PSYCHOLOGIE EN SOCIOLOGIE
INLEIDING
WAT IS PSYCHOLOGIE
Psychologie is een wetenschap die het gedrag van mensen en de mentale processen erachter
bestudeert.
- Zo gedrag begrijpen, voorspellen, beïnvloeden
- Verschillen tussen mensen
- Mens als individu
- Niet altijd afwijkend gedrag
Psycholoog is bij wet beschermde titel
Psycholoog ≠
- Psychiater
- Psychiatrisch verpleegkunde
- Toegepaste psycholoog
- Coach: geen beschermde titel/ welzijn verhogen
- Therapeut: # die een therapie opleiding doen na opleiding psychologie (nu wel beschermde
titel)
DISCIPLINES EN WERKVELDEN
- Klinische psychologie - Marketing en reclame
- Onderwijs - Gezondheidspsychologie en -bevordering
- Arbeid en organisatie - Ontwikkelingspsychologie
- Sport - Forensische psychologie
- Onderzoek - …
- Diagnostiek
WAT IS SOCIALE PSYCHOLOGIE
Sociale
psychologie
Algemene
Het gedrag Sociologie
psychologie
van individuen
in sociale
relaties duiden
SOCIOLIGIE
De wetenschap die de manier waarop mensen in grotere verbanden samenleven bestudeert
Sociologen verlenen betekenis aan observaties van de samenleving
1
,OEFENINGEN
Wie zou volgende uitspraak kunnen doen: psycholoog, sociaalpsycholoog of socioloog?
a. Elise en haar vriendinnen dragen de laatste tijd steeds wijdere broeken. SP
b. Ik zag onlangs veel mensen in Gent met een strop rond hun nek. S
c. Emilie haar kledingstijl is veel veranderd sinds ze begonnen is met werken. P
Wat is de link met het werkveld van voedings- en dieetkunde
- Waarom is dit vak nuttig voor jullie?
- Hoe zie je psychologie en sociologie terugkeren in jullie werkveld?
- eetgedrag en patiënten begrijpen
- Mentaal welzijn heeft invloed op eetgedrag
- Armoede heeft ook een invloed (pizza van vorige dag naar school = besparen)
BEÏNVLOEDBARE FACTOREN
- Biologische factoren
- Leerprocessen
- Psychische factoren
- Sociale en culturele factoren
- Geografische factoren
BIOLOGISCHE FACTOREN
- Erfelijkheid
Nature: aangeboren, biologisch DNA
Nurture: aangeleerd, sociale groepen, rondom
persoon
Conclusie: Een omgeving kan alleen maar invloed
uitoefenen bij een bepaalde erfelijke aanleg en
erfelijke aanleg kan alleen maar in een bepaalde
omgeving tot ontwikkeling komen
- Erfelijkheid
- Middelen
- Zenuwstelsel/hersenen
- Hoe ons lichaam werkt
o Waarneming (thema 3)
o Geheugen (thema 6)
ILLUSTRATIE
DNA Nurture
- Uiterlijk - Taal
- Gedrag - Kledij
- Houding
Conclusie: Een omgeving kan alleen maar invloed uitoefenen bij een bepaalde erfelijke
aanleg en erfelijke aanleg kan alleen maar in een bepaalde omgeving tot ontwikkeling
komen
2
,PSYCHOLOGISCHE STROMINGEN
OVERZICHT
- Stromingen
o Psychoanalyse
o Behaviorisme
o Humanistische psychologie
o Cognitieve psychologie
o Derde generatie gedragstherapie
o Andere
- Dodo Bird Verdict
STROMINGEN
PSYCHOANALYSE
- Grondlegger: Sigmund Freud
- Psychodynamische therapie
- Uitgangspunt:
o Individu wordt gedreven door driften (neigingen/motivatie)
o Driften botsen met normen van buitenwereld
o Ervaringen uit het verleden blijven werkzaam doorheen het leven
o Verdringen van ervaringen leidt tot symptomen
o Therapie = bewust maken van het onbewuste
o Psychoseksuele fasen
- Psychoanalytische therapie: weinig tussenkomst, onderbewustzijn naar boven
o Verdringing
o Vrije associatie
o Duidingen door de analyticus
o Weerstand als verzet tegen het bewust worden
- Eerste keer luisteren-praten
- Eerste keer ambulant
- Maar wetenschappelijk niet onderbouwd, enkel gevalsstudies
BEHAVIORISME
- Grondlegger: Watson
- Associatieleer als basis
o Verbindingen tussen omgevingsprikkels en gedrag
o Gedrag is dus gevolg van leerprocessen (zie thema 6)
- Uitgangspunt:
o Brein = black box
Gedachten, gevoelens… zijn niet observeerbaar en kunnen dus ook niet
onderzocht worden
o Algemeen geldende regels over gedrag ontdekken via experimenten
o Nurture > nature
- Psychotherapeutische toepassingen binnen gedragstherapie:
o Aversietherapie: afkeer, bepaald gedrag linken aan iets zeer vervelend zodanig dat ze dit
gedrag niet meer doen
o Exposure: blootstellen
Imaginair of in vivo: verbeelding of in levende lijven
3
, Systematische desensitisatie = counterconditionering <-> flooding
in stappen = leren koppelen aan iets aangenaam<-> alles in 1x , extreme
blootstelling
Eventueel met responspreventie: zorgen dat bij blootstelling men de volledige
blootstelling doen en geen reactie om het te omzeilen
Habituatie: gewenning, lichaam kan niet blijven pieken in angst
o Token economy, belonen en straffen: systeem waarbij mensen beloond worden door
dingen te sparen
- Verwaarlozing van cognitieve processen en erfelijkheid
- Aandacht voor observatie en testing
HUMANISTISCHE PSYCHOLOGIE
- Grondleggers: Rogers, Gordon en Maslow
- Uitgangspunten:
o Mens = zelfstandig wezen met vrije wil, veel groeipotentieel en oplossingsvermogen
o Soms belemmeringen om tot potentieel te komen: om te groeien
o Patiënt cliënt: medisch, daarna client (kennis over zijn leven) want staan op gelijke
hoogte als hulpverlener (kennis over vak)
o Tegen autoriteit
- Cliënt-centered therapie
o Niet gericht op klachtvermindering of gedrag, maar op versterken van een persoon:
medeleven
o Basishouding van empathie en onvoorwaardelijke acceptatie: accepteren hoe hij/zij is ,
zonder oordelen
o Therapie in authenticiteit (eigenheid behouden): zelfonthulling of self-disclosure
1ste keer therapeut iets van zichzelf meegeven=> gevoeld dat je cliënt begrijpt
- Actief luisteren en ik-boodschappen
- Behoeftepiramide van Maslow
- Minder theorie, moeilijk te objectiveren, weinig concreet
- Wel een meer menselijke psychologie en psychotherapie
- Veel invloed op opvoeding, onderwijs, orthopedagogische settings, …
COGNIETIEVE PSYCHOLOGIE
Cognitie: denken, mentale- en denkprocessen, alles wat in je hoofd gebeurd (onthouden, leren,
verwerken van info)
- Grondlegger: Piaget
- Uitgangspunten:
o Focus op cognitie
o Focus op het innerlijke
o Cognitieve schema’s beïnvloeden infoverwerking
o Inner speech stuurt gedrag
Therapie gericht op verwerven van alternatieve geïnternaliseerde spraak
o Latent leren: vorm van leren dat niet direct gedrag toont
Wat is een schema
- Cognitieve structuur
- Waarin eerder verworven kennis
- Over een stimulus of concept
o Over personen, opvattingen, fysieke daden, feiten,..
o Kenmerken
o Relaties tussen die kenmerken
- Is gerepresenteerd
4
INLEIDING
WAT IS PSYCHOLOGIE
Psychologie is een wetenschap die het gedrag van mensen en de mentale processen erachter
bestudeert.
- Zo gedrag begrijpen, voorspellen, beïnvloeden
- Verschillen tussen mensen
- Mens als individu
- Niet altijd afwijkend gedrag
Psycholoog is bij wet beschermde titel
Psycholoog ≠
- Psychiater
- Psychiatrisch verpleegkunde
- Toegepaste psycholoog
- Coach: geen beschermde titel/ welzijn verhogen
- Therapeut: # die een therapie opleiding doen na opleiding psychologie (nu wel beschermde
titel)
DISCIPLINES EN WERKVELDEN
- Klinische psychologie - Marketing en reclame
- Onderwijs - Gezondheidspsychologie en -bevordering
- Arbeid en organisatie - Ontwikkelingspsychologie
- Sport - Forensische psychologie
- Onderzoek - …
- Diagnostiek
WAT IS SOCIALE PSYCHOLOGIE
Sociale
psychologie
Algemene
Het gedrag Sociologie
psychologie
van individuen
in sociale
relaties duiden
SOCIOLIGIE
De wetenschap die de manier waarop mensen in grotere verbanden samenleven bestudeert
Sociologen verlenen betekenis aan observaties van de samenleving
1
,OEFENINGEN
Wie zou volgende uitspraak kunnen doen: psycholoog, sociaalpsycholoog of socioloog?
a. Elise en haar vriendinnen dragen de laatste tijd steeds wijdere broeken. SP
b. Ik zag onlangs veel mensen in Gent met een strop rond hun nek. S
c. Emilie haar kledingstijl is veel veranderd sinds ze begonnen is met werken. P
Wat is de link met het werkveld van voedings- en dieetkunde
- Waarom is dit vak nuttig voor jullie?
- Hoe zie je psychologie en sociologie terugkeren in jullie werkveld?
- eetgedrag en patiënten begrijpen
- Mentaal welzijn heeft invloed op eetgedrag
- Armoede heeft ook een invloed (pizza van vorige dag naar school = besparen)
BEÏNVLOEDBARE FACTOREN
- Biologische factoren
- Leerprocessen
- Psychische factoren
- Sociale en culturele factoren
- Geografische factoren
BIOLOGISCHE FACTOREN
- Erfelijkheid
Nature: aangeboren, biologisch DNA
Nurture: aangeleerd, sociale groepen, rondom
persoon
Conclusie: Een omgeving kan alleen maar invloed
uitoefenen bij een bepaalde erfelijke aanleg en
erfelijke aanleg kan alleen maar in een bepaalde
omgeving tot ontwikkeling komen
- Erfelijkheid
- Middelen
- Zenuwstelsel/hersenen
- Hoe ons lichaam werkt
o Waarneming (thema 3)
o Geheugen (thema 6)
ILLUSTRATIE
DNA Nurture
- Uiterlijk - Taal
- Gedrag - Kledij
- Houding
Conclusie: Een omgeving kan alleen maar invloed uitoefenen bij een bepaalde erfelijke
aanleg en erfelijke aanleg kan alleen maar in een bepaalde omgeving tot ontwikkeling
komen
2
,PSYCHOLOGISCHE STROMINGEN
OVERZICHT
- Stromingen
o Psychoanalyse
o Behaviorisme
o Humanistische psychologie
o Cognitieve psychologie
o Derde generatie gedragstherapie
o Andere
- Dodo Bird Verdict
STROMINGEN
PSYCHOANALYSE
- Grondlegger: Sigmund Freud
- Psychodynamische therapie
- Uitgangspunt:
o Individu wordt gedreven door driften (neigingen/motivatie)
o Driften botsen met normen van buitenwereld
o Ervaringen uit het verleden blijven werkzaam doorheen het leven
o Verdringen van ervaringen leidt tot symptomen
o Therapie = bewust maken van het onbewuste
o Psychoseksuele fasen
- Psychoanalytische therapie: weinig tussenkomst, onderbewustzijn naar boven
o Verdringing
o Vrije associatie
o Duidingen door de analyticus
o Weerstand als verzet tegen het bewust worden
- Eerste keer luisteren-praten
- Eerste keer ambulant
- Maar wetenschappelijk niet onderbouwd, enkel gevalsstudies
BEHAVIORISME
- Grondlegger: Watson
- Associatieleer als basis
o Verbindingen tussen omgevingsprikkels en gedrag
o Gedrag is dus gevolg van leerprocessen (zie thema 6)
- Uitgangspunt:
o Brein = black box
Gedachten, gevoelens… zijn niet observeerbaar en kunnen dus ook niet
onderzocht worden
o Algemeen geldende regels over gedrag ontdekken via experimenten
o Nurture > nature
- Psychotherapeutische toepassingen binnen gedragstherapie:
o Aversietherapie: afkeer, bepaald gedrag linken aan iets zeer vervelend zodanig dat ze dit
gedrag niet meer doen
o Exposure: blootstellen
Imaginair of in vivo: verbeelding of in levende lijven
3
, Systematische desensitisatie = counterconditionering <-> flooding
in stappen = leren koppelen aan iets aangenaam<-> alles in 1x , extreme
blootstelling
Eventueel met responspreventie: zorgen dat bij blootstelling men de volledige
blootstelling doen en geen reactie om het te omzeilen
Habituatie: gewenning, lichaam kan niet blijven pieken in angst
o Token economy, belonen en straffen: systeem waarbij mensen beloond worden door
dingen te sparen
- Verwaarlozing van cognitieve processen en erfelijkheid
- Aandacht voor observatie en testing
HUMANISTISCHE PSYCHOLOGIE
- Grondleggers: Rogers, Gordon en Maslow
- Uitgangspunten:
o Mens = zelfstandig wezen met vrije wil, veel groeipotentieel en oplossingsvermogen
o Soms belemmeringen om tot potentieel te komen: om te groeien
o Patiënt cliënt: medisch, daarna client (kennis over zijn leven) want staan op gelijke
hoogte als hulpverlener (kennis over vak)
o Tegen autoriteit
- Cliënt-centered therapie
o Niet gericht op klachtvermindering of gedrag, maar op versterken van een persoon:
medeleven
o Basishouding van empathie en onvoorwaardelijke acceptatie: accepteren hoe hij/zij is ,
zonder oordelen
o Therapie in authenticiteit (eigenheid behouden): zelfonthulling of self-disclosure
1ste keer therapeut iets van zichzelf meegeven=> gevoeld dat je cliënt begrijpt
- Actief luisteren en ik-boodschappen
- Behoeftepiramide van Maslow
- Minder theorie, moeilijk te objectiveren, weinig concreet
- Wel een meer menselijke psychologie en psychotherapie
- Veel invloed op opvoeding, onderwijs, orthopedagogische settings, …
COGNIETIEVE PSYCHOLOGIE
Cognitie: denken, mentale- en denkprocessen, alles wat in je hoofd gebeurd (onthouden, leren,
verwerken van info)
- Grondlegger: Piaget
- Uitgangspunten:
o Focus op cognitie
o Focus op het innerlijke
o Cognitieve schema’s beïnvloeden infoverwerking
o Inner speech stuurt gedrag
Therapie gericht op verwerven van alternatieve geïnternaliseerde spraak
o Latent leren: vorm van leren dat niet direct gedrag toont
Wat is een schema
- Cognitieve structuur
- Waarin eerder verworven kennis
- Over een stimulus of concept
o Over personen, opvattingen, fysieke daden, feiten,..
o Kenmerken
o Relaties tussen die kenmerken
- Is gerepresenteerd
4