,Effecten van demografische ontwikkelingen op de organisatie van de
gezondheidszorg en welzijnssector in Nederland:
Geboortecijfer: aantal bevallingen per 1000 personen per jaar.
Sterftecijfer (mortualiteit): aantal sterfgevallen per 1000 personen per jaar.
Vergrijzing
Rond 1970 nam het aantal geboortes duidelijk af stijging aandeel ouderen in
bevolking!
→ Bijna verdubbeling aandeel 75-plussers (van 3.7 naar 7%)
→ Forse krimp 20-minners (van 35,8 naar 23,6%)
Ouderen hebben gemiddeld genomen meer zorg nodig dan jongeren:
80-84-jarige >15.000 euro per jaar
20-24-jarige 2.000 euro per jaar
Nederland vergrijst meer zorg nodig. Tegelijkertijd wordt Ned. steeds rijker en
vragen wij om betere zorg. Zorg wordt duurder stijging zorguitgaven.
Ontgroening (‘groene druk’): relatieve afname van de leeftijdsgroep 0-19 jaar.
Het aantal geboortes is na het midden van de jaren 60 fors gedaald. Het nieuwe
gezin met 2 kinderen verdrong al snel het traditionele grote gezin. Sindsdien is het
gemiddeld aantal kinderen per vrouw verder gedaald. Hiertoe hebben aan
bijgedragen:
Verdergaande individualisering
Vrouwenemancipatie
Toenemende deelname vrouwen aan het arbeidsproces
Uitstel van geboorte 1ste kind
Het lage kindertal per vrouw heeft onder meer te maken met het ‘uitstelgedrag’ van
veel vrouwen.
2
,Levensverwachting
Ned. bevolking wordt steeds ouder, m.n. de groep 80-plussers en vooral vrouwen.
Ook aantal 100-plussers neemt toe.
Conclusie: meer ouderen (vergrijzing) en minder jongeren (ontgroening). Ouderen
maken toenemend met de leeftijd vaker gebruik van huisarts, specialist,
ziekenhuizen, medicijnen in vergelijking met jongere volwassenen.
Veel verzorgingshuizen zijn verdwenen/afgebouwd; beleid is dat ouderen langer
thuis wonen met ondersteuning en zorg thuis. Verschuiving van zorg naar de eerste
lijn, en de beweging om zorg zoveel mogelijk thuis en dichtbij huis te leveren.
Comorditeit: last hebben van 2 of meer aandoeningen.
Beroepen in de gezondheidszorg:
Medische beroepen: gericht op ziektes of afwijkingen m.b.t. het menselijk
functioneren, zowel fysiek als psychisch. Doel: herstel v.h lichaam tot gezonde
toestand. Wanneer dit nier mogelijk is, worden doelen bijgesteld, bijv. verzachten van
symptomen of voorkomen van verergering.
Paramedische beroepen
Curatief (genezend) en preventief gericht
Werkzaam in algemene zorg, eerstelijnszorg, ziekenhuizen, revalidatiecentra,
verpleeghuizen, verzorgingshuizen, onderwijs en bedrijven
Vaak een beroepseigen diagnostiek, behandeling en begeleiding op hun
terrein
Gericht op handhaving en herstel van gezondheidstoestand
3
, Verpleegkundige en verzorgende beroepen
Verplegen heeft als doel het ondersteunen en activeren van een zorgvrager als deze
door een ziekte, aandoening, beperking of de gevolgen hiervan niet meer in staat is
volledig voor zichzelf te zorgen. Er wordt gewerkt naar het draaglijk maken van de
ziekte/aandoening.
Verzorgen: het ondersteunen en stimuleren van de zorgvrager in zijn leefomgeving,
wanneer deze niet voldoende in staat is zichzelf volledig te verzorgen. Doel:
zorgvrager zoveel mogelijk (waar nodig) ondersteunen in de dagelijkse
levensbehoefte + in stand houden van kwaliteit van leven. Wensen van zorgvrager
worden gevolgd.
Vormen van zorgsettings
Intramurale zorg: verblijf van 24 of meer uur binnen de muren van een
zorginstelling. Geboden zorg bestaat uit begeleiding, verzorging en/of
behandeling.
Extramurale zorg: geboden zorg kan thuis worden gegeven. Intensieve zorg
en persoonlijke verzorging.
Semimurale zorg: tussenvoorziening; zorgvrager woont niet zelfstandig, maar
hoeft ook niet te worden opgenomen in zorginstelling. Bijvoorbeeld:
- Instellingen voor beschermd wonen zelfstandig wonen, hulp
wanneer nodig
- Deeltijdbehandeling in psychiatrische instelling (dus 1 dag(deel)
- Dagbesteding voor verstandelijk – of lichamelijk gehandicapte mensen
Kenmerk semimurale zorg: mensen wonen zelfstandig (of deels ondersteund), maar
overnachten niet in de instelling waar ze de zorg krijgen.
4