Vraag 1: Een sprekend voorbeeld van gemeentelijke autonomie is:
Antwoord: a. het vaststellen van een Algemene Plaatselijke Verordening.
Motivering:
Gemeenten beschikken over autonomie. Dit houdt in dat zij bevoegd zijn om zelf regels vast
te stellen en bestuur te voeren over aangelegenheden die tot de eigen huishouding van de
gemeente behoren. Het vaststellen van een Algemene Plaatselijke Verordening (APV) door
de gemeenteraad is een duidelijk voorbeeld van deze autonome bevoegdheid.
Andere taken, zoals de uitvoering van de Participatiewet, vallen onder medebewind. Daarbij
voert de gemeente taken uit die haar door een hogere wetgever zijn opgedragen.
Vraag 2: Welke Europese instantie bestaat uit de staatshoofden en regeringsleiders
van alle EU-lidstaten en de voorzitter van de Europese Commissie?
Antwoord: c. De Europese Raad.
Motivering:
De Europese Raad bestaat uit de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten van de
Europese Unie, aangevuld met de voorzitter van de Europese Commissie. Dit orgaan
bepaalt de algemene politieke richting en prioriteiten van de Europese Unie.
Vraag 3: Wat is juist? Tegen een door de gemeenteraad vastgestelde noodverordening
kan:
Antwoord: d. geen van de hiervoor onder a tot en met c genoemde alternatieven is
juist.
Motivering:
Een noodverordening is een algemeen verbindend voorschrift. Op grond van de Algemene
wet bestuursrecht (Awb) staan tegen algemeen verbindende voorschriften geen bezwaar- en
beroepsmogelijkheden open.
Omdat een noodverordening een besluit van algemene strekking betreft, kunnen
belanghebbenden daartegen geen bezwaar of beroep instellen. Daarom is geen van de
genoemde alternatieven juist.
Vraag 4: Casus Sonja Kremer (Wethouder Amsterdam, wonen in Enschede)
Antwoord: c. Kremer kan geen wethouder worden in Amsterdam op grond van artikel
36b Gemeentewet.
Motivering:
Voor wethouders geldt een woonplaatsvereiste. Dit betekent dat zij moeten wonen in de
gemeente waarin zij het ambt van wethouder vervullen.
Omdat Sonja Kremer in Enschede wil blijven wonen, voldoet zij niet aan dit wettelijke
vereiste. Op grond van artikel 36b van de Gemeentewet kan zij daarom geen wethouder van
Amsterdam worden.
Vraag 5: Beweringen over de rechtsstaat en machtenscheiding
Antwoord: c. Bewering I is juist en bewering II is onjuist.
Motivering:
Bewering I is juist. Vrije en geheime verkiezingen vormen een belangrijk kenmerk van een
democratische rechtsstaat, omdat burgers hierdoor invloed kunnen uitoefenen op het
bestuur van het land.
Bewering II is onjuist. In Nederland bestaat geen volledige of zuivere scheiding der machten.
Er is sprake van een gedeeltelijke scheiding van machten, waarbij bepaalde staatsorganen
samenwerken en elkaar controleren.
Vraag 6: Gemeentelijke verordening versus een latere strijdige wet
Antwoord: d. de gemeentelijke verordening automatisch vervalt.
Motivering:
Gemeenten mogen verordeningen vaststellen zolang het betreffende onderwerp niet door