Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Notities Zelfstudie Organisme thema 1-6 | Dierproeven & Embryologie | UU | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
46
Geüpload op
22-05-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit zijn de zelfstudienotities voor het vak Organisme aan de Universiteit Utrecht, van thema 1 tot en met 6. De eerste thema behandelt de Wet op dierproeven, de rol van instanties als CCD en DEC, en de procedurele stappen voor het uitvoeren van dierproeven. De tweede thema gaat over embryonale ontwikkeling van zygote naar blastula, met aandacht voor eiceltypen, dooiermateriaal, klievingspatronen en verschillen tussen diersoorten. Nuttig voor het begrijpen van regelgeving rond proefdieren en de fundamentele embryologische processen die centraal staan in het biomedische onderwijsprogramma.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

ORGANISME ZELFSTUDIE THEMA 1

DE WET OP DIERPROEVEN
Wat is het doel van de Wet op de dierproeven?
Het doel van de Wet op de dierproeven (Wod) is het waarborgen van het welzijn van
proefdieren door het gebruik ervan te reguleren. De wet stelt dat dierproeven alleen zijn
toegestaan als er geen alternatief is en als het doel wetenschappelijk of onderwijskundig
verantwoord is. De intrinsieke waarde van het dier wordt erkend als uitgangspunt.

Welke instanties zijn betrokken bij het beoordelen van een aanvraag?
Centrale Commissie Dierproeven (CCD): verleent projectvergunningen voor
dierproeven.
Dierexperimentencommissie (DEC): geeft een inhoudelijk advies over het
projectvoorstel aan de CCD.
Instantie voor Dierenwelzijn (IvD): ondersteunt de aanvrager bij het opstellen van het
projectvoorstel en ziet toe op het dierenwelzijn binnen de instelling.

Wie mag onderzoek met proefdieren uitvoeren?
Alleen instellingen met een geldige instellingsvergunning van de minister van
Economische Zaken mogen dierproeven uitvoeren. Daarnaast moeten de personen die de
proeven uitvoeren voldoen aan eisen van deskundigheid en bekwaamheid, zoals
vastgelegd in de wet.

Hoe pak je het aan als je een dierproef wilt uitvoeren?
Als je een dierproef wilt uitvoeren, volg je deze stappen:

1. Instellingsvergunning: Zorg dat je instelling een geldige instellingsvergunning
heeft.

2. Projectvoorstel opstellen: Stel een projectvoorstel op in samenwerking met de
Instantie voor Dierenwelzijn (IvD).

3. Advies van de DEC: Laat het voorstel beoordelen door een erkende
Dierexperimentencommissie.

4. Aanvraag indienen bij de CCD: Dien het voorstel in bij de Centrale Commissie
Dierproeven voor een projectvergunning.

5. Beoordeling door CCD: De CCD beoordeelt het voorstel op wetenschappelijke
waarde, ethiek, en dierenwelzijn. De beoordeling duurt maximaal 40 werkdagen
(met mogelijke verlenging).

6. Uitvoering: Na goedkeuring mag je de dierproef uitvoeren binnen de
voorwaarden van de vergunning. De uitvoering moet afgestemd worden met de
IvD【1†bron】.

NOMENCLATUUR

Latijnse namen / afkortingen

,EVODEVO

EvoDevo = Evolutionary Development: de relatie tussen embryologie en evolutie
Vormen de basis voor de keuzes van veel nieuwe proefdiermodellen

- Darwin: verschillende soorten dieren komen door natuurlijke selectie
- Jonge menselijke embryo’s hebben kieuwen

Ontwikkeling dolfijn
Bepaalde eigenschappen zijn wel nuttig en die blijven, terwijl niet nuttige eigenschappen
veranderen of hun functie verliezen. Het vormt 2 neusgaten die vervolgens fuseren tot 1
(dus eigenlijk teveel moeite). En het maakt eerst een staart zonder vinnen, die
ontwikkelen daarna. Afbraak bepaalde lichaamsdelen door apoptose. De embryo kan niet
gelijk een staart met vinnen maken.

Evolutionary constraints: factoren die de mogelijkheden van een soort om te evolueren
beperken, hierdoor kan het bepaalde kenmerken of aanpassen niet/moeilijk ontwikkelen.
Zo kunnen kenmerken niet ontstaan doordat ze problemen zorgen voor andere
noodzakelijke guncties of de genetische variatie ontbreekt.

,NESTVLIEDERS EN NESTBLIJVERS

Nestvliedend: precocial
Nestblijvend: altricial

Welke van de twee varianten het kiest is afhankelijk van o.a.: de voedsel
beschikbaarheid, of dat het nest gevoelig is als prooi

, ZELFSTUDIE ORGANISME THEMA 2

VAN ZYGOTE NAAR BLASTULA

1. Benoem het type eicellen van rondwormen, amfibieën, vogels en zoogdieren.
Rondworm: isolecithaal = weinig dooier, gelijkmatig, snel en symmetrisch
Amfibie: mesolecithaal = matig veel dooier, geconcentreer bij vegetatieve,
assymetrisch
Vogels: telolecithaal = veel dooier, geconcentreerd bij vegetatieve, klieving op
dooiermassa
Zoogdieren: isolecithaal
2. Leg uit waarom eicellen vogels meer dooiermateriaal bevatten dan eicellen van
amfibieën.
Vogels ontwikkelen zich buiten het moederlichaam, dus zo komen ze via het
dooier toch aan voldoende voedingsstoffen. Amfibieën ontwikkelen in waterige
omgeving en snellen, waardoor ze minder nutriënten nodig hebben.
3. Leg uit waarom eicellen van rondwormen en van zoogdieren weinig
dooiermateriaal bevatten.
Rondwormen hebben een zeer snelle ontwikkeling waar weinig energie voor nodig
is, dus ook weinig nutriënten en dus weinig dooier. Zoogdieren hebben een
placenta waardoor het geen groot dooierreserve nodig heeft.
4. Welke twee belangrijke parameters bepalen de klievingspatronen?
De hoeveelheid dooier eiwit in het cytoplasma en de hoek en timing van het
mitotisch spoelfiguur.
5. Een van de verschillen tussen het blastulastadium van een amfibie en van een
zoogdier is dat bij het amfibie er kleine (micromeren) en grote blastomeren
(macromeren) aanwezig zijn. Leg uit waarom er een verschil in grootte is tussen
de blastomeren bij amfibieën.
Doordat de insnoering bij de celdeling niet in het midden is maar meer richting de
posterior pole waardoor ongelijke dochtercellen (blastomeren) ontstaan.
6. Noem nóg een verschil tussen de blastula van een amfibie en van een zoogdier.
Ontstaan blastula-structuur in amfibieën door verdeling dooier, dus niet centraal.
Ontstaan blastula-structuur in zoogdieren door Hippo signaling

Notities

- Hoeveelheid dooier: geeft aan waar de deling gebeurt, en de grootte van
blastomeren
Veel dooier zijde: Vegetal pole  langzame deling
Weinig dooier zijde: Animal pole  snelle deling
- Nucleus vaak richting animal pole.

Eieren van : Zee-egels/mammals/slakken

- Weinig en eerlijk verdeelt dooier
- Isolecithal
- Klieving is holoblastisch
- Andere manier van eten krijgen: via placenta (zoogdieren) of eten larven

Eieren van: insecten/vissen/reptielen/vogels

- Veel dooier
- Nodig voor voedingsstoffen dier

Documentinformatie

Geüpload op
22 mei 2026
Aantal pagina's
46
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€7,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
svmsmulders

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
svmsmulders Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
1 week
Aantal volgers
0
Documenten
8
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen