Ouderenpsychologie
Inhoudsopgave
College 1 - Ouder worden, ouderenzorg en sociale netwerken (11 april 2026) 2
College 2 14
College 3 Seksualiteit 25
Deel 2 – Tinneke Roelof 31
College 4 37
College 5 48
College 6 61
College 7 & 8 70
College 9 88
College 10 99
College 11 + 12 104
College 9 115
1
,Collegejaar 2026 – Hale
College 1 - Ouder worden, ouderenzorg en sociale netwerken (11 april 2026)
Leerdoelen:
1. De demografische begrippen ontgroening, vergrijzing en dubbele vergrijzing omschrijven en uitleggen in eigen woorden wat
de consequenties hiervan zijn op het niveau van individuen en op het niveau van de samenleving.
2. De organisatie van de ouderenzorg in Nederland uitleggen.
3. Beargumenteren waarom er in een situatie sprake is van leeftijdsdiscriminatie (herkennen) en uitleggen wat de schadelijke
gevolgen daarvan zijn.
4. Een oplossing bedenken om leeftijdsdiscriminatie in een specifieke situaties te voorkomen.
5. In eigen woorden het verschil uitleggen tussen sociale isolatie en eenzaamheid en tussen emotionele en sociale
eenzaamheid. De student kan dit illustreren met voorbeelden
6. Een interventie of plan ontwerpen om een oudere met een specifiek probleem in het domein van sociale isolatie of
eenzaamheid te helpen.
7. In eigen woorden uitleggen wat mantelzorg is en hoe dit verschilt van vrijwilligerswerk.
8. De drie fasen van het mantelzorgproces beschrijven en illustreren met eigen voorbeelden.
9. De drie algemene kenmerken noemen van interventies gericht op het voorkomen van overbelasting van
mantelzorgers.
Begrippen:
- Gerontologie = studie van het ouder worden en de ouderdom: lichamelijk, psychologisch, sociaal & existentieel
- Ouderenpsychologie = studie van de psychologische fenomenen bij het ouder worden en de ouderdom: gedrag, emoties,
cognitie, competenties
- Klinische ouderenpsychologie = past psychodiagnostiek en psychotherapeutische behandelingen van ouderen met
psychische klachten en stoornissen
Wanneer is iemand een oudere? → Gebruik ouderen ipv bejaarden
- Biologische leeftijd
- Lichamelijke en mentale gezondheid
- Temperament en persoonlijkheid
- Levensgeschiedenissen
- Cohortverschillen (omstandigheden van opgroeien)
- Actief en sociale integratie
- Familiale toestand
- Culturele en religieuze achtergronden
- ....
• “Men is zo oud als men zich voelt”
Vier levensfasen
1. Van baby tot adolescent
2. Volwassen
3. Gepensioneerd
4. Beperkingen
Positieve gezondheid
- Gezondheid = afwezigheid van ziekte of beperkingen
• Je kunt gezond zijn en je gezond voelen ondanks allerlei beperkingen
- Brede kijk op gezondheid
- Het vermogen om om te gaan met lichamelijke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven
Oud worden vs. Oud zijn
Iedereen hoopt oud te worden, maar niemand heeft zin in oud zijn. We associëren oud zijn met
beperkingen en afhankelijkheid (negatief beeld). Voor de samenleving als geheel is ouder worden wel
een probleem
- Oud worden vindt niemand erg om te horen, oud zijn wel
Leeftijdsdiscriminatie
- Er wordt een algemeen beeld op iemand geplakt
- Stereotyperend
• Na 1985: Grenzeloos, digital, screenagers, millenials, achterbank, knip en plak, media, Y
• 1956-1970: verloren generatie, Nix, X
- Oude definitie:
• “Ageism is the prejudice by one age group toward other age groups” Butler 1969
• “Ageism is a process of systematic stereotyping and discrimination against people because they are old, just as racism and
sexism accomplish this for color and gender” Butler 1975
- Nieuwe definitie noodzakelijk, omdat:
• Leeftijd is ook een sociaal construct
• Creëert een wij – zij gevoel
• Vergelijking met racisme en seksisme klopt niet
• Nodig uit tot stereotypering bv door het woord ‘elderly’ (voelt als het woord ‘bejaarde’)
• Doet geen recht aan de complexiteit van het concept
- Defenitie:
o “Ageism is the prejudice by one age group toward other age groups” Butler, 1969
o “Ageism is a process of systematic stereotyping and discrimination against people because they are old, just as
racism and sexism accomplish this for color and gender” Butler, 1975
Nieuwe definitie: Ageism is defined as negative or positive stereotypes, prejudice and/or discrimination against (or to the advantage of)
elderly people on the basis of their chronological age or on the basis of a perception of them as being ‘old’ or ‘elderly’. Ageism can be
implicit or explicit and can be expressed on micro, meso- or macro-level.” (Iversen, Larsen, Solem, 2009)
2
,Collegejaar 2026 – Hale
Kenmerkend voor nieuwe defenitie:
o Cognitieve, affectieve en gedragscomponenten
o Positieve en negatieve aspecten
o Bewust en onbewust
o Diverse niveaus (micro, meso, macro)
Casus mevrouw van den Broek
Voorbeeld tentamenvraag vorig jaar
Er is in deze situatie sprak van leeftijdsdiscriminatie
a) Leg uit waarom er sprake is van leeftijdsdiscriminatie
• Ze zou niet snel kunnen schakelen
• Dat haar kennis verouderd zou zijn
• Dat ze technologisch niet vaardig is
• Vooroordelen: dat mevr. Niet digitaal vaardig zou zijn en niet snel zou kunnen schakelen
b) Leg uit hoe leeftijdsdiscriminatie in deze situatie verminderd kan worden
• Een kans geven door haar te laten doen
• In gesprek gaan en dan checken of je vooroordelen waar zijn
• Bij de beoordelaars het besef van mogelijkheid tot leeftijdsdiscriminatie voorleggen/ naar voren brengen
• Positieve kanten die met het ouder worden gaan benadrukken
• Leeftijd wegstrepen en iemand op kwaliteiten beoordelen
o Gevolgen:
• Versterkt tegenstellingen tussen jong en oud (creeert een wij-zij gevoel).
• Beïnvloedt hou ouderen over zichzelf denken, wat hun gezondheid en welzijn schaadt.
• Kan leiden tot overmatige zorg, betutteling of uitsluiting, bijvoorbeeld door sageisme
(positieve vooroordelen over ouderen).
- Let op dat er uit deze casus niet te achterhalen is of deze mevrouw helemaal geschikt is of niet. Er is meer informatie nodig
Demografie:
- Demografische druk: verhouding tussen niet- werkende deel van de bevolking en het werkende deel van de bevolking
- Groene druk: verhouding tussen het aantal 0-20 jarigen en het aantal 20-65 jarigen
- Grijze druk: Verhouding tussen het aantal 65-plussers en het aantal 20-65 jarigen
→ Aanwas van jongeren is kleiner
→ Oudere groep is veel groter
→ Dus er is geen bevolkingspiramide meer
- Ontgroening = aandeel jongeren wordt kleiner; naar verhouding verhouding worden er minder kinderen geboren,
- Vergrijzing = aandeel ouderen wordt groter in de samenleving
3
, Collegejaar 2026 – Hale
- Dubbele vergrijzing = groter aandeel van hoog leeftijd ouderen, hoge leeftijd onder ouderen neemt toe, aandeel van 80/85-
plussers wordt groter
- Grijze druk = Verhouding tussen aantal mensen van 65+ en het aantal mensen tussen 20-65 jaar
▪ verhouding tussen 65+ en beroepsbevolking werkende (20-65) ongunstiger, minder mensen moeten
voor meer mensen zorgen.
▪ De term "grijze druk" verwijst naar de toenemende verhouding van ouderen ten opzichte van de
werkende bevolking. Dit fenomeen heeft niet alleen economische en sociale implicaties, maar
beïnvloedt ook de ouderen zelf in hoe zij hun rol en waarde in de samenleving zien.
- Oldest Old Support Ratio = Hoeveel mensen er in staat zijn om mantelzorg te leveren aan 1 hoogbejaarde (85+/50-75) per
jaar. Dit gaat niet over hoeveel mensen zorg daadwerkelijk verleend, maar hoeveel er beschikbaar zijn.
o Aantal in de leeftijdsklasse 50 tot 75 gedeeld door het aantal mensen van 85 jaar en ouder
o Hoeveel mensen zijn er beschikbaar om als mantelzorger te werken
Consequenties van deze ontwikkeling is dat er meer problemen en zorgvragen zijn. Door de demografische ontwikkelingen werkte in
2019 16% in de zorg. In 2030 zou 20% in de zorg moeten werken en in 2040 25% in de zorg moeten werken
Nu:
• 1 op de 21 mensen is 80+
• 1 van de 6 werknemers werkt in de zorg
• 13% nationale inkomen gaat naar zorg
2040
• 1 op de 12 mensen 80+
• 1 op de 4 werknemers werkt in de zorg
• 19-21% nationale inkomen gaat naar zorg
Dus:
o Toename aantal zorgvragen
o Toename complexiteit zorgvragen
o Transitie is noodzakelijk
Nederlandse ouderenzorg
• Hoge kwaliteit!
• Onhoudbaar vanwege demografie en economie
• In de toekomst zal het lastig zijn om deze standaard te behouden
• Transitie is noodzakelijk
Bespreek in 3 tallen:
➔ Welke problemen moeten opgelost worden?
➔ Welke oplossingen zie je?
Welke problemen moeten opgelost worden en welke oplossingen zie je?
• Preventie (vanaf jonge leeftijd) om zorgvraag te voorkomen; ouderen leren voorbereiden op het
kwetsbaar worden
• Zorgen dat personeel naar de zorg gaat, bv met zorgplicht (bv studenten en ouderen), vergoeding
voor mantelzorg. Echter blijkt uit de demografische gegevens dat er steeds minder mensen zijn die
kunnen zorgen tov de mensen die verzorgd moeten worden
• Mix woningen van ouderen en studenten
Organisatie Nederlandse ouderenzorg:
Financiering van ouderenzorg: 3 belangrijke stromingen:
1. Zorgverzekeringswet (zvw)
▪ We maken hier allemaal gebruik van
▪ Gaat om huisarts, ziekenhuiszorg, specialistische zorg etc.
2. Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)
▪ Gaat over lichtere zorg, bijv. huishoudelijke ondersteuning.
▪ Wordt door gemeente uitgevoerd (je meld je dus bij de gemeente en die bepalen waar je recht op hebt)
3. Wet Langdurige zorg (WLZ)
▪ Vooral voor mensen die meer intensieve zorg nodig hebben
▪ Vaak verleend aan mensen die in een verpleeghuis/verzorgingshuis zitten (hoeft niet zo te zijn).
▪ Wordt door een zorgkantoor uitgevoerd (dit is een orgaan die bij een zorgverzekering zit)
▪ Indicatie zorg zwaarte pakket
• Binnen WLZ werken ze met: zorg zwaarte pakketten
▪ Vroeger met pakket 4 het verpleeghuis in
▪ Tegenwoordig met pakket 5 in verpleeghuis, dat betekend dat de
intensiteit is zwaarder
Overheidsbeleid in samenspraak met het veld:
De overheid probeert steeds meer in samenwerking met het veld te doen, dit veld bestaat zowel als zorgaanbieders (diverse afkomst)
als met (potentiële) cliënten. Ze proberen dus in de samenleving draagkracht daarin te organiseren.
➔ WOZO (2022) : Wonen Ondersteuning en Zorg voor Ouderen
4