Prof. Aleydis Nissen, 2025 – 2026
1. Foundations and structure of international law
1.1. Introduction:
Volkenrecht = internationaal publiekrecht = het rechtssysteem dat de relatie tussen
soevereine staten reguleert evenals hun onderlinge rechten en verplichtingen.
→ Recht ‘tussen’ landen aka ‘inter-nationaal recht’.
Is anders dan nationaal recht, want:
Geen trias politica; geen verdeling in de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke
macht. Het internationaal recht heeft enkel een rechterlijke macht, geen wetgevende
of uitvoerende.
Het is een gedecentraliseerd anarchistisch rechtssysteem waarin staten proberen
samen te bestaan en samen te werken.
Het heeft geen verplichte of vastgestelde procedure voor de oplossing van
rechtsgeschillen.
rechtssubjecten zelf is om het recht te creëren, te interpreteren en te handhaven.
Het is een weerspiegeling van de samenleving waarop het van toepassing is:
Weerspiegelt de wijdverspreide globalisering en specialisatie die onze moderne
samenleving kenmerken.
Biedt een uitgebreid en effectief systeem van internationale regels dat staten,
bedrijven en individuen met elkaar verbindt en beschermt.
→ Internationaal recht is hierdoor een van de belangrijkste factoren voor de
ontwikkeling van die moderne samenleving.
Verschillende activiteiten zijn onderverdeeld in sub-disciplines.
Internationaal privaatrecht = hoe buitenlands toegepast moet worden binnen een bepaalde
jurisdictie.
→ Conflict of law: wetten verschillen soms enorm tussen verschillende landen.
1.2. A brief history of international law
1.2.1. Early modern international law
Culturen en gemeenschappen drijven al decennia handel en staan met elkaar in contact, wat
heeft geleid tot de creatie van min of meer formele gebruiken en wederzijdse verwachtingen
doordat er een bepaalde behoefte is aan regels, zekerheid en voorspelbaarheid.
Het moderne internationale recht heeft echter de wortels in Europa.
1
,Laat – middeleeuws Europa (15e – 16e eeuw):
In de late middeleeuwen werd Europa gekenmerkt door meerdere niveaus van loyaliteiten ,
rechten en verplichtingen, met 2 centrale centra van macht die over grenzen heen gaan.
2 Transnationale krachten:
Roomse Rijk
Katholieke Kerk (Paus had een aanzienlijke invloed op prinsen, koningen en keizers).
Transnationale netwerken van ridders en kooplieden: talrijke overeenkomsten over
kwesties zoals de behandeling van kooplieden,
Klassiek gezien werd er toen gesproken over:
Natuurrecht (Jus naturalis)
- Tijdloze allesomvattende verzameling ideeën over het natuurlijke en sociale leven
in het universum.
→ Zeer sterke filosofische connotatie: wat is juist en wat niet? Veel filosofen zijn
hieraan gelinkt.
- Gericht op individuen en hun relaties tot de wereld.
- Ook van toepassing op staten, omdat heersers eveneens individuen waren en er
daarom ook aan onderworpen waren.
Jus Gentium
- Afgeleide ‘dagelijkse’ recht van volkeren/naties.
- Recht gecreëerd door de mens.
- Recht, hoe we het concreet in de praktijk toepassen, om de relaties tussen
volkeren te reguleren.
- Gold voor iedereen, ongeacht nationaliteit.
Francisco de Vitoria (1483 – 1546)
Spanjaard, Spaanse Dominicaanse professor.
Zijn beroemde lezingen gaan over De Indis (de inheemse bevolking) et De Lure Belli
- Spanjaarden hebben serieus gekoloniseerd in Zuid – Amerika, Noord – Amerika
(begin kolonialisme + nog steeds indianen die in reservaten zitten).
- Vraag die Francisco zich stelde: Kan dat?
Inheemse bevolkingen
Verwierp veroveringen door:
- ‘ontdekking’: moeilijk om iets te ontdekken dat lokale bevolking al heeft
‘gevonden’/ontdekt heeft.
→ Moeilijk om land te vinden dat de lokale bevolking al heeft.
- Paus heeft niet het recht om deze gronden zomaar aan Spanje toe te kennen.
Had de neiging om oorlogen tegen Inheemse bevolkingen te justifiëren op basis van
het natuurrecht.
Rechtvaardiging:
- Inheemse bevolking verzet zich tegen Christelijke missionarissen, dus daarom
mag daar gevochten worden.
- Spanjaarden mogen vrije handel voeren en de Inheemse bevolking verzet zich
daartegen.
→ Oppositie tegen vrije doorgang en handel door de Spanjaarden.
2
,17e – 18e eeuw:
Internationaal recht verder ontwikkeld vanuit de dag dagelijkse regels van het Jus
Gentium.
Fundament voor de praktische juridische kaders.
Francisco Suarez: De Legibus ac Deo Legislatore (1612)
Emmerich de Vattel: Le droit de Gens (1758)
Hugo Grotius: Mare Liberum (De Vrijheid van de Zeeën, 1609) en De Jure Belli ac
Pacis (Recht van Oorlog en Vrede, 1625).
1.2.2.Peace of Westphalia
Vrede van Westphalia (1648):
De vrede van Westfalen bracht een einde aan de 30 jarige oorlog op het Europese
continent. De grote Europese mogendheden probeerden een schijn van orde en structuur te
creëren in een verder anarchistisch en wanordelijke Europese wereld.
Oorlog eindigde met de Vrede van Munster en Verdragen van Munster en
Osnabrück.
Verminderde macht van Romeinse rijk en Kerk (transnationale krachten).
Staat werd primaire bron van autoriteit; je hebt een land / natie, dat in connectie
bestaat tot andere naties.
Toenemende loyaliteit van burgers aan hun natiestaat, gevoel van nationale
samenhorigheid tussen de burgers ipv. aan eigen klasse wat voordien het geval was.
Begin van allerhande landen die elkaar als gelijkwaardig zien.
Kantelpunt door te trachten een internationale orde van staten met gelijke juridische
status te creëren.
→ Essentiële bouwsteen van het international recht.
Europese origine: Europees systeem dat geëxporteerd is naar de gehele wereld.
Jean Bodin (1530 – 1596)
Conceptualiseerde staatssoevereiniteit
→ Het zou goed zijn om een concept van staatssoevereiniteit te hebben, met
allerhande gelijke naties.
Originele denker: Franse jurist VOOR de Vrede van Westphalia
Beïnvloed door chaos onrust van de godsdienstoorlogen in Frankrijk en voelde de
nood voor een systeem met een duidelijke en onbetwistbare bron van autoriteit.
Six Livres de la République (1576, boek dat hij schreef).
Hij creëerde de theorie van een soeverein met de ‘absolute en ondeelbare’ macht die
enkel verantwoording verschuldigd is aan God.
De soeverein staat zelf boven de wet: kan de wet breken en creëren naar eigen
discretie en is door niemand gebonden, staat boven de maatschappij.
3
, 1.2.3. The 19th century and the era of positivism
Positivisme: enige ware bron van recht is de wil van de staat.
Vanaf de Vrede van Westphalia gaan we via het recht zelf redeneren.
Moment waarop mensen die rechten studeren zichzelf als rechtswetenschappers
gaan zien. Zij denken vaak dat zij vanuit een codex / wetboek het volledige
rechtssysteem kunnen begrijpen en dat dit los staat van de samenleving (leren
redeneren vanuit de wet en we kijken niet verder dan wat de wet zegt).
Aanval op wil van God en natuurrecht
Primair belang van staatstoestemming, staat kiest zelf of het met iets toestemt.
Zonder toestemming zijn er geen verplichtingen voor staten.
Dit kan:
- Expliciet: uitgedrukt in de vorm van een verdrag
- Impliciet door gewoontes die staten naleefden vanuit de overtuiging dat deze
juridisch bindend waren.
Consensuele theorie: er bestaat geen internationale verplichting, tenzij een staat ermee
heeft ingestemd zich aan een regel te binden.
Positivisme en de consensuele theorie blijven fundamentele invloeden voor van
internationale rechtsbronnen.
Het positivisme dankte een groot deel van zijn aantrekkingskracht als theorie van
internationaal recht aan de opkomst van formele instellingen.
Positivisme en de kracht van het redeneren vanuit het recht, over het recht en in het
recht hangt samen met de opkomst van formele instituties.
De instituties die ontwikkeld werden bij het internationale recht hadden een enorme
aantrekkingskracht.
1899: Permanente Hof voor Arbitrage.
Eerste multilaterale verdragen over gewapende conflicten
1899 en 1907: Twee Haagse Vredesconferenties over oorlogsvoering
→ Oorlog staat centraal in de ontwikkeling van het internationaal recht.
Kolonialisme:
Terwijl in Zuid – Amerika de staten onafhankelijk werden vonden de Europese machthebbers
het een goed idee om in Azië en vooral Afrika grond te gaan verdelen.
Eerste helft 19e eeuw: onafhankelijkheid Zuid – Amerika
Kolonialisme piekte in Azië en vooral in Afrika.
→ 1914: 90% van Afrika viel onder Europese controle.
→ Wat leren we over het positivisme? Het recht alleen vanuit het recht
redeneren verhult heel veel en maakt bepaalde dynamieken onzichtbaar.
Conferentie van Berlijn (1884 – 1885).
4