Networks
Deze samenvatting is bedoeld als einddocument voor het tentamen. De focus ligt op wat
je moet kunnen uitleggen, vergelijken en toepassen. Het tentamen lijkt vooral
conceptueel: weinig zware berekeningen, veel interpretatie van modellen, tabellen, kaarten
en diagrammen.
0. Wat is de rode draad van het hele vak?
Kernidee
Het vak gaat over de wederzijdse relatie tussen:
• land use: waar mensen wonen, werken en activiteiten uitvoeren
• transport networks: wegen, OV, spoor, luchtvaart, faciliteiten
• accessibility: hoeveel opportunities bereikbaar zijn
• behaviour: hoe reizigers, huishoudens, bedrijven en planners reageren
• models: hoe we deze complexe interacties nabootsen
De belangrijkste zin:
Transport beïnvloedt land use, en land use beïnvloedt transport.
Voorbeeld:
1. Een nieuw station verhoogt accessibility.
2. Daardoor wordt een gebied aantrekkelijker.
3. Mensen en bedrijven vestigen zich daar.
4. Daardoor ontstaan nieuwe trips.
5. Dat beïnvloedt weer het transportnetwerk.
Wat moet je kunnen?
Je moet steeds kunnen uitleggen:
• welke actor beslist?
• wat verandert in accessibility?
• hoe verandert travel behaviour?
• hoe reageert land use?
• welke feedback ontstaat?
,Modelantwoord
Urban and transport systems interact through accessibility. Changes in the
transport system affect accessibility, which influences land-use decisions such
as residential and firm location. These land-use changes generate new travel
demand, which again affects the transport system.
Valkuil
Niet denken dat transport alleen gaat over “verplaatsingen”. In dit vak gaat transport vooral
over ruimtelijke effecten, gedrag en feedback.
1. Lecture 1 – Introduction: urban regions, transport and
networks
Kernidee
Urban regions zijn complex omdat veel processen tegelijk spelen:
• bevolkingsgroei
• economische concentratie
• mobiliteit
• infrastructuur
• land use
• beleid
Steden zijn belangrijk omdat een groot deel van bevolking en economie in stedelijke regio’s
geconcentreerd is.
,Urban vs suburban
Urban
Urban betekent niet alleen “binnen de administratieve stad”. Het gaat vaak om een
functioneel stedelijk gebied:
• hoge dichtheid
• veel activiteiten
• veel interacties
• goede bereikbaarheid
• centrum + omliggende stedelijke delen
Suburban
Suburban = gebieden aan de rand van de stad of binnen de urban region, vaak met:
• lagere dichtheid
• meer woonfunctie
• meer autogebruik
• pendel naar core city
Urban region
Een urban region bestaat uit:
• core city
• suburbs
• omliggende functioneel verbonden plaatsen
Belangrijk:
De functionele stad is vaak groter dan de administratieve stad.
Waarom modelleren?
Planning bestaat uit twee onderdelen:
1. Observing and analysing reality
2. Reproducing and modelling reality
Doel:
betere transport- en ruimtelijke planning.
, Modelantwoord
An urban region is not only the administrative city, but a functional area consisting
of a core city and surrounding suburbs that are connected through housing, jobs,
services and transport flows.
Valkuil
Niet urban = alleen centrum. Urban kan ook de functionele regio rondom de stad omvatten.
2. Lecture 2 – Travel Behaviour & Built Environment
2.1 Land-use transport feedback cycle
Kernidee
De relatie tussen land use en transport is dynamisch:
• land use bepaalt waar activiteiten plaatsvinden
• activiteiten veroorzaken trips
• transportnetwerken maken interactie mogelijk
• accessibility beïnvloedt locatiekeuzes
• locatiekeuzes veranderen land use
Snelheden in de feedback cycle
Sommige processen zijn snel:
• daily activities
• mode choice
• route choice
Andere zijn langzaam:
• residential relocation
• firm location
• infrastructure construction
• spatial development