2.1– ECONOMISCHE DIMENSIE: WIE VAART ER WEL?
Om de welvaart in een land te meten kun je naar:
- BBP (BRUTO BINNENLANDS PRODUCT) = waarde van alle goederen en diensten die in een land worden
geproduceerd. Geeft aan hoe groot de economie in een land is.
Bnp (bruto nationaal product)= de waarde van alle goederen en diensten die in een jaar door de bevolking
worden geproduceerd.
Brp (bruto regionaal product)= waarde van alle goederen en diensten die in een regio worden geproduceerd.
Deze cijfers kunnen ook per hoofd van de bevolking worden bekeken, vaak gecorrigeerd voor prijsverschillen
(koopkrachtpariteit), om de koopkracht (=hoeveelheid goederen die een persoon kan kopen voor een
bepaalde hoevelheid geld) tussen landen te vergelijken. Daarbij tellen bijvoorbeeld buitenlanders die in
Nederland werken mee voor het bbp, maar niet voor het bnp. Nederlanders die in het buitenland werken tellen
bij het bnp wel mee maar niet bij bbp.
- INKOMEN (PER HOOFD), hierbij is het netto-inkomen van belang. Geld dat je overhoudt na belastingen.
- GINICOEFFICIENT/GINI-INDEX. Mate van ongelijkheid in inkomen of vermogen. Getal 0 staat voor
volkomen gelijkheid en 100 staat voor volkomen ongelijkheid. Word weergegeven in lorenx curver.
- VN ONTWIKKELINGSINDEX/HUMAN DEVELOPMENT INDEX (HDI): neemt kennis en volksgezondheid
mee. Kennis is analfabetisme en aantal jaren dat mensen onderwijs hebben gevolgd. Gezondheid is
levensverwachting na geboorte.
- ECONOMISCHE ONTWIKKELING:
- Verdeling van de werkenden over de economische sectoren= beroepsbevolking.
Primaire sector: winning van grondstoffen. Secundaire sector: Verwerking van grondstoffen. Tertiare sector:
diensten/economische sector. Bedrijven en winkels. Eerst zit een land in primaire sector -> secundaire sector ->
tertiaire sector, dit proces is de-industrialisatie. En de welvaart stijgt.
- Aandeel van economische sectoren in het bbp. Geeft beeld van het economische belang van de sectoren.
- Gegevens over import, export en buitenlandse investeringen.
Bbp, brp en bnp zijn niet altijd erg betrouwbaar. Gegevens verzamelen is moeilijk, in bijv de informele sector.
Banen zijn niet officieel geregistreerd, dus inkomen word niet meegenomen in cijfers. Het neemt ook geen
regionale ongelijkheden mee, want het is een gemiddelde.
Je kunt landen indelen op basis van centrum-periferie model.
West-Afrika behoort tot periferie. Binnen dit gebied zitten meer en minder welvarende landen. En informele
sector is groot. West-Afrikaanse landen zijn lang kolonie gebleven, en daarna afhankelijk van bedrijven uit
centrumlanden. Export is te eenzijdig op een of enkele producten gericht, en is kwetsbaar. Bij slecht weer en
plantenziekten. Doordat de VS katoenboeren gingen substidiëren was de West-Afrikaanse katoen relatief duur.
Moeilijk om te concurreren.
Sinds een tiental jaren invensteren China, de EU en de VS in landen in Afrika. China investeert in transport en
communicatie, dienstensector, landbouw en winning van hulpbronnen.
2.2– POLITIEKE DIMENSIE: WIE HEEFT DE MACHT?
Politieke kenmerken:
- GEOPOLITIEKE PLAATS. Hoe een land de samenwerkingsverbanden met andere landen zijn, zoals binnen
militaire groepen (NAVO) of economische groepen (EU en OPEC), laat zien welke invloed het land in de wereld
heeft en hoe het zijn positie wil versterken. Met een goede geopolitieke positie kan een land zijn eigen
belangen beter verdedigen, zoals veiligheid, economische groei en toegang tot grondstoffen. G20 is
samenwerkingsverband van politieke en economisch machtige landen en vertegenwoordigt 85% van wereld-