Europees januari 2020
Internationaal
Vraag 1: 10 stellingen
1. Het feit dat overheidspersoneel in verschillende landen zich geregeld schuldig maken aan
folterpraktijken, belet niet dat het folterverbod wel degelijk een norm van internationaal
gewoonterecht vormt.
Deze vraag gaat over het belang van de consistentie van statenpraktijk
Occasionele inbreuken beletten niet dat er sprake kan zijn van een gewoonterechtelijke
regel
—> juist
Cf. Nicaragua-zaak (vermelding niet verplicht)
2. Gewezen overheidsvertegenwoordigers, andere dan voormalige staatshoofden,
regeringsleiders of buitenlandse ministers, genieten na het einde van hun functie niet langer
van immuniteit van rechtsmacht tav nationale rechtbanken in andere landen
Dit betreft het onderscheid tussen immuniteit ratione materiae en ratione personae, elke
overheidsvertegenwoordiger heeft immuniteit ratione materiae voor de nationale rechters in
een ander land. Immuniteit ratione personae is enkel voor de heilige drievuldigheid (ruimer),
en deze stoppen wanneer het mandaat eindigt. Immuniteiten ratione materiae is tav van de
uitoefening van je functie.
—> fout, gewezen overheidsvertegenwoordigers blijven wel degelijk van immuniteit van
rechtsmacht genieten na het einde van hun functie
3. Een regerend staatshoofd geniet geen immuniteit van rechtsmacht tav het
internationaal strafhof
Codex: statuut van Rome
> de praktijk toont aan dat er wel degelijk vervolging van staatshoofden plaatsvindt
> Cf. Yerodia-zaak; de immuniteiten zijn beperkt tot de nationale rechter en die gelden niet
tav internationale instanties
—> juist
4. De OPCW is een internationale organisatie die zich overwegend bezig houdt met
nucleaire bewapening en het vreedzaam gebruik van kernenergie
Houdt zich bezig met chemische wapens, dit bovenvermelde is het internationaal
atoomenergie agentschap
—> fout
, 5. Op de volle zee kunnen staten koopvaardijschepen aanhouden en inspecteren met het
oog op de afdwinging van eigen wetgeving en regelgeving (jurisidictie)
Volle zee: functioneel rechtsgebied
Die bevoegdheid is enkel beperkt voor de vlaggenstaat > regel (er zijn uitzonderingen)
—> fout
6. Wanneer een frans bedrijf nadeel ondervindt van een Amerikaans tariefverhoging op de
invoer van staal in de VS, dan kan dit bedrijf een inbreukprocedure opstarten voor het
geschillenbeslechtingsmechanisme van de WTO
Enkel de leden van de WTO kunnen een procedure opstarten, voor Europa is dit de
Europese Unie
Dit franse bedrijf kan dus zelf geen inbreukprocedure opstarten, het bedrijf zal moeten
aankloppen bij de overheid/ Europese commissie
—> fout
7. Het feit dat een staat wapens, geld en militaire training verstrekt aan een rebellengroep
die strijd levert in een naburig land, betekent niet dat het optreden van deze groep ook
effectief toerekenbaar is aan deze staat (staatsaansprakelijkheid)
Het verstrekken van wapens, geld en militaire training is niet wettig, dit is een inbreuk op het
geweldverbod en het non-interventiebeginsel cf. Nicaragua-arrest.
Deze vraag peilt naar toerekenbaarheid, nl wanneer is het optreden van private individuen
toerekenbaar aan een staat; het louter geven van geld en wapens is onvoldoende om te
spreken van toerekenbaarheid. Wat heb je wel nodig? Effectieve controle over die groep
—> juist
8. De algemene vergadering van de VN is exclusief bevoegd voor de verkiezing van een
nieuwe VN-secretaris-generaal
Codex: VN-Handvest; art 97; de AV doet dit niet alleen dus geen exclusieve bevoegdheid,
samen met de veiligheidsraad (+ veto-recht van de permanente leden)
—> fout
9. Het erga-omnes karakter van bepaalde rechtsnormen houdt niet zozeer verband met de
plaats van deze normen in de hiërarchie van de bronnen van het internationaal recht, maar
wel met de mogelijkheid om staatsaansprakelijkheid in te roepen bij inbreuken op bepaalde
regels
Erga omnesregels zijn die regels die bestaan in het belang van de internationale
gemeenschap in haar geheel, met als gevolg dat als een norm daarvan wordt geschonden,
kan iedereen een zaak opstarten zonder dat je moet aantonen dat je zelf schade hebt
geleden
Andere motivering mogelijk: zeggen dat deze beschrijving over jus-cogens normen ging
—> fout
10. Op 30 augustus besluit de staat X om toe te treden tot het vluchtelingenverdrag van
1951, aangezien dit land in recente jaren een groot aantal inwijkelingen te verwerken kreeg
van het buurland Y besluit X om een voorbehoud te formuleren: dat stelt met name dat de