HOORCOLLEGES SAMENVATTING
HOORCOLLEGE 1: INLEIDING/OPSPORINGSONDERZOEK ALGEMEEN 15/4/2025
Dwangmiddelen = bevoegdheden die een inbreuk kunnen maken op grondrechten.
Bijv. aanhouding maakt inbreuk op recht op vrijheid.
Doorzoeken van een woning maakt inbreuk op privacy (art. 8 EVRM) en recht op
correspondentie.
Sommige dwangmiddelen hebben daarentegen potentie om verdachte of derden daadwerkelijk
tot iets te kunnen dwingen.
1 april 2029: i.w.t. nieuwe Wetboek van Strafvordering
Op 1 april 2025 aangenomen door de Tweede Kamer.
Dit zal ook bestudeerd worden, maar het wetsvoorstel is geen tentamenstof op zich. Enkel wat
wordt behandeld op de hoorcolleges behoort tot de stof.
ONDERDEEL 1: OPSPORINGSONDERZOEK ALGEMEEN
3 onderwerpen:
1. Startpunt: art. 1 Sv
2. Opsporingsbegrip
3. Casus De Verschoven Vaatwasser
STARTPUNT ARTIKEL 1 SV
Strafvorderlijk legaliteitsbeginsel: “Strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien”
Strafvordering: “ter aanduiding van de gehele procedure in strafzaken, omvattende derhalve
zowel de opsporing als de vervolging als ten slotte de tenuitvoerlegging”.
Soort procedure met verschillende fasen: opsporing – vervolging – tenuitvoerlegging.
“bij de wet”:
Wet in formele zin: parlementaire wet, opgesteld door de Staten-Generaal (EK & TK)
Art. 107 GW: de wet regelt het burgerlijk recht, het strafrecht, burgerlijk procesrecht en
strafprocesrecht.
Achtergrond art. 1 Sv:
Uitdrukking rechtseenheid: art. 1 Sv dwingt tot eenvormig nationaal strafprocesrecht, geen
plaatselijke verscheidenheid.
Uitdrukking rechtszekerheid/rechtsbescherming: hangt sterk samen met rechtsstaatgedachte;
overheid is gebonden aan regels bij machtsuitoefening. De regels bieden de burgers de nodige
zekerheid en regels proberen willekeur te voorkomen. Gezien de ingrijpendheid van het
overheidsingrijpen op het terrein van strafprocesrecht is betrokkenheid van formele wetgever
nodig (=democratiebeginsel).
“Dit artikel blijft als onbetwist fundament van het wetboek ongewijzigd” (MvT art. 1.1.1
Wetsvoorstel).
Is artikel 1 Sv een harde regel?
- Fenomenen in de opsporing die twijfel zaaien rondom het uitgangspunt.
- Het geldende recht is op bepaalde punten in strijd met art. 1 Sv. Zo delegeert de formele wetgever
diverse punten aan de materiele wetgever (vb: art. 61a lid 3 Sv, 51b lid 5 Sv).
Bijv. maatregel tot plaatsing in observatiecel wordt nader geregeld in AMvB.
- Kernbron: jurisprudentie
, Vormverzuim (art. 359a Sv) was voorheen alleen in de jurisprudentie geregeld, maar later
heeft de rechter dit vastgelegd in de wet. De voorwaarden zijn echter nader uitgewerkt in de
jurisprudentie.
Voorbeelden: voeging ad informandum, binding van OM aan eigen richtlijnen, doorbreking
verschoningsrecht (zwaarwegende belangen).
- Internationale verdragen: rechtstreekse toepasselijkheid van art. 6 EVRM (redelijke termijn), hoe
gaan we om met anoniem getuigenbewijs, doorwerking van allerlei andere grondrechten
(Handvest van grondrechten EU).
Is dit alles in strijd met artikel 1 Sv?
Heel veel jurisprudentie en verdragenrecht leidt tot versterking van de rechtsbescherming en
rechtszekerheid, in die zin wordt er in de geest van artikel 1 Sv gehandeld.
Alleen delegatie is wat problematisch; het diep ingrijpen door overheid in onze levens vereist
een wet in formele zin. Delegatie t.a.v. belangrijke uitgangspunten kunnen rechtszekerheid
uithollen.
MODERNISERING WVSV (DELEGATIE)
MvT Wetsvoorstel:
Erkenning toename ‘praktijk’ regeling strafprocesrecht in lagere wetgeving
Nadenken welke onderwerpen zich lenen voor delegatie en welke onderwerpen niet.
Uitgangspunt: kern ‘duurzame’ strafvorderlijke normering in Wetboek, daarbuiten is amvb
inzetbaar als instrument t.a.v. onderwerpen die regelmatig wijzigen.
Raad van State stelt dat het een goed uitgangspunt is voor de toekomst.
OPSPORING
o Startpunt van de strafvordering
o Tweede boek (Strafvordering in eerste aanleg), Titel I (Het opsporingsonderzoek), Eerste afdeling
(Algemene bepalingen) => art. 140 e.v. Sv.
o Het begint met wie bevoegd zijn tot opsporing.
ART. 141 SV (‘GEWONE’ OPSPORINGSAMBTENAREN)
N.B. algemeen – art. 127 Sv: “Onder opsporingsambtenaren worden verstaan alle personen met de
opsporing van het strafbare feit belast”.
In de wet staat het niet als zodanig benoemd, maar in het nieuwe Wetboek van Strafvordering
wordt het begrip van ‘gewone’ opsporingsambtenaar wel wettelijk vastgelegd.
Belangrijk kenmerk: algemene opsporingsbevoegdheid => bevoegd tot opsporing van alle
denkbare strafbare feiten, alles wat strafbaar is gesteld mag opgespoord worden.
Dit ligt anders bij buitengewone opsporingsambtenaren.
Art. 141 Sv
Met de opsporing van strafbare feiten zijn belast:
a. De officieren van justitie
Voornamelijk zeggenschap over het opsporingsonderzoek, bewaakt de kwaliteit van het
onderzoek en ziet toe op rechtmatigheid daarvan.
Toetsende rol t.a.v. diverse dwangmiddelen (bevel van OvJ vereist).
b. De ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor uitvoering van de politietaak
Ook vrijwillige ambtenaren, ambtenaren van Rijksrecherche.
Zie ook art. 2a Politiewet 2012
,Politietaak
Strafrechtelijke handhaving rechtsorde & gezag
Artikel 141 Sv (vervolg)
c. Aangewezen militairen van de Koninklijke marechaussee (KMar)
Specifieke politietaken binnen strijdkrachten, op Schiphol. Daarbuiten treden ze in principe
niet, maar soms staan ze nog wel in voor politie bij grote demonstraties en tekort bij politie.
d. De opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in art. 2 van Wet op
bijzondere opsporingsdiensten
Vallen onder bepaalde Ministeries
Beperkte taak die ligt op het specifieke beleidsterrein, bijv. FIOD.
Algemene opsporingsbevoegdheid: mogen ook diefstal of doodslag onderzoeken, maar zal
over het algemeen niet plaatsvinden.
Politiewet 2012 n.v.t.; wel de wet BOD
Werkzaam onder gezag OvJ (art. 3 Wet BOD), onder speciale tak van het OM: functioneel
parket. Belast met strafrechtelijke handhaving van rechtsorde op specifieke beleidsterrein.
Geweldsbevoegdheid (art. 6 Wet BOD).
FIOD
Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst
Onderzoek naar belastingfraude
Terrein van ministerie van Financiën.
NVWA-IOD
Inlichtingen- en opsporingsdienst van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
Houdt zich onder andere bezig met illegale bestrijdingsmiddelen.
Terrein van ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
ILT-IOD
Inlichtingen- en Opsporingsdienst Inspectie Leefomgeving en Transport
Voornamelijk milieufeiten.
Terrein van ministerie van Infrastructuur en Milieu.
, NLA-DO
Nederlandse Arbeidsinspectie – Directie Opsporing
Met name op terrein van ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BUITENGEWONE OPSPORINGSAMBTENAREN/BOA’S (142 SV)
- Niet belast met de politietaak
- Niet in dienst BOD
- Bijv. treinconducteur, steward, boswachter, gemeentelijke boa’s.
- Vaak aangesteld in een bepaald domein
- Beperkte opsporingsbevoegdheid (wet/akte): beperkt tot bepaalde strafbare feiten, met name die
zijn strafbaar gesteld in bijzondere wetten. Sommige boa’s zijn echter ook privaatrechtelijk
aangesteld (conducteurs).
- Maar: kan bij uitbreiding alle strafbare feiten omvatten.
- Soms bevoegdheid ex Politiewet 2012, bijv. geweldsbevoegdheden en soms toekenning zekere
geweldsmiddelen (pepperspray, handboeien, wapenstok).
Dit kan wel problematisch zijn, want voor burger niet kenbaar wat de bevoegdheden zijn van
een boa die hem of haar aanhoudt.
GEWELDSBEVOEGDHEDEN
Zie nader de ‘Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar’
Quiz:
1) Mag een boswachter die boa is in de zin van art. 142 Sv een verdachte ‘staande houden’?
Art. 52 Sv: iedere opsporingsambtenaar is bevoegd tot staande houding.
Wel op beperkte terrein waarop boswachter werkzaam is, bijv. stropen. Staande houding zal
niet mogen worden aangehouden voor fietsendiefstal.
2) Mag een boa op bevel van de OvJ vertrouwelijke communicatie opnemen met een technisch
hulpmiddel?
Art. 126l lid 1 Sv: OvJ kan een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141 onder b, c en d
Sv bevelen tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel.
Dus nee, een boa mag dit niet.
Opsporingstaak
- Art. 1 Sv: wet legt vast wie mag ‘opsporen’
- Art. 141/142 Sv: limitatieve opsomming van personen die zijn belast met opsporing.
- Opsporing is nauw gedefinieerd
- Opsporing = onderzoek van overheidswege binnen het kader van de door overheid
georganiseerde strafvordering.
- Als feitelijk wordt opgespoord door personen met een opsporingstaak terwijl een wettelijke basis
daarvoor ontbreekt, dan is er sprake van onrechtmatige opsporing.
Bijv. burgeropsporing → dit moet onderscheiden worden van de burgerinfiltrant.
WAT IS OPSPORING?