Omzetbelasting 18e druk
Alle voorgeschreven hoofdstukken (4-17) zijn in deze aantekeningen/samenvatting opgenomen,
rekening houdend met de relevante en minder relevante onderwerpen zoals verteld in de
hoorcolleges en werkgroepen. Arresten uit het boek zijn dikgedrukt.
Let op: voor mij is dit een samenvatting van de in mijn ogen belangrijke onderwerpen voor het
tentamen. Ik heb geprobeerd alle relevante dingen op te nemen, dit betekent niet dat het 100% de
stof is. Het is en blijft mijn interpretatie!
Hoofdstuk 4 - ongeschreven omzetbelasting: uitgangspunten en beginselen
Inleiding
- beginselen spelen een belangrijke rol, oordelen vinden vaak steun in:
- het beginsel van fiscale neutraliteit
- het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel maken deel uit van de
communautaire rechtsorde
- het beginsel van eerbiediging van het recht van de verdediging moet in acht worden
genomen
- gelijkheidsbeginsel
- evenredigheidsbeginsel
- twee categorieën:
1. beginselen die in zijn algemeenheid spelen en niet specifiek in het omzetbelasting
recht → spelregels overheid en burger
2. beginselen die samenhangen met het karakter van de omzetbelasting
Het beginsel van de fiscale neutraliteit (cat. 2)
- belastingen zijn echter nooit neutraal: het enkele bestaan van belastingen heeft invloed op
economische handelingen → relatief begrip: alleen voor bepaalde aangewezen
verhoudingen en hangt af van het rechtskarakter van de belasting (omzetbelasting is een
indirecte verbruiksbelasting)
- verbruiksbelasting beoogt de consument te raken en niet de ondernemer →
ondernemer kan de in rekening gebrachte belasting in beginsel volledig
aftrekken/terugvorderen
- inwendige neutraliteit: binnen de onderneming behoort de omzetbelasting zo min mogelijk
merkbaar te zijn
- voorbelasting kan al in aftrek worden gebracht als de ondernemer nog geen
uitgaande prestaties heeft verricht (Rompelman, Lennartz en INZO) → onmiddellijke
aftrek voorkomt voorfinanciering door ondernemer
- voorkomen van dubbele belasting idzv “geen aftrek, wel heffing” (Mohsche)
betekent dat belastingheffing over een bedrijfsgoed waarvoor geen recht op aftrek
van het belasting restant bestaat, leidt tot dubbele belastingheffing. Dit is in strijd
met het beginsel van belastingneutraliteit.
- proportioneel en zonder verstoringen tussen ondernemers
- de belastingdruk op vergelijkbare goederen of diensten moet gelijk zijn
- bijzondere handelingen moeten niet aan ondernemers worden toegekend,
maar aan prestaties (verlaagd tarief of vrijstelling)
- economische neutraliteit: concurrentie/interne neutraliteit → heffing dient de
optimale verdeling van welvaart zo min mogelijk
- Btw-richtlijn wijkt hier soms van af: afwijking in reikwijdte ondernemerschap,
vrijstellingen en verlaagd tarief → kan leiden tot verstoringen van de
neutraliteit
1
,stuvia: ssstudenttt, gelieve niet te kopiëren en te delen met medestudenten, ik moet ook mijn huur betalen :))
-
SUFA: bewoordingen waarin de vrijstellingen zijn omschreven
moeten strikt worden uitgelegd
- Muys en de Winter, SDC, Gregg & Gregg en Dornier: de
toepassing van (niet persoonsgebonden) vrijstellingen is
rechtsvormneutraal
- behalve bij goederen die volledig buiten het economisch verkeer
vallen (zoals drugs en zwart geld), maakt het voor de btw niet uit of
een prestatie verboden is. Illegale goederen (namaakparfum), zijn
dus btw-belast
- ook voor de toepassing van een vrijstelling is het verboden
karakter in beginsel irrelevant
- HvJ: naar nationaal recht strafbare woekerleningen
zijn niet belast, omdat geldleningen die tegen
niet-excessieve rente worden verstrekt, zijn vrijgesteld
- Fischer en Linneweber & Akritidis: de lidstaat die
bepaalde (legale) kansspelen vrijstelt, die vrijstelling
ook moet toekennen aan diezelfde spelen die illegaal
worden gespeeld
- juridische neutraliteit: prijs evenredigheid
- neergelegd in art 1 lid 2 Btw-richtlijn → maar het is niet absoluut juridisch
neutraal: vrijstellingen en met name die voor prestaties die niet rechtstreeks
aan particulieren worden verricht
- vrijgestelde prestatie = geen btw in aftrek → doorberekenen aan de
afnemer
- externe neutraliteit: neutraliteit in internationaal verband → eenzelfde verrichting
wordt op dezelfde wijze belast, ongeacht waar zij plaatsvindt
- invoer wordt gelijk belast als binnenlandse goederen en bij uitvoer wordt niet
meer of minder belasting teruggegeven dan binnenlands is geheven, zodat
de belastingdruk overal gelijk is
- te hoge heffing bij invoer zou gaan werken als invoerrecht:
binnenlandse ondernemers worden dmv heffing van omzetbelasting
beschermd
- te lage heffing benadeelt de binnenlandse ondernemers
- te hoge teruggaaf bij uitvoer leidt tot een exportsubsidie aan de
exporteurs
- te lage teruggaaf bij uitvoer betekent dat de exporteur een deel van
de omzetbelasting voor eigen rekening moet nemen
(bedrijfsbelasting ipv verbruiksbelasting)
- Btw-richtlijn
- b2b diensten die in andere landen plaatsvinden zijn belastbaar in het
land waar de afnemer is gevestigd → hij wordt geacht zelf zorg te
dragen voor afdracht van lokale omzetbelasting (indien van
toepassing)
- dienstverlening aan particulieren wordt vaak belast in het land waar
de dienstverrichter is gevestigd
- nultarief: leverancier is geen omzetbelasting verschuldigd, maar hij
kan wel zijn voorbelasting in aftrek brengen → op het uitgevoerde
goed drukt geen omzetbelasting → waarborg externe neutraliteit
- invoer is een belastbare handeling, goederen van buiten
worden wel belast
2
, stuvia: ssstudenttt, gelieve niet te kopiëren en te delen met medestudenten, ik moet ook mijn huur betalen :))
- intracommunautair systeem: bij b2c is de btw verschuldigd in de
lidstaat van de particulier (evt te voldoen via het one-stop-shop
systeem). Bij b2b geldt dat de leverancier het nultarief mag
toepassen als hij het vervoer naar een andere lidstaat kan bewijzen
(vgl met uitvoerlevering)
- intracommunautaire verwerving: verkrijging van de goederen
door de afnemer-ondernemer is dan een belastbaar feit
- volgens HvJ geldt het nultarief als vaststaat dat
goederen aan een ondernemer in een andere lidstaat
zijn geleverd en daarheen zijn vervoerd, ook als niet
aan alle nationale formele eisen is voldaan (Teleos,
Mecsek-Gabona en VSTR) → uitzondering: fraude,
dan mag het nultarief niet worden toegepast
(Italmoda) en is sprake van dubbele heffing
Algemene rechtsbeginselen: spelregels in de relatie overheid-burger (cat. 1)
- ongeschreven beginselen kunnen ertoe leiden dat het legaliteitsbeginsel in sommige
gevallen losgelaten moet worden
- vertrouwensbeginsel: belastingplichtige moet op de wet en de overheid kunnen vertrouwen
→ maakt ook deel uit van de communautaire rechtsorde
- Elmeka: ondernemer vroeg aan de fiscus of zijn handelingen onder het nultarief
vielen, dit wordt bevestigend beantwoord. Later blijkt uit de Btw-richtlijn dat dit echt
niet zo is en de fiscus gaat over tot naheffing → HvJ: nationale belastingdienst moet
het vertrouwensbeginsel respecteren. Om het vertrouwen van de belastingplichtige
te honoreren, moet deze redelijk hebben kunnen geloven dat de inspecteur
bevoegd was om de uitspraak te doen. Daarbij moet worden beoordeeld of de
administratieve handelingen van de autoriteiten redelijk vertrouwen hebben gewekt
bij een zorgvuldige marktdeelnemer.
- bovenstaande was in een bepaalde zaak, maar wat als het besluit van de
staatssecretaris in strijd is? HvJ heeft geoordeeld dat de bescherming van
het gewettigd vertrouwen er uiteindelijk toe mag leiden dat de betrokken
gemeenschapsregeling niet wordt uitgevoerd (auteurs stellen dat het
genuanceerder ligt: een belastingplichtige kan bij niet-correcte omzetting van
richtlijnrecht zich beroepen op het nationale recht wat voor hem gunstiger is.
Hen lijkt het buiten toepassing verklaren niet nodig, indien een
belastingplichtige zich er toch op beroept)
- respecteren van zorgvuldig handelen door de ondernemer:
- als ondernemer alles juist doet, maar achteraf blijkt dat de overgelegde
bewijsmiddelen vals/vervalst zijn, volgt uit HvJ dat in deze situatie de ondernemer
vrijuit gaat → gevolgen van onjuiste toepassing van de (gunstige) regeling komen
niet voor zijn rekening (Netto Supermarkt)
- gelijkheidsbeginsel: gelijke gevallen behoren gelijk te worden behandeld en ongelijke
gevallen in de mate van hun ongelijkheid
- vergelijkbare situaties worden verschillend behandeld, indien dit objectief
gerechtvaardigd is
- HvJ ziet het beginsel van fiscale neutraliteit als de uitdrukking van het
gelijkheidsbeginsel → gelijkheidsbeginsel is een vangnet dat geldt bij discriminatie
van handelaars die, hoewel geen concurrenten, zich in vergelijkbare situaties
bevinden
3