Eukaryoten
Eukaryoten: Veel verschillende celtypes die samen moeten leven
− Er is 1 genoom die instaat voor alle verschillende celtypes
1. Herhaling: De Promotor en Herkenning ervan door GTFs
Verschillende genen → Verschillende promotor die veel of weinig tot transcriptie komen → mRNA
→ Proteïnen
Regeling van transcriptie → Regeling van de hoeveelheid Proteïnen
GTF (General Transcription Factors) gaan RNA polymerase II activeren
− GTF zijn belangrijk om de sequenties van de promotor te helpen herkennen
− GTF (TFIIH, TFIID,...) zijn een subset van TF
− Redelijk algemeen: TF werkt voor veel genen
− TF zijn altijd nodig om de RNA polymerase II te activeren en de transcriptie te laten starten
→ Algemene term voor transcriptiefactoren, eiwitten die zich binden aan DNA om de
transcriptie van genen te reguleren.
− Ze binden aan DNA en zorgt dat histon losser wordt waardoor het klaar is voor transcriptie
TIC Complex is belangrijk voor de transcriptie want TFIIH fosforyleert de staart van RNA
polymerase II waardoor het actief wordt
2. Het eukaryote genoom: De Chromosomenkaart
− 6,6 miljard basenparen in een nucleus
− Streng van 2 meter lang in een kern van 2 micrometer → Op georganiseerde manier
− Mens: 23 paar chromosomen
Men heeft een WBC (Delen) genomen → WBC gaan we vergiftigingen → Dit gaat het cytoskelet van
de cel kapot maken
− Cytoskelet is belangrijk voor de celdeling om chromosomen uit elkaar te halen
− Hierdoor blijft de WBC hangen in Metafase
− Daarna maken we de WBC kapot → Chromosomen komen eruit en worden gekleurd
− Chromosomen kaart: van klein naar groot gerangschikt
Burkitt's Lymphoma = Er is een translocatie van chromosomen
, − Gen c-Myc verplaatst → Nu onder invloed van Zeer sterke promotor → Constante signalen
om te delen
3. Chromatine: Verschillende niveaus van Pakking
1. Heterochromatine: Donkere regio’s in de kern → Compacte vorm van DNA (Chromosome
structuren)
2. Euchromatine: Lichte regio’s in de kern → Open vorm van DNA (Beads on a String,
Solenoïde)
Verpakking: Beads on a String (Paternoster Structuur)
− Bolletjes die verbonden die met elkaar via een lijn
− DNA streng is exact twee keer gewikkeld rondom de histonen
NUCLEOSOOM = Histonen + 2 keer DNA (146 Basenparen) rond
gewikkeld
→ Dit is de basiseenheid van Chromatine
Afstand tussen twee nucleosomen = 50 Basenparen
Histon bestaat uit 2*(H2A, H2B, H3, H4) → Histone Octamer
→ Bestaat uit 1 korte Alpha helix → 1 lange Alpha helix → 1 korte Alpha
helix
De twee korte alfa helices liggen op de lange
→Twee Histone octameer komen op elkaar te liggen = HANDSHAKE = Passen perfect op elkaar
Histon-fold kunnen met elkaar interageren → Handshake
Handshake kunnen op hun beurt ook met elkaar interageren → Octameren
Nog Compactere Verpakking Structuur: 30 nm Solenoïde
Opstapelen van de histonen
De afstand van de solenoïde structuur is 30 nm
De Solenoïde gaat binden met de eiwitachtige matrix → Er
is een extra wikkeling
De afstand van deze structuur is 300 nm fiber
De 300 nm fiber wordt zelf nog gewikkeld (als een veer
structuur) → Afstand is 700 nm