Hoorcollege 1
Koolhydraten: bestaan alleen uit C, H en O CnH2nOn
- Suikers
Glucose (Glc) C6H12O6
Fructose (Fru)
Galactose (Gal)
Ribose (Rib) C5H10O5
Sacharose (Glc – Fru) C12H22O11
Lactose (Gal – Glc)
- Polysachariden (vertakt en onvertakt)
Zetmeel
Amylose
Amylopectine
Amylose is een niet-vertakte vorm van zetmeel. De vertakte vorm is bekend
onder de naam amylopectine.
Cellulose
Glycogeen
- Monosachariden
Glucose
Fructose
- Disachariden
Sacharose
Lactose
Maltose
Vetten: C, H en O
- Triglyceriden
3 vetzuren aan een glycerol CnH2nO2
Eiwitten: C, H, O, N en S
- 20 verschillende aminozuren
- Geen algemene formule
Een element bestaat uit 1 soort deeltje dat niet meer te splitsen is: een atoom
Dus een element bestaat uit maar een atoom
Een atoombinding ontstaat als een elektron van het ene atoom een paar vormt met een elektron
van het andere atoom ontstaan moleculen
Aantal protonen = aantal elektronen = atoomnummer
Aantal protonen + aantal neutronen = massagetal
Massagetal boven, atoomnummer onder
Isotopen hebben hetzelfde atoomnummer maar een ander massagetal
,Viscositeit = stroperigheid
Retrogradatie = letterlijk terugkeren naar de oorspronkelijke toestand
Wordt bijna altijd voorafgegaan aan geleren
Hoorcollege 2
Trisacharide raffinose gal-glc-fru
Formule: C18H32O16
Alle drie de suikers hebben dezelfde molecuulformule: C6H12O6
Als je twee moleculen samenvoegt verdwijnt een water
8 functionele groepen pp kijken OH
Functionele groepen aan een koolstofatoom |
1. Alcohol-/hydroxylgroep OH-groep - C -
|
2. Aldehyde groept
3. Ketogroep
4. Carbonzuurgroep COOH-groep
5. Estergroep COOC-groep n
6. Ethergroep COC-groep
7. Aminogroep NH2 aan de koolstof
8. Sulhydrylgroep SH-groep
Een ester wordt gevormd door een koppeling van een zuur en een alcohol, hierbij wordt een h20
afgesplitst. (condensatiereactie)
Carbonzuur + alcohol ester + h2o
Alcohol + alcohol ether + h2o
Glucose heeft aldehydegroep
Fructose heeft ketogroep
Heel veel aminozuren = een eiwit
Aminozuur heeft een carbonzuurgroep en een aminogroep en een –R (restgroep) (powerpoint)
H: 1 binding
C: 4 bindingen
O: 2 bindingen
N: 3 bindingen
, Zetmeel
Zetmeel = vele glucosemuleculen achter elkaar
- Glucose moleculen verbinden tot een lange keten tijdens een condensatiereactie
Zetmeel bestaat uit 2 soorten glucoseketens
- Amylose, onvertakt
- Amylopectine, vertakt
Beide komen voor in aardappelen en graanproducten maar niet in dezelfde
verhouding
Aardappel heeft een groter zwelvermogen dan mais
- Hoe meer het product smelt, hoe dikker: viscositeit is een maat voor dikheid.
2
3 4
1
1. verstijfselings-temperatuur
2. zwelvermogen, bindkracht
3. stabiliteit van gebonden vloeistof
4. mate van gelvorming/retro-gradatie
Eigenschappen zetmeel
- Energiebron
- Verdikkende werking
Zetmeelkorrels zwellen op bij verwarmen in water
Viscositeit is een maat voor dikheid
- Verstijfselings-temperatuur
- Zwelvermogen