Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Case uitwerking

Studievragen Formeel Strafrecht | EUR | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
31
Cijfer
7-8
Geüpload op
21-05-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit document bevat de alle uitgewerkte studievragen van het college jaar 2025/2026 (m.u.v. werkgroep 1 door ziekte).

Voorbeeld van de inhoud

Week 2

Casus De woning aan de Essenburgstraat
De politie ontvangt in de maand februari meerdere meldingen uit de wijk over een sterke
henneplucht rondom een rijtjeswoning aan de Essenburgstraat te Rotterdam.
Verschillende buurtbewoners melden ook dat er regelmatig korte bezoeken plaatsvinden
— personen die slechts één à twee minuten binnen zijn en dan weer vertrekken. Het pand
staat op naam van een woningbouwvereniging en blijkt te worden verhuurd aan Tobias
van
K., een 29-jarige man zonder bekend strafblad.
Besloten wordt om meer te surveilleren in de wijk om te zien of er iets wordt
waargenomen.
Op een avond rijdt een surveillance-eenheid van de politie door de Essenburgstraat. De
politieagenten zien een man het huis binnenlopen en binnen één minuut weer vertrekken.
Zij houden hem staande en treffen bij hem een klein zakje cocaïne aan. De man verklaart
dat hij “net iets heeft gehaald bij Tobias”. Hij weigert verdere uitleg te geven.

a. Hoe kan het surveilleren van de politieagenten in de Essenburgstraat worden
gekwalificeerd/aangeduid? Terug naar week 1: is er sprake van opsporing? Zo ja, artikel 1
Sv bepaalt dat strafvordering enkel plaatsvindt ‘bij wet voorzien’, is deze
opsporingsmethode ‘bij wet voorzien’?
Er is hier sprake van opsporing, art. 132a Sv. Op grond van art. 141 Sv en art. 3 Politiewet en
valt onder de algemene politietaak. Er is hier sprake van art. 12 Sv het gaat hier om
strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, ze gaan kijken of er een strafbaar feit is
gepleegd. Er is dus geen losse bevoegdheid voor door de straat rijden in het wetboek van Sv,
omdat het niet een hele ingrijpende bevoegdheid is, het maakt geen inbreuk op rechten.

b. Kan de man rechtmatig worden staande gehouden door de politieagenten op het
moment dat hij het huis uitkomt?
Art. 52 SV stelt dat iedere opsporingsambtenaar bevoegd is om de identiteit van iemand vast
te stellen. Art. 27 Sv verdachte begrip, voor het staande houden moet er sprake zijn van een
verdachte. De man is een verdachte, want er is een melding geweest van mogelijke
drugshandel waarna de man wordt gezien in dat huis snel, er is dus een redelijk vermoeden
van schuld. De man kan dus staande worden gehouden.

c. Hoe kunnen zij dit zakje cocaïne rechtmatig bij de man hebben aangetroffen?
Art. 56 Sv is een mogelijkheid, maar dit gaat al verder dus is hier niet echt van toepassing.
Hiervoor moeten er namelijk ernstige bezwaren zijn, er moet meer zijn dan een gewone
verdenking, bijvoorbeeld als er aangifte is gedaan, meerdere getuigenverklaringen zijn of er
een heterdaad is. Art. 95 Sv is een mogelijkheid. Art. 9 lid 2 Opiumwet (blz 3893) is ook een
mogelijkheid, dit is een bijzondere wet en heeft vaak bredere mogelijkheden, in dit artikel
staat dat er niet een OvJ nodig is dat het kan ter plekke en het niet uit maakt in welke fase
we zijn, iemand aan zijn kleding worden doorzocht. Let wel op dat het moet gaan om een
Opiumfeit. Art. 9 lid 3 Opiumwet is ook een optie, dit is de zogenaamde bevoegdheid om
uitlevering van bepaalde spullen te vorderen aan iemand.

,Op basis van bovenstaande bevindingen raadpleegt de politie het regionaal
informatiesysteem. Daaruit blijkt dat het adres al twee keer eerder is genoemd in MMA-
meldingen (meld misdaad anoniem) over mogelijke drugshandel.
De volgende dag starten opsporingsambtenaren een korte observatie. Ze zien gedurende
twee uur vier bezoekers het pand in- en uitgaan. Tobias wordt niet gezien. Na staande
houden van deze personen worden elke keer dezelfde pillen aangetroffen. De politie besluit
dat er voldoende aanwijzingen zijn voor handel in harddrugs, een misdrijf onder artikel 2
onder B jo. Artikel 10 lid 4 Opiumwet.

d. Op grond van welke bevoegdheid zal deze observatie plaatsvinden?
Art. 126g is niet van toepassing, want er wordt een ernstige inbreuk gemaakt op iemands
recht op privéleven, je gaat iemand vaker observeren en gaat soms zelfs mee met een
verdachte, dit duurt ook lang. Dit is dus veel zwaarder dan twee uur bij een huis staan, stel
de politie had het vaker gedaan en ook met camera’s dingen opnemen enz. kan het
uiteindelijk wel stelselmatige observatie worden. In dit geval valt het over art. 3 Politiewet jo.
art. 12 Politiewet.

e. Kunnen de politieagenten de woning betreden om Tobias aan te houden?
Art. 55 lid 2 Sv geeft de algemene bevoegdheid, politieagenten kunnen hier elke plaats
betreden, dus ook een woning (als een woning wordt uitgezonderd staat dit erachter). Je
hebt als opsporingsambtenaar wel een machtiging op grond van de AWBI (XX.3 blz 4217) art.
2 (algemene wet op binnentreden blz 4217). Het binnentreden de grondslag ligt in Sv, maar
je hebt ook een machtiging nodig. Dus niet op je tentamen: binnentreden mag op grond van
AWBI. Voor aanhouding hebben we art. 53/54 Sv. Art. 9 lid 1 sub b Opiumwet is hier ook van
toepassing, op grond van dit artikel heeft de politie een ruime bevoegdheid om
binnentreden, hier is ook een machtiging nodig. Er is dus een mogelijkheid via art. 55 Sv en
art. 9 Opiumwet. Het is wel makkelijker via de Opiumwet, omdat die bevoegdheid ruimer is.

De opsporingsambtenaren besluiten dat ze het pand niet alleen willen betreden om Tobias
van K. aan te houden, maar dat ze het pand direct willen doorzoeken, omdat zij vrezen dat
Tobias drugs, geld en administratie in de woning bewaart. Een van de agenten stelt voor om
“gewoon aan te bellen en binnen te stappen als Tobias opendoet”. Er wordt overwogen om
de hulpofficier van justitie te raadplegen, maar ook om een machtiging van de officier van
justitie te vragen.

f. Mogen opsporingsambtenaren de woning van Tobias doorzoeken met het oog op
verzamelen van bewijsmateriaal?
Art. 110 Sv en art. 97 Sv (belangrijke reden om iets te doorzoeken, waardoor bevel niet kan
worden afgewacht). In deze casus is het niet heel dringend om nu naar binnen te gaan. Als de
RC binnen gaat treden op grond van art. 110 Sv heeft hij geen machtiging nodig, want RC is
uitgezonderd in art. 2 AWBI. (OvJ heeft wel machtiging nodig, want dit is een
politieambtenaar)

Net op het moment dat de politie telefonisch overleg wil voeren, verschijnt Tobias zelf bij de
woning. Tobias ziet de agenten staan en gaat snel naar binnen. De politie is bang dat hij in de
woning mogelijk bewijs gaat vernietigen of verplaatsen.

,g. Zijn er alternatieve mogelijkheden voor de opsporingsambtenaren als zij niet over willen
gaan tot doorzoeken?
Art. 96 lid 2 Sv  het bevriezen van de situatie.

Extra vragen:

Waar maakt het professioneel verschoningsrecht een uitzondering op?
A. op de plicht om, indien opgeroepen, ten overstaan van de rechter een getuigenverklaring
af te leggen.
🡪 art. 218 Sv (Artsen (vallen ook psychologen onder), notarissen, advocaten, notarissen
soms journalisten art. 218a Sv) (je hebt ook familie die niet hoeft te verklaren maar dat is
weer anders verschoningsrecht). Art. 272 Sr staat dat je je geheimhoudingsplicht niet mag
doorbreken. Soms mag deze worden onderbroken als er echt gevaar dreigt voor de
samenleving. Deze groepen hebben geheimhoudingsplicht en daarom hebben ze ook
verschoningsrecht.

Geef aan in hoeverre en onder welke voorwaarden doorzoeking van de huisartsenpraktijk,
gezien het beroepsverschoningsrecht van Silvius, mogelijk is.
Is inbeslagneming van de administratie mogelijk?
Er mag doorzoeking plaatsvinden op grond art. 110 Sv of art. 97 Sv (we stellen het gelijk aan
een woning), de RC is hier dus ook expliciet nodig. Dan gaan we naar art. 98 Sv daarin staat
welke spullen. Als er redelijke twijfel is over of iets wel of niet onder de
geheimhoudingsplicht valt of als de verdachte zich verschuild achter de
geheimhoudingsplicht, kan de RC daarvan afwijken. De arts kan in bezwaar bij RC en de arts
kan ook nog beslag indienen bij de instantie waar de zaak dient art. 98 lid 3 en 4. En alleen
als daarop allemaal is beslist kan de informatie worden ingezien. Art. 98 lid 5, doorzoeking
kan ook plaatsvinden als er wordt gezocht naar voorwerpen die zijn gebruikt bij een strafbaar
feit, deze kunnen nooit worden beschermd.

In hoeverre is het beroepsverschoningsrecht van de advocaten bij het vorderen van (grote)
digitale gegevens verzekerd?
Er hoort hier geen artikel bij. De RC zou hier de leiding hebben. De filtering van de informatie
die onder de geheimhoudingsplicht zal worden gedaan door de RC. Omdat het vaak grote
data hoeveelheden zijn, wordt dit vaak ook gedaan door politieambtenaren die onder leiding
van de RC staan. Als er toestemming wordt gegeven voor inzien, is er geen probleem (dit kan
bij verschoningsrecht). (Vroeger OvJ, maar dat is geen rechtelijke instantie, mag dit niet meer
doen)

Welke knelpunten kunnen worden geïdentificeerd bij het gebruik van deze
communicatiemiddelen vanuit het perspectief van de waarborging van het
verschoningsrecht?
Bij grote hoeveelheden data kan dat er onverhoopt toch iets beland in het onderzoek wat
daar niet mag zijn, omdat er zoveel data is. Daarnaast is het ook lastig om te zien als de
advocaat een versleutelde telefoon gebruikt, het niet altijd duidelijk is dat dit een advocaat
is. (Log Klas Krijt bij Sander)

Art. 126aa geldt niet meer.

, Week 3

Casus – Demonstratie in Zonnedaal

Op een zaterdagmiddag vindt in Zonnedaal een onaangekondigde klimaatdemonstratie
plaats. Een groep demonstranten blokkeert de weg naar een distributiecentrum. De politie
vordert herhaaldelijk dat de demonstranten zich verwijderen. De meeste aanwezigen
gehoorzamen, maar David, een 23-jarige student sociologie, blijft samen met Juan, een 22-
jarige student bestuurskunde, op de weg zitten. David en Juan worden aangehouden wegens
het niet voldoen aan een ambtelijk bevel (art. 184 Sr).
In de rugzak van David wordt een zelfgemaakte rookbom gevonden. David verklaart dat het
alleen voor een visueel effect bedoeld was. De officier van justitie besluit het
explosievendelict niet te vervolgen en laat David weten dat hij enkel zal worden gedagvaard
voor het niet opvolgen van het bevel.
Enkele weken later ontvangt David het dossier. Tijdens de zitting beroept hij zich op zijn
demonstratierecht en stelt dat het bevel disproportioneel was. Inmiddels is een aanvullend
deskundigenrapport toegevoegd waaruit blijkt dat de rookbom aanzienlijk gevaar had
kunnen opleveren. De officier van justitie wil naar aanleiding hiervan David alsnog vervolgen
voor het voorhanden hebben van een explosief. David’s advocaat maakt bezwaar en verwijst
naar de beginselen van een behoorlijke procesorde.
Juan wordt niet gedagvaard, maar krijgt een strafbeschikking van 350 euro uitgevaardigd
voor het niet voldoen aan het ambtelijk bevel. Hij betaalt de boete en gaat ervan uit dat de
zaak is afgehandeld. De directeur van het distributiecentrum is het hier niet mee eens en wil
dat het OM strenger optreedt tegen de demonstranten. Het OM besluit om Juan alsnog te
dagvaarden.

a) Bespreek gemotiveerd wat het vervolgingsmonopolie betekent en wat het
opportuniteitsbeginsel betekent. Bespreek vervolgens hoe deze twee beginselen zich tot
elkaar verhouden.
Het vervolgingsmonopolie houdt in dat alleen het OM bevoegd is tot vervolging. Dit
monopolie is niet absoluut art. 257b Sv. Het opportuniteitsbeginsel houdt in dat het een
keuze is om te vervolgen art. 167 Sv lid 2 (vervolgen initiële beslissing) en art. 242 SV (verder
vervolgen).

b) Welke vervolgingsbeslissingen komen in deze casus naar voren?
1. strafbeschikking
2. geen vervolging voor het explosievendelict
3. alsnog vervolging voor het explosievendelict
4. dagvaarding David
5. alsnog dagvaarden van Juan na betalen strafbeschikking

c) Kan David worden gedagvaard?
Voor art. 184 Sv kan hij gewoon worden gedagvaard. Er is geen vervolgingsbeletsel.
In beginsel kan David niet opnieuw worden gedagvaard, maar omdat er nu nieuwe gronden
zijn, kan het wel.

Documentinformatie

Geüpload op
21 mei 2026
Aantal pagina's
31
Geschreven in
2025/2026
Type
Case uitwerking
Docent(en)
Verschillend per werkgroep
Cijfer
7-8

Onderwerpen

€8,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
Studievragen + jurisprudentie Formeel strafrecht
-
2 2026
€ 10,99 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
gwenroelofs Erasmus Universiteit Rotterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
30
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
22
Laatst verkocht
3 dagen geleden

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen