Transcriptie = DNA → RNA
Eerste stap in de genexpressie
RNA = Ribose Nucleic Acid
Suiker = Ribose
Base = Uracil, Adenine, Guanine, Cytosine
RNA is zeer instabiel door de OH op C2 en doordat er veel RNAsen zijn die
het RNA kunnen afbreken
Enkelstrengig maar er kunnen waterstofbruggen gevormd tussen delen van
het RNA
Verschillende soorten RNA: mRNA, rRNA, tRNA, miRNA, lncRNA (niet coderende
RNA)
, Welke RNA soort codeert voor de eiwitten: Boodschapper RNA
→ Vroeger dacht men dat rRNA codeert voor eiwitten
Experiment: Bepalen van welk soort RNA codeert voor eiwitten
→ Maakt gebruikt van Bacteriofagen
→ Bacteriën zijn besmet met bacteriofagen en zullen beginnen met andere
bacteriofagen te maken (DNA maken)
Besmetting van bacteriofaag → Induceert aanmaak van nieuwe ribosomen
die dan de eiwitten voor de opbouw van bacteriofagen aanmaakt
Ribosomen kan je zien in een densiteit centrifugatie (E.Coli stukmaken →
Inhoud in lysaat → Centrifugeren)
Eerste Conditie = E.Coli (Normaal Medium) + Bacteriofagen → Nieuwe
Ribosomen en eiwitten
Tweede Conditie = E.Coli (Medium met Zware Isotopen) + Bacteriofagen →
Nieuwe Ribosomen en eiwitten
Derde Conditie = E.Coli van de tweede conditie in een nieuw groeimedium
zetten (normaal)
Hun hypothese = Dan gaan alle ribosomen lichter zijn die geïnduceerd
worden door de bacteriofaag infectie (Hoogte van ribosomen in de densiteit
centrifugatie zou zoals de eerste conditie moeten zijn). De bacteriën worden
gemerkt via Fosfor 32 (zit in RNA en is radioactief) → Nieuw gevormde
RNA zou radioactief zijn
Waarneming = Het gevormde RNA is reactief. Maar het niveau van de
densiteit centrifugatie is hetzelfde als die van de tweede conditie.
CONCLUSIE = Er worden geen nieuwe ribosomen aangemaakt na een
bacteriofaag infectie