Acid
Centrale Dogma van de Moleculaire Biologie
Lokale therapie van prostaat kanker: Verwijderen van prostaat kanker
Androgenen zijn nodig om de prostaat te laten groeien
Chemische castratie: zorgen dat er geen androgenen meer gevormd worden
Definitie van het leven
1. Afgescheiden van de omgeving door celmembranen en wanden,
samenstelling is verschillend/complexer dan van de omgeving
2. Samenstelling van biomoleculen (zijn specifiek voor levende
organismen): Eiwitten, vetten, suikers, nucleïnezuren
3. Beweging: organisme bewegen zelfstandig
4. Energie opname: via voeding, zonne-energie (door planten die op hun
beurt gebruikt worden voor andere organisme)
5. Doorgeven van kenmerken: Voortplanting (seksueel of aseksueel), zonder
voortplanting uitsterven
6. Groei: evolueert in de tijd, nemen toe in complexiteit tot een volwassen
stadium, elk individu is gedoemd om op te houden met bestaan
7. Communicatie, prikkels interpreteren: communiceren vooral door
moleculaire signalen (communicatie = biodiversiteit)
Twee vormen van cellen: Prokaryoten en Eukaryoten (kern waar genetisch
materiaal in zit opgeslagen): kunnen sterk verschillen maar kunnen ook zeer
gelijk zijn
Mens = Eukaryoten
Genen = informatie-bevattende elementen die de karakteristieken van een
individu, maar ook een van de soort waartoe dit individu behoort (coderen voor
erfelijke eigenschappen)
Het menselijke lichaam bestaat ook uit Bacteriën (Voorbeeld: Microbioom)
Belangrijk voor de immuniteit
, MAAR Bacteriën kunnen ook gelinkt worden aan ziektes
Wetten van Mendel = Bestuderen hoe kenmerken worden doorgegeven (=
Overerfbare eenheid)
Intermediair kenmerk: wanneer een organisme twee verschillende allelen
heeft (heterozygoot), maar geen van beide allelen volledig dominant is. In
plaats daarvan leidt de combinatie van beide allelen tot een tussenvorm van
het kenmerk
Dominant kenmerk: is een eigenschap die tot uiting komt zodra er
minstens één dominant allel aanwezig is. Dit betekent dat een organisme
met een heterozygote (Aa) of homozygote dominante (AA) genencombinatie
het dominante kenmerk zal vertonen.
Er wordt maar 1 gen doorgegeven aan de dochtercellen
Dochtercellen heeft wel twee genen (1 van elke ouder)
Voorbeeld: Garrod en Alkaptonurie
Alkaptonurie = de urine die enige tijd blootgesteld wordt aan de lucht
kleurt zwart, Kenmerk dat verscheen bij meerdere generaties
Deze eigenschap wordt wel maar aan een aantal kinderen doorgegeven
(niet aan allemaal)
Conclusie: Alkaptonurie is een recessieve eigenschap
Het ontstaat door een mutatie in het enzym dat homogentisinezuur
afbreekt
Welke biomoleculen bevat de kenmerken (genen die worden
doorgegeven)?
Chromosomen worden verdeeld over de dochtercellen tijdens celdeling
Hoe kunnen we cellen fractioneren?
Vertrekken van celmassa
Daarna maakt men een homogenaat
Mogelijkheden om dit te maken: Sonicatie (Hoge frequenties), Persen
door een gaatje (French Press), Detergent (Celmembraan oplossen en
openbreken), Stamper, Mixer
Cellen scheiden van elkaar
Aan de hand van Centrifugatie (Snel rond draaien, Centrifugale kracht)
Ontstaat van Pellet op de bodem van de proefbuis en Supernatant
1. Differentiële (ultra)Centrifugatie
1ste stap: cellen stuk gemaakt m.b.v. detergenten of door weefsels
mechanisch te breken
2de stap: homogenaat door filter om grote brokstukken te verwijderen
3de stap: Laag toerental middelpuntvliedende kracht wordt groter dan de
zwaartekracht, de grote organellen (zoals kern) zullen neerslaan in Pellet
4de stap: Supernatans aan een hoger toerental laten draaien →
Mitochondriën, Chloroplasten, lysosomen,... komen in de pellet terecht (term
ultra staatop hoge toerental = hoge g-kracht)