Epidemiologie vallen
• 65+ - 30% kans om minimaal 1 keer per jaar te vallen
• Een eerdere valpartij is grootste risicofactor voor een volgende valpartij
• 10% valpartijen: fractuur, ernstige verwonding
• 1% valpartijen: heupfractuur
• Verhoogde mortaliteit: 20 doden per dag door valpartijen
Verschuiving
RTC = hoge impact vallen afname
Lage impact vallen (< 2 meter) toename
→ minder trauma helikopters & meer rollators
Pathofysiologie
Het systeem gaat langzaam achteruit → compensatiestrategieën om niet te vallen (subtiel, geleidelijk,
onbewust) → lang actief zonder vallen → tot compensatiemechanismen langzaam afnemen → vallen
topje ijsberg: eerste symptoom van een dieper onderliggend probleem
Risicofactoren college
• Eerdere val (!!!)
• Hoge leeftijd
• Lage extremiteit/bovenbenen minder kracht
• Balansstoornissen
• Problemen met lopen → loopsnelheid < 0.8 meter/seconden is afwijkend
• Verminderde ADL
• Gebruik hulpmiddelen
• Visuele problemen
• Gehoorproblemen
• Medicatie
• Polyfarmacie
• Orthostatische hypotensie
• Artritis
• Cognitieve verstoring
• Depressie
Sarcopenie
= leeftijdsgebonden (vanaf ongeveer 40 jaar) progressief verlies van
spiermassa/spierfunctie/spierkwaliteit, omdat spiervezels vervangen worden door vet
- BMI kan gelijk blijven
Klinisch beeld: spierzwakte (vooral proximaal), verminderde loopsnelheid, moeite opstaan uit stoel,
vermoeidheid, < handknijpkracht → verhoogd risico vallen – DD
- Cachexie: ziektegebonden
- Sarcopenie: leeftijdsgebonden
- Myopathie: vaak verhoogd CK, snellere progressie
- Polyneuropathie: distaal > proximaal
- Depressie: geen objectieve spierzwakte, psychische symptomen
Wederzijdse beïnvloeding
Spieren zijn nodig om te bewegen
Beweging is nodig voor spieropbouw
→ bij periode van bedrust → beweging neemt af → spiermassa/spierkwaliteit neemt af → minder
bewegen – vicieuze cirkel, hierdoor
- Kan plots fout gaan
- Kan lang bestaand zijn
,Betrokken systemen
Naast spieren heb je ook andere dingen nodig om te bewegen: vestibulair systeem, gehoor, visus,
hersenen, zenuwstelsel, cardiovasculair, pulmonaal
→ bij ouder worden kan er in deze systemen steeds meer fout gaan, zonder dat het klinisch manifest
is (door compensatie mechanismen) → gehoorproblemen, cataract, neuropathie (verminderde
reactiesnelheid), sarcopenie, artrose, atherosclerose, beroerte, pijn, medicatie
Interactie
• Perceptie/taak = besef wat je aan het doen bent + welke taak je moet uitvoeren – valangst
• Systeem: gehoorproblemen, visusproblemen, stemmingsproblemen, cognitie,
syncope/duizeligheid/epilepsie, polyneuropathie, sarcopenie, artrose, beroerte,
atherosclerose, orthostase, aritmie, pijn, medicatie, alcohol, schrikken, struikelen/uitglijden,
dubbele taken
• Omgeving: tapijten/tegels, glad oppervlak, trap/ladder, verkeer, weer, afleiding
• Performance/beweging = het gedrag waarin de 3 systemen zich uiten
Vallen = falen van de compensatiestrategieën waardoor je niet meer optimaal beweegt → deze
compensatiestrategieën kunnen op elk van deze 4 systemen invloed hebben
Voorbeeld 1: schaatser, compensatiemechanismen:
Perceptie: angst om te vallen
Systeem
- Voeten uit elkaar → base of support vergroten
- Voorover buigen → lichaamszwaartepunt dichter bij grond (< hoogte)
- Naar voeten kijken → visuele controle, compensatie minder proprioceptie
- Abductie armen → compenseren voor balansproblemen
Omgeving: glad ijs ipv normale grond
Voorbeeld 2: op telefoon tijdens het fietsen
Perceptie: dubbele taak → cognitieve overload
Systeem: langzamer fietsen, omdat je door de overload 1 van de taken minder goed gaat uitvoeren
(“het fietsen”) → in spreekkamer: systemische problemen onderscheiden door dubbele taak geven
Klinisch redeneren
Anamnese
• Perceptie: valangst of juist overmoedig
• Systeemanamnese: brede tractusanamnese
• Val(incident)anamnese: omgevingsfactoren die bij de val betrokken waren
• Mobiliteitsanamnese: welke bewegingen in “normaal” leven (fietsen, trappen)
Lichamelijk onderzoek
• Compensatie
• Systeem
• Taak/omgeving: waardoor je het systeem in andere werkpunten brengt
• Performance/valgevaar: bepaalt beleid & hoe dringend het is
,Observatie
• Gangspoor: breedbasisch (balansprobleem)
• Armswing: abductie armen (balansprobleem)
• Romp/gewichtsrotatie: romp moet stabiel zijn bij draaien
• Balans/coördinatie: romberg, koorddansergang
• Voetlanding: moet op hakken landen en niet op voorvoeten
• Visuele controle: moet vooruit kijken en niet naar voeten (proprioceptie)
• Spierkracht: handknijpkracht of zien
• Cognitie: verwerkingssnelheid kan je zien in manier waarop iemand beweegt
Filmpje 1
• Voethefferesparese → voorvoetlanding → makkelijk blijven hangen voet → compensatie:
hanentred = knieflexie (anders blijven hangen)
• Visuele controle vooral bij draaien
• Taakmanipulatie: bij op hakken lopen is voorvoetlanding meer zichtbaar
→ mevrouw wel redelijk vitaal door hoge loopsnelheid → minder zorgelijk
Filmpje 2
• Lage loopsnelheid
• Taakmanipulatie: van vraag stoppen bewegen (cognitief niet tegelijk informatie verwerken)
• Opstaan: ver vooroverbuigen (lichaamszwaartepunt voor voeten) + handen vasthouden aan
stoel = Gowers sign – compensatie voor sarcopenie
• Visuele controle, abductie armen, breedbasisch gangspoor
• Trendelenburg gang: romp naar aangedane kant (bv zwakte heupabductoren)
• Antalgisch gang: hellen naar kant die minst pijnlijk is (bv coxartrose)
• Moeite met opstarten
Behandeling
Interventies met bewijs:
- Bewegingsprogramma – zowel op sarcopenie als op vallen
o Hoogste effect size: krachttraining + eiwit suppletie (echt harde fitness)
- Woningsveiligheid
- Geïndividualiseerde multifactoriële interventies
- Medicatie: vitamine D algemeen, vitamine D verpleeghuis, stoppen psychotropica
Perceptie
- Vermoeidheid?
- “Het hoort erbij” – zit in onze cultuur (bij ouder worden hoort rust) → is niet zo
- Gewoonte/valangst
- Activiteiten buitenshuis
- Omgeving
→ “every step counts” – de dagelijkse stappen nemen namelijk af met de leeftijd
Omgeving
> barrières in thuissituatie → < mortaliteitsrisico
- Barrières uitdaging om te bewegen
Omslagpunt: er is een moment dat barrières het mortaliteitsrisico juist verhogen, maar het bepalen
van dit omslagpunt is lastig en maatwerk (balans tussen capaciteit & performance/belasting &
belastbaarheid)
Gecombineerde leefstijl
Ook meer evidence voor gecombineerde leefstijl: dus bewegen + gezond voedingspatroon → op
jonge leeftijd bepaalt dit al het fenotype op latere leeftijd
Conclusie
Vallen is multifactorieel maar er is vaak 1 ding die uiteindelijk echt tot vallen leidt (bv cataract,
verlichting, andere schoenen) dus belangrijk om daarop in te zoomen maar wel met het hele systeem
en alle risicofactoren rekening te houden
, HC21 – Valanalyse & valpreventie
Achtergrond
• Elke 4 minuten 65+ op SEH als gevolg van valincident → 55% een fractuur
• Toename van de leeftijd verhoogt het risico op een valpartij
3 meest voorkomende letsel: hersenletsel (antistolling !), heupfractuur & polsfractuur
→ negatieve spiraal: eenzaam, angst, afhankelijk van zorg
Valrisico beoordeling
Valrisico beoordeling = risico vallen in kaart brengen door inventariseren aanwezige risicofactoren
Doel: preventieve maatregelen in zetten om risico op vallen te verkleinen
• Multifactoriële valrisico beoordeling → basis voor valpreventie op maat
• Gepersonaliseerde multifactoriële valpreventieve interventie
• Veelal multidisciplinair
→ kijk breed & pak breed aan
Er zijn 30 geïdentificeerde risicofactoren, waardoor de behandeling uiteindelijk individueel is
Preventie vallen
- In beweging blijven – 3 keer per week evenwicht/spierkracht trainen
- Veilige woonomgeving
- Medicatie controleren jaarlijks
- Gezonde voeding – calcium, eiwitten, vitamine D
- Zicht/gehoor nakijken
- Toiletbezoek – incontinentie als oorzaak
- Stevig schoeisel – goed passend & voet volledig omsluiten
- Rustig rechtstaan – draai voor rechtstaan even met polsen/enkels
- Zelfvertrouwen – blijf bewegen om bezorgdheid te voorkomen
- Hulpmiddelen op maat
Valrisicobeoordeling
Volgens CGA systematiek → breed, multifactorieel & gepersonaliseerd
- Waar mogelijk met gevalideerde screeningsinstrumenten
- Minstens volgende items onderzoeken
1) Valgeschiedenis
2) Onderliggende aandoeningen
3) Valrisicofactoren waarvoor interventie (bewezen) effectief is
4) Omstandigheden, wensen & behoefte → moet wel aansluiten bij de patiënt
Risicofactoren waarvoor interventie (bewezen) effectief is
Sterk bewijs
• Mobiliteit → balans, spierkracht, loopvaardigheid
• Omgevingsfactoren → valrisicofactoren in/om het huis
• Medicijngebruik → valrisicoverhogende medicatie
• Cardiovasculaire aandoeningen – vasovagale syncope, sinus carotis overgevoeligheid,
hartritmestoornissen, orthostatische hypotensie
• Valangst → FES-1
• Cognitief functioneren → voornamelijk uitvoerende functies
Aanbevolen obv experts
• Voedingsstatus → ondervoeding/obesitas, vitamine D deficiëntie, alcohol/drugs
• Visus/gehoor
• Urine-incontinentie
• Voetproblemen en schoeisel
• Duizeligheid
• Stemming – depressieve symptomen
• ADL/IADL – afhankelijkheid van hulp/functioneel vermogen