UA Ba 1 2025-2026 Marie-Jo De Baecker
BA 1: De geschiedenis van het publiekrecht
DEEL I: Staat & recht..........................................................................................................................2
Het moderne staatsbegrip......................................................................................................................2
Verhouding tussen staten sinds 1453...................................................................................................12
Absolute monarchie en revolutie.........................................................................................................19
De 19de eeuw........................................................................................................................................21
De 20ste eeuw........................................................................................................................................24
DEEL II: INTERN PUBLIEKRECHT.......................................................................................................27
1. Frankrijk............................................................................................................................................27
2. Verenigd Koninkrijk..........................................................................................................................37
3. Verenigde Staten..............................................................................................................................47
4. Rusland.............................................................................................................................................56
5. Duitsland...........................................................................................................................................64
6. China.................................................................................................................................................78
1
,De geschiedenis van het publiekrecht
UA Ba 1 2025-2026 Marie-Jo De Baecker
DEEL I: Staat & recht
Het moderne staatsbegrip
1. Inleiding
- Hoe regelen we de manier waarop we onszelf bestuderen?
‘Regelen’ ‘regel’ veronderstelt norm = recht
- Gemeenschappelijk element in bestuur van staten drang naar legitimiteit
Legitimiteit (om de mensen te besturen): bestuurders – bestuurden
o Verschilt van staat tot staat + verschillen in ontwikkeling geen uniform model
o Ook verschil in tijd
o 1 ding staat vast: bestuurders zoeken naar legitimiteit
Representatief regime, waarbij bevolking zich kan laten vertegenwoordigen
o Constante drang naar representatie
o Geen vaste waarde
o Meest gangbaar bestuurlijk model van meeste staten
Geen ‘vaste waarde’/vanzelfsprekend gegeven
- Essentiële problematiek publiekrecht: hoe onszelf besturen zodat we vrij blijven?
Spanningsveld
Blijft de meerderheid altijd wel dezelfde meerderheid in de legislatuur?
Kan leiden tot conflict bij verschillende partijen
2 partijen vechten voor macht polarisatie
Hoe rechten waarborgen?
o Rechten van burgers waarborgen vs overheid
o rechten van minderheid waarborgen vs democratische meerderheid
Hoe institutioneel denken?
o = intellectuele achtergrond van ontwikkeling van liberale staat
2. De idee van ‘de staat’
- Uitgangspunt
Iets/iemand nodig om samenleven te waarborgen & chaos + geweld verhinderen
o Persoon /instelling met macht om bevelen op te leggen
o Persoon / instelling maakt wet = op iedereen van toepassing
o Persoon / instelling = geweldmonopolie
Theorie nodig conceptie van ‘staat’ (wie/wat als staat beschouwen en waarom?)
o Antwoord = afhankelijk van welk standpunt men inneemt: Middeleeuwen –
Vroegmoderne / Nieuwe geschiedenis – Moderne / Hedendaagse geschiedenis
2.1. Middeleeuwen
- Mediëvisten (val van West-Romeinse Rijk 476 – val Oost Romeinse Rijk 1453): moderne
staat = opvolger van Middeleeuwse (ME) standenvertegenwoordiging + leenrecht
ME SL = opgebouwd uit standen (dragen elk op eigen manier bij aan de maatschappij)
o zij die bidden (clerus) / zij die strijden (ridders) / zij die werken (3 de stand)
Vertegenwoordigers van die groepen vormen ‘natie’
Bestaan verschillen qua graad van autonomie tussen bepaalde gebieden/ steden
2
,De geschiedenis van het publiekrecht
UA Ba 1 2025-2026 Marie-Jo De Baecker
Vorst regeert bij gratie Gods, volgens contract met 3 standen = uitdrukking van
‘Gods gewilde orde’
Tyrannie = verbreken contract recht op weerstand (weerstandsrecht)
Contractuele opvatting, gestoeld op leenrecht
o Idee van relatie leenheer - leenman (structureert vanaf 10 de tot 18de eeuw ME SL)
Terbeschikkingstelling leen (grond, kasteel, huis) door vorst aan vazal
(levensonderhoud)
In ruil: vazal staat vorst bij (raad en daad)
o = oorspronkelijk privaatrechtelijke relatie (persoonlijke), economisch + militair ingegeven
o Wordt publiekrechtelijk gegeven (stuurt machtsrelaties)
Versnippering territorium (achterleen)
Bv.: prins-bisschop van Luik heeft grellige grens vol enclaves et
graafschappen Henegouwen + Namen
2.2. Vroegmoderne/ nieuwe geschiedenis
- Liberale staten = opvolgers vroegmoderne staat
- Tijdens vroegmoderne / nieuwe geschiedenis: notie v. soevereiniteit wetgever
Middeleeuwen: vorstelijke machtsconsolidatie centrale staat
16de – 17de eeuw: religieuze spanningen band religie – publiekrecht (in Spanje)
Macht exclusief bij vorst: ook bij vertegenwoordigers van volk
Van ME tot revolurues schakelt vort concurrenten uit: machtigste edelen + steden
wijken voor centrale staat
- Tijdens 17de eeuw: verdere ontwikkeling naar idee van “état souverain”
Staat die geen andere macht boven zich heeft
‘republiek’ (res publica– ‘de politieke zaak’)
‘natie’: in de 17de eeuw, maar pas juridische betekenis vanaf Franse Revolutie
2.3. Moderne/ hedendaagse geschiedenis
- Staat begrepen als democratische staat
Verkozen bestuurders
o Rechtstreeks
o Onrechtstreeks
- Staat begrepen als liberale staat (betekend VRIJHEID)
Democratisch verkozen heersers
Machtenscheiding
o Wetgevende M o Uitvoerende M o Rechterlijke M
Overheid gebonden aan recht
o Maakt normen
o Gebonden door deze normen
Waarborgen voor grondrechten van burgers
o Via (grond)wetsbepalingen (bv eeuwigheidsclausules)
o Via instellingen
Constitutioneel (bv. machtenscheiding)
Buiten-constitutioneel (bv. pers als ‘waakhond’ democratie)
3
, De geschiedenis van het publiekrecht
UA Ba 1 2025-2026 Marie-Jo De Baecker
3. De notie ‘soevereiniteit’
3.1. Het begrip ‘soevereiniteit
- Meer en meer doen nadenken na WO II
Terug populair na Brexit -> let’s take back control
- ‘De staat’
Grondgebied
Bevolking
Overheidsinstelling met gezag en erkenning
o Gebeurt vandaag via recht
o Vroeger enkel alleenheerser
- 2 vormen van soevereiniteit
1. Externe soevereiniteit
2. Interne soevereiniteit
- Soevereiniteit: zowel interne als extrene elementen
In welke mate instellingen legitiem zijn om normen uit te vaardigen + af te dwingen
tegenover bevolking
In welke mate entiteit kan deelnemen aan internationaal rechtsverkeer
3.2. Externe soevereiniteit
- Erkenning door andere staten
- Niet onderworpen aan andere staat
Bv. Palestijnse autoriteit veel moeite om zich te erkennen, de hele tijd bezettingen
- = kwestie van internationaal recht
3.3. Interne soevereiniteit
- ‘Hoogste macht om op een territorium een gemeenschap te beheersen om de
continuïteit/cohesie van de samenleving te garanderen’
- Veronderstelt van staat
Vermogen om zichzelf te organiseren
Staatswil > wil van andere morele en fysieke persoenen
o Opleggen van staatswil
Staatsmonopolie op creëren van recht
Staatsmonopolie op (legitiem) geweld
= gezag + controle op bevolking
- Verplichtingen/ verwachtingen om legitiem te blijven bevoegdheden
Administratief bestuur en handhaving openbare orde
Recht spreken
Nationale defensie
Geld slaan (economie doen draaien) budgetrecht
- Soevereiniteit = centraal idee in politieke denken, maar ook in publiek recht
Internationaal recht
o Garanties voor niet-inmenging (regeling via internationale verdragen)
Nationaal recht
o Regeling toe uitoefening soevereiniteit door instellingen + controle (regeling via Gw)
4