
maakt uit of iemand man, vrouw, hetero, arm, rijk, hoog of laag opgeleid is. Deze verschillen zijn
verbonden met machtsposities in de samenleving. Binnen de arbeidsmarkt bijvoorbeeld hebben
witte sollicitanten met een Nederlandse naam meer kans in dienst genomen te worden dan
zwarte sollicitanten met een ‘buitenlandse’ naam.
Deze machtsverhoudingen vormen de basis van maatschappelijke ongelijkheid, ongelijke
behandeling en uitsluiting. Mensen ondervinden van deze machtsposities structureel voordeel of
,juist structureel nadeel. Gender, etniciteit, levensfase, religie, klasse, seksuele identiteit en
dergelijke worden ordeningsprincipes genoemd. Intersectionaliteit: verwijst naar de intersecties
(kruispunten) van de verschillende ordeningsprincipes die gelijktijdig met elkaar verweven zijn
in het snijpunt. Iemand is bijvoorbeeld niet alleen een man, maar een man met een bepaalde
etnische achtergrond, klasse, seksuele identiteit.
Het denken over intersectionaliteit gaat in tegen het gangbare dominante denken over verschil,
aldus Gloria Wekker. Bij het gangbare denken worden verschillen als gestapelde (afzonderlijke,
gescheiden) onderwerpen beschouwd. Bij intersectioneel denken worden verschillen als
kruispunten (dat wil zeggen als kruispunten, in samenhang en gelijktijdig) bekeken en
gekoppeld aan de daarmee verbonden machtsverhoudingen in de samenleving.
De student kan uitleggen wat intersectionele analyse de samenleving en de professionals
opleveren.
Deze analyse maakt duidelijk welke verschillen in onze maatschappij zijn en op welke manier
daarmee wordt omgegaan. Als professional kan je dit een beter beeld geven van de
maatschappij, maar ook leer je een andere manier van kijken naar verschillende cultuurgroepen.
Door deze manier van denken kan je met veel meer mensen in contact komen en hulp bieden.
De student kent de begrippen enkelvoudig en meervoudig kijken en interpersoonlijke
perspectieven bij diversiteitsbewuste communicatie.
Niet culturen, maar mensen ontmoeten elkaar. Je ontmoet altijd een uniek persoon: niet de
cultuur. Deculturaliseer en normaliseer de communicatie met mensen die voor jou een andere
nationaliteit, etnische of religieuze achtergrond hebben: niet de cultuur of religie is het
vertrekpunt maar de communicatie tussen unieke personen ingebed in sociale contexten.
Interculturele communicatie is dan ook interpersoonlijke communicatie.
Iedere persoon maakt deel uit van vele collectieven, is daarom multicultureel en heeft een
meervoudige identiteit. Het besef dat een persoon een meervoudige identiteit helpt jou om
overeenkomsten te vinden en niet te focussen op verschillen. Gezien de multiculturaliteit van
iedere persoon, kun je culturele verschillen in de communicatie even goed tegenkomen met
mensen uit de eigen cultuur.
Communicatie is een circulair proces: in de communicatie beïnvloeden de deelnemers elkaar
wederzijds, en is er eveneens invloed vanuit de ruime sociale omgeving op de communicatie: de
sociale representaties van gemeenschappelijk gecreëerde normen, beelden, opvattingen,
collectieve ervaringen. Betrokken personen hebben ieder aandeel in hoe de communicatie
verloopt. Bedoelingen en effecten van je communicatie kunnen uit elkaar lopen. Werk daarom
met de effecten van je communicatie, en dus niet met je bedoelingen.
Elk gedrag heeft een positieve intentie: ga er in de communicatie vanuit dat ieder persoon een
goede reden heeft waarom hij of zij doet zoals hij of zij doet. Trek dus niet gelijk een conclusie
wanneer iemand anders reageert dan je had verwacht. Onderzoek iemands positieve intentie
(erkenning): wat maakt dat iemand zo doet zoals hij of zij doet? Erkenning wat niet hetzelfde is
als het ermee eens zijn, van deze positieve intentie is van levensbelang voor ieder mens.
De student heeft kennis van verschillende aspecten van beeldvorming: normativiteit,
attitude, socialisatie, identiteit, stereotype, vooroordelen, discriminatie.
De samenleving: allemaal personen met een eigen identiteit. Deze identiteit bestaat uit vele
aspecten zoals: seksualiteit, opleiding, etniciteit, religie etc. Door hokjes en vakjes te creëren
krijgen we grip op de complexiteit van de samenleving. Dit onderscheid is pas mogelijk als er
grenzen worden gesteld. Grenzen sluiten zowel in als uit.
,Identiteit: dat wat jou uniek maakt. Hetgeen waar je in gelooft en naar streeft.
Normativiteit: jouw waarheid tot norm verheffen voor een ander. (jouw mening verheffen tot
waarheid en een ander opdringen daar ook in te geloven)
Attitude: houding, jouw houding ten opzichtte van diversiteit. Hoe ga jij daarmee om?
Stereotypen: zijn opvattingen over een groep als geheel, deze beelden worden van jongs af aan
gevoed. Vaak ben je jezelf niet erg bewust van jouw eigen stereotype opvattingen. Deze
‘overdreven’ beelden komen vaak niet overeen met de werkelijkheid.
Discriminatie: het ongelijk behandelen of achterstellen van een bepaalde groep mensen. Hier
wordt onderscheidt gemaakt op basis van ras, religie, sekse of afkomst.
Vooroordelen: een mening die niet op feiten is gebaseerd, al voordat je iemand echt kent
beoordeel jij iemand.
Jouw referentiekader is de wijze waarop jij de ander, de samenleving, de wereld om jou heen
waarneemt en hoe jij daar betekenis aan geeft. Dit is mede gevormd door jouw socialisatie: het
proces waarbij iemand bewust en onbewust waarden normen en cultuurkenmerken krijgt
aangeleerd. Dit gaat samen met een proces van internalisering.
Referentiekader: is de wijze waarop jij naar anderen, de wereld en de samenleving waarneemt
en hoe jij daar betekenis aan geeft. Gevormd door je socialisatie.
Vanuit een eigen referentiekader: jij kijkt anders naar andere personen. Bij jezelf zie je jou
meer kleurigheid maar bij de ander zie je dat niet. Dit denken heeft het gevaar van
oordelen/veroordelen van de ander in zich. De ander is vreemd/typisch/ abnormaal. Ongemerkt
projecteer jij je eigen beeld zo op de ander, maar dat is jouw waarheid niet per se die van de
ander. jouw referentiekader voelt aan als de waarheid. Wij verheffen ons eigen
gedrag/waarden/ normen/ ideeën tot de waarheid.
De student weet wat de link is tussen socialisatie en constructivisme.
Je krijgt zowel onbewust als bewust door internalisering normen, waarden en
cultuurkenmerken van een groep aangeleerd.
Sociaal- constructivisme: de opvatting dat verschijnselen in de sociale werkelijkheid ervaren
worden als werkelijk bestaand omdat hierover in de samenleving (vaak impliciete) afspraken
bestaan. (cultuur is een levensvorm en geen tastbaar iets. Binnen cultuur bestaan vaak ook nog
veel diversiteit) (de mensen construeren de cultuur). De begrippen socialisatie en
constructivisme zijn aan elkaar gelinkt. Want door je socialisatie vorm je op het gegeven
moment een idee over andere groepen of culturen. Hierdoor ga jij culturen of groepen
construeren.
- Er wordt uitgegaan van een subjectieve werkelijkheid
- Ieder mens heeft zijn eigen beelden van de werkelijkheid. Ieder mens ordent, waardeert
en verbindt nieuwe kennis op een eigen persoonlijke manier. Leren = betekenis
verlenen.
Er is niet een waarheid, er zijn er vele naast elkaar. De subjectiviteit van menselijke waarneming
en oordelen wordt tot uitgangspunt genomen. Er zijn echter wel gemeenschappelijke
betekenisconstructies deze zijn alleen niet vanzelfsprekend. Mensen gaan in de omgang met de
werkelijkheid vooral af op de interpretatie ervan in en door de cultuur waar zij deel van uit
maken. Belangrijke anderen om ons heen bepalen in belangrijke mate hoe wij de werkelijkheid
ervaren en hoe wij ons zelf zien. Mensen zijn hierbij steeds uit op het bewaken en verstevigen
van hun identiteit. (belangrijke anderen zijn diegenen die bereid zijn jouw identiteit te helpen
behouden en verstevigen.)
Personen met een referentiekader en een subjectief idee van de werkelijkheid vormen samen
een samenleving: een samenleving bestaat uit verschillende personen met verschillende
, identiteiten. Om met elkaar te leven en elkaar te duiden maken we onderscheid. Onderscheid is
pas mogelijk als er grenzen worden gecreëerd. Door grenzen laat iets zich bespreekbaar maken.
Grenzen sluiten dus zowel in als uit. Elke waarnemer maakt eigen grenzen en vele ervan zijn
gemeenschappelijk. En toch ook subjectief.
Kortom: we typeren, duiden, maken hokjes en vakjes, maar ook oordelen, discrimineren, zoeken
naar normativiteit. Maar we zoeken ook naar consensus, proberen de ander te begrijpen, sluiten
aan.
De student weet hoe diversiteit invloed heeft op insluiting en uitsluiting van personen en/of
groepen.
Doordat wij als mensen persoonlijke en gemeenschappelijke grenzen binnen onze samenleving
stellen ontstaat er zowel insluiting als uitsluiting. Bij insluiting: behoor je binnen een bepaalde
groep. bij uitsluiting: behoor je niet tot een bepaalde groep of samenleving. Bij uitsluiting
komen al snel onderwerpen als discriminatie en vooroordelen om de hoek kijken. Door
diversiteit breken gemeenschappen/groepen steeds meer op. Mensen vallen binnen steeds meer
groepen of vallen er juist helemaal buiten. Diversiteit zorgt dus voor een complexere
samenleving wat betreft groepsvorming (er ontstaan meer groepen).
De student kent de rol van media en journalistiek (bewust of onbewust) spelen op het
gebied van beeldvorming en ook dat het werkveld van de professional beïnvloedt.
De media en journalistiek brengt vaak een eenzijdig beeld voort wat mensen gaan geloven.
Onbewust ontstaat er dus vaak een discussie. Als de media een bericht verspreid waarin
allochtonen een overval hebben gepleegd en dit vaker voorkomt. Kan het zo zijn dat mensen alle
allochtonen als een crimineel gaan bestempelen.
Het is goed om als professional te beseffen dat de media een grote invloed kan hebben. Als jij de
media volgt kan je op die manier ook voorbereid zijn op eventuele vooroordelen of stereotypen
binnen het werkveld.
De student kent de betekenis van de begrippen sociaal kapitaal en bonding en bridging van
R. Putman.
Bonding: bij wie hoor jij? Van welke groep wil jij deel uitmaken? Bonding is het vormen van
sterke banden tussen mensen van dezelfde gemeenschap. Het gaat daarbij om mensen met een
gezamenlijke achtergrond of gezamenlijke belangen. Bijvoorbeeld: leeftijdsgenoten, eenzelfde
etnische achtergrond, aanhangers van dezelfde godsdienst. Het is een naar binnen gekeerde
vorm van sociaal kapitaal. Voor sommige kansarme gezinnen is dit het enige sociale kapitaal
waar ze op terug kunnen vallen. Het is dus belangrijk dat bonding plaatsvindt. Maar in een
multiculturele gemeenschap is naast bonding ook bridging gewenst.
Bridging: bepaalde groepen waar jij een ‘brug’ over moet gaan voordat jij bij deze groep mensen
bent. Met bridging wordt bedoeld sociale contacten opbouwen met groepen die niet hetzelfde
zijn als jouw eigen groep. het heeft als doel om bruggen te bouwen en verbinding te maken met
andere gemeenschappen, andere leeftijdsgroepen, andere etnische groepen. Een naar buiten
gekeerde vorm van sociaal kapitaal. Door bridging ontstaan sterkere netwerken die klasse,
status en achtergrond overstijgen. Hier ontstaat er een andersoortige wederkerigheid, namelijk
die van de vernieuwing en de versteviging.
Sociaal kapitaal (netwerken): het sociaal kapitaal kan je zien als het netwerk dat je als persoon
hebt (formeel en informeel). Dit netwerk zorgt ervoor dat je makkelijker een baan vindt, dat je
welzijn verbetert, en het bevordert jouw veiligheid (whatsapp-buurtpreventie)