Grondslagen van het recht
Natuurrecht
Deze denkers geloven dat recht voortvloeit uit een hogere orde en zoeken
naar universele, onveranderlijke maatstaven voor rechtvaardigheid.
Socrates: Hij bestreed de Sofisten door te stellen dat
‘rechtvaardigheid’ niet subjectief is. Hij zocht via de rede naar de
essentie van begrippen. Hij geloofde dat wie het goede kent, ook het
goede doet (intellectualisme).
Plato: Introduceerde de Ideeënwereld. De fysieke wereld is slechts
een zwakke afspiegeling van de ‘ware werkelijkheid’. Recht moet
altijd getoetst worden aan deze ideale, onzichtbare begrippen.
Aristoteles: Grondlegger van de Teleologie. Alles in de natuur heeft
een innerlijke doelgerichtheid (telos). Het natuurrecht is gebaseerd
op de menselijke natuur en de rede.
Thomas van Aquino: God is de bron; de mens vindt het
natuurrecht via de rede. Het natuurrecht geldt altijd en overal en
dient als toetssteen voor menselijke wetten.
Stace: Valt het moreel relativisme aan. Hij stelt dat als moraal
slechts ‘smaak’ is, de begrippen morele vooruitgang en morele
fouten betekenisloos worden.
Lon Fuller: Modern natuurrecht. Hij focust op de interne moraliteit
van het recht. Een systeem is pas ‘recht’ als het voldoet aan 8
procedurele eisen (bijv. wetten moeten begrijpelijk zijn en niet met
terugwerkende kracht gelden).
Ronald Dworkin: Een ‘bruggenbouwer’. Recht bestaat niet alleen
uit regels, maar ook uit beginselen zoals rechtvaardigheid en
billijkheid. Een rechter moet altijd op zoek naar het moreel beste
antwoord.
Relativisme
Natuurrecht
Deze denkers geloven dat recht voortvloeit uit een hogere orde en zoeken
naar universele, onveranderlijke maatstaven voor rechtvaardigheid.
Socrates: Hij bestreed de Sofisten door te stellen dat
‘rechtvaardigheid’ niet subjectief is. Hij zocht via de rede naar de
essentie van begrippen. Hij geloofde dat wie het goede kent, ook het
goede doet (intellectualisme).
Plato: Introduceerde de Ideeënwereld. De fysieke wereld is slechts
een zwakke afspiegeling van de ‘ware werkelijkheid’. Recht moet
altijd getoetst worden aan deze ideale, onzichtbare begrippen.
Aristoteles: Grondlegger van de Teleologie. Alles in de natuur heeft
een innerlijke doelgerichtheid (telos). Het natuurrecht is gebaseerd
op de menselijke natuur en de rede.
Thomas van Aquino: God is de bron; de mens vindt het
natuurrecht via de rede. Het natuurrecht geldt altijd en overal en
dient als toetssteen voor menselijke wetten.
Stace: Valt het moreel relativisme aan. Hij stelt dat als moraal
slechts ‘smaak’ is, de begrippen morele vooruitgang en morele
fouten betekenisloos worden.
Lon Fuller: Modern natuurrecht. Hij focust op de interne moraliteit
van het recht. Een systeem is pas ‘recht’ als het voldoet aan 8
procedurele eisen (bijv. wetten moeten begrijpelijk zijn en niet met
terugwerkende kracht gelden).
Ronald Dworkin: Een ‘bruggenbouwer’. Recht bestaat niet alleen
uit regels, maar ook uit beginselen zoals rechtvaardigheid en
billijkheid. Een rechter moet altijd op zoek naar het moreel beste
antwoord.
Relativisme