met of zonder doping?
Doping in de topsport
WWassing71
, POD & SBG
01-06-2014
Een sport zonder doping is een sport op
zich
Het leveren van sportprestaties vraagt veel, zowel geestelijk als
lichamelijk. Hard trainen om je doelen te bereiken betekent met grote
regelmaat en intensief trainen. Of je nou een beginnende of gevorderde
sporter bent, elke sporter wil zijn of haar doelen behalen. Maar dan komt
opeens de wet van de verminderde meeropbrengst om de hoek kijken. Je
komt niet meer verder, je wordt niet meer sterker, sneller, slanker of
gespierder. Wat gebeurt er op het moment dat je een bepaald punt bereikt
waardoor je sportprestaties niet meer vooruit gaan? Je gaat nog harder
trainen en waarschijnlijk ook langer, zwaarder en vaker, je varieert qua
trainingen maar de resultaten zijn alsnog minimaal. Wat doe je dan? Voor
sommige sporters, en ook topsporters, is doping een manier om de
sportprestaties te verhogen. Het komt vaak voor en ook is het regelmatig
in het nieuws. Vaak als de Tour de France weer begint of zodra er een
dopingschandaal naar buiten komt lees je het overal. Zo schrijft Jan Glorie
het volgende voor de Volkskrant; ´De discussie over dopinggebruik in de
wielersport staat bol van de hypocrisie. Het wordt tijd dat men de huidige
denkwijze over wat tot nu toe als doping gekwalificeerd wordt loslaat en
een ander perspectief gaat kiezen. Dopinggebruik is niet eerlijk, maar
sport is per definitie oneerlijk! Mensen van verschillende afkomst, met
verschillende genen, met meer en minder talent, geld en diverse
trainingswijzen gaan met elkaar de strijd aan (Glorie, 2013).
Maar wat is nu eigenlijk precies doping? En waarom kunnen sporters dit
nog steeds gebruiken?
Het begrip doping wordt op veel verschillende manieren omschreven. Zo
zou je het een stimulerend middel kunnen noemen of een verboden
product wat op de dopinglijst staat. Het Wereld Anti-Doping Agentschap
(WADA) heeft een korte, simpele omschrijving van wat doping is,
namelijk: “Stoffen en methoden die verboden zijn door het Wereld Anti-
Doping Agentschap (WADA).” Het zijn dus niet alleen de stoffen die
verboden zijn maar er bestaan ook een aantal methoden die niet
toegestaan zijn. Denk hierbij aan bloeddoping of aan genetische doping.
Op 1 januari, elk jaar, wordt er een nieuwe lijst met verboden middelen en
methoden opgesteld door het WADA (Wereld Anti-Doping Agentschap). (2)
,Persoonlijk vind ik dat de doping uit de sportwereld moet verdwijnen.
Werking van doping
Tegenwoordig zijn er veel verschillende soorten doping te verkrijgen,
waardoor het aanbod in doping enorm gestegen is. Elk soort doping dient
voor verschillende doeleinden. Ten eerste zijn er soorten doping die je
emoties beïnvloeden, bijvoorbeeld zoals marihuana. Daarnaast zijn er ook
soorten doping die de prestaties beïnvloeden, dit zijn tevens de meest
voorkomende soorten doping. Voor elk type sport zijn er middelen of
methoden die de prestaties kunnen beïnvloeden. Deze stoffen en
methoden worden veelal in de sport gebruikt en zijn echter ook strafbaar.
Stoffen die veelal worden gebruikt in de sportwereld zijn: anabolen,
stimulantia, peptide hormonen, narcotica en in sommige gevallen alcohol
en bètablokkers. Deze middelen worden vaak gebruikt voor
prestatieverbetering. Daarnaast zijn bloedmanipulaties, chemische en
fysieke manipulatie en genetische doping methoden die vaak worden
gebruikt. Waar de meeste sporters niet kunnen komen d.m.v. training
geeft doping hen nog een extra zetje. Het onhaalbare wordt opeens
haalbaar. (7)
Maar hoe werkt doping nu precies? Een optimaal werkend spierstelsel is
essentieel voor grote sportprestaties. Sportprestaties vragen namelijk veel
van het spierstelsel. Het spierstelsel moet hierdoor onderhouden worden
op een verstandige manier. Dit onderhoud je door voldoende rust te
nemen, genoeg te bewegen en een gezond voedingspatroon te hebben.
Om activiteiten vol te kunnen houden hebben spieren voldoende zuurstof
nodig. De zuurstof halen de spieren weer uit de bloedbaan. Zodra het
spierstelsel veel inspanning moet leveren kan er een tekort zijn aan
zuurstof in de spieren. Hierdoor gaan de spieren over op het
melkzuursysteem. Het melkzuursysteem is verantwoordelijk voor het
verwijderen en verwerken van afvalstoffen in het lichaam. Zodra een
sporter melkzuur aanmaakt kan de sporter op een dood punt komen
waardoor de sporter vermoeid of uitgeput raakt. De activiteit zal hierdoor
beëindigd moeten worden (Hamilton, T., 2013).
Bij het gebruik van doping kan dit punt overwonnen worden, waardoor de
topsporter langer door kan gaan. De meeste stoffen of methoden van
doping zorgen er voor dat het lichaam niet over gaat op verzuring maar
dat de sporter door kan gaan zonder pijn of vermoeidheid te voelen. Dit
kan erg gevaarlijk zijn omdat het lichaam zijn eigen spierweefsel kan gaan
verbranden. Ook kan het zorgen voor ernstige blessures en zelfs een
aanspraak op je organen. Daarbij kan het bloed verdikt raken waardoor het
minder goed door de nauwe bloedvaten stroomt. Ook dit kan ernstige
,gevolgen met zich mee brengen.
Verschillende onderzoeken
Uit een recent onderzoek, dat werd gehouden over dopinggebruik bij
mannelijke en vrouwelijke atleten uit de UK met een gemiddelde leeftijd
van 19,6 jaar, blijkt dat de sociale emotie van schaamte een belangrijk
element is om doping niet te gebruiken. Daarbij speelde de
verantwoordelijkheid om clean and pure te blijven ook een grote rol
(Bloodworth & McNamee, 2010).
In 1999 is er een enquête onder 1322 Nederlandse topsporters gehouden.
In de enquête, die door het NeCeBo (Nederlands Centrum voor
Dopingvraagstukken) is opgesteld, werden vragen gesteld omtrent de
kennis over doping van de topsporters. Daarnaast wou het NeCeBo weten
hoe de topsporters de voorlichtingsprogramma’s omtrent doping vonden,
wat de naamsbekendheid van het NeCeBo is onder de topsporters en hoe
de topsporters de dopingwaaier hebben ervaren. Uit de resultaten kwam
naar voren dat vele topsporters niet wisten dat zij het doping formulier,
om wat voor reden dan ook, bij een controle moesten ondertekenen als
hij/zij het niet eens was met het dopingcontroleprocedure. Ook wist een
groot gedeelte van de respondenten niet (37,5%) dat
voedingssupplementen doping kon bevatten. Verder kwam naar voren dat
ongeveer 3% van de topsporters (die deelnemen aan deze enquête)
toegaven ooit doping te hebben gebruikt. Daar tegenover gaf een kleine
groep aan (3,2%) aan om ooit doping in de toekomst te gaan gebruiken.
Onverwachts gaf 4 % van de sporters aan dat zij de druk, van
medesporters, voelde om wel doping te gebruiken. Een beangstigend
groot percentage. Daarnaast vinden de sporters dat er te weinig
dopingcontroles werden afgenomen (54,5%) en dat er meer gecontroleerd
zou moeten worden tijdens toernooien (68,8%). Verassend was dat juist de
jongste generatie topsporter (tot 18 jaar) het slechtst heeft gescoord op de
vragen omtrent doping. Je zou verwachten dat zij juist goed zijn
geïnformeerd (Groot, S. de, 1999).
Dopingcontroles
In het jaar 2013 heeft de Dopingautoriteit 2.490 dopingcontroles
uitgevoerd. Deze controles zijn veelal bij de sporters thuis uitgevoerd of op
een afgesproken locatie. Daarbij zijn er in totaal 1.947 urinecontroles en
61 bloedcontroles uitgevoerd. Van 2.008 controles zijn er 111 gevallen
afgehandeld door het Internationaal Federatie en het Nationale Controle
programma heeft 1.910 van deze controles uitgevoerd. In het jaar 2012
zijn er 2.544 controles geweest, meer dan in 2013. (3)
, Naast succesvolle dopingcontroles zijn er ook onsuccesvolle pogingen
geweest. In 2013 heeft in 89 gevallen een geplande dopingcontrole niet
door kunnen gaan. Redenen hiervoor waren vooral de afwezigheid van de
sporter op het huisadres op het moment van de controle. Dit was vaak het
geval bij sporters waarbij geen informatie over het verblijf beschikbaar
was. Op dit moment is de werking van het systeem van de dopingcontrole
gebaseerd op de uitnodiging die een sporter krijgt van dopingcontroleurs.
De sporter kan deze tot één minuut van te voren de controle wijzigen of
cancelen. Dit kan ook bij het uitvallen van een training of wedstrijd
waaraan de sporter zou deelnemen, of het onverwachts niet deelnemen
van een sporter aan een training of wedstrijd. (3)
Maar hoe nu verder?
In bijna elke sport komt doping voor of beter gezegd, elke sport is
dopinggevoelig. Als een sporter in een wedstrijdseizoen doping gebruikt,
zonder dat deze sporter wordt betrapt, kunnen er nieuwe records
neergezet worden. Dit is voor de andere sporters geen Fair Play meer.
Sport moet eerlijk zijn en vooral anti-doping. Daarbij heb je als sporter
respect voor elkaar en worden alle regels nageleefd. Sport is geen
competitievervalsing, dus het gebruik van doping kan niet getolereerd
worden. Sporten moet je kunnen doen in een omgeving die veilig is, op
een manier die eerlijk en vooral gezond is. Daarom streeft ook het
NOC*NCF naar een doping vrije sportwereld. Het is naar mijn mening van
groot belang dat zij zich inzetten voor een dopingvrije sportwereld.
In mijn interview met Arno W. (zie bijlage 1) vertelt hij dat doping meer
kapot maakt dan je lief is, en hij heeft zijn eigen ideeën over oplossingen
van het doping probleem. Op de vraag die ik aan hem stelde of hij een
oplossing had voor doping gebruik zei hij het volgende: ”Niet een directe
oplossing maar wel voor over een aantal jaar. Ik denk dat als ze meer
campagnes zouden opzetten en er misschien ook reclame spotjes voor
maken het veel meer bij iedereen door dringt. Ze richten zich nu alleen op
de sporters maar ik denk dat je het publiek er ook meer bij moet
betrekken. Zo creëer je wel een anti-doping beleid bij iedereen i.p.v. alleen
in de sportwereld.”
Ter preventie van gezondheidsschade van de sporter en dopingschandalen
voor de sportwereld is het belangrijk om hier duidelijke maatregelen voor
te nemen. Neem nou bijvoorbeeld de straffen die de sporters krijgen als ze
betrapt zijn op het gebruik van doping. Ze krijgen een schorsing, er wordt
een boete opgelegd en er worden prijzen afgenomen. Deze straf is naar
mijn mening te mild. Het is een straf voor korte termijn maar hiermee
voorkom je het dopinggebruik bij andere topsporters niet. Het voordeel
van zwaardere straffen zorgt er voor dat de kans kleiner wordt dat de