Volledige samenvatting
College 1 - Beleid en beleidscyclus .
Beleid gaat over de manier waarop maatschappelijke problemen worden aangepakt. Klassiek
wordt beleid omschreven als het realiseren van doelen met middelen in een bepaalde
tijdsvolgorde. Een bredere definitie is dat beleid bestaat uit voornemens, keuzes en acties van
bestuurlijke instanties, gericht op sturing van maatschappelijke ontwikkelingen.
Begrip Uitleg Voorbeeld
Beleid De manier waarop problemen worden Jeugdbeleid om kinderen eerder
aangepakt of kunnen worden passende hulp te bieden.
aangepakt
Politiek Het gaat over hoe beslissingen Meer geld naar preventie of naar
worden genomen en wie wat krijgt in specialistische zorg?
welke situatie als er niet genoeg is
voor iedereen.
Sturing Alles wat gedaan wordt om Wetgeving, subsidies, voorlichting,
een plan uit te voeren en toezicht of afspraken met
organisaties.
doelen te bereiken.
1.1 Vier beleidsbenaderingen
Benadering Kern Belangrijke begrippen Kritiek
Rationele kijkt naar beleid Doelrationaliteit: Dit betekent dat beleid is gericht op het Te
benadering als een manier behalen van specifieke doelen met een duidelijke logica en technocratisc
volgorde. De gedachte is dat elk doel kan worden bereikt h; houdt
om duidelijke door het inzetten van de juiste middelen. weinig
doelen te Uni-centrisch: de belangrijkste beslissingen worden rekening met
bereiken door genomen door één centrale partij, meestal de overheid. macht,
de beste Effectief, efficiënt en samenhangend moet het beleid zijn. emoties en
Evidence based beleid: beleid gebaseerd op wat in de beperkte
middelen te praktijk of in andere situaties bewezen heeft te werken. informatie.
kiezen Lineair proces: deze benadering ziet beleid als een lineair
proces
Politieke beschrijft hoe Strijd en macht: beleid ontstaat door conflicten tussen Kan
benadering beleid tot stand belanghebbenden met uiteenlopende doelen effectieve
Poli-centrisch karakter: veel partijen zijn betrokken oplossingen
komt door een Netwerken en afhankelijkheid: partijen in beleidsnetwerken blokkeren
strijd tussen zijn afhankelijk van elkaar door
verschillende Interactieve beleidsvorming: beleid ontstaat via overleg machtsstrijd;
belangen en tussen alle betrokkenen macht is
Alleen succes als er voldoende draagvlak is soms
ideeën. Niet lineair proces: dit maakt de uitkomst onvoorspelbaar onzichtbaar.
Verschillende
partijen
proberen hun
invloed uit te
oefenen
Culturele kijkt vooral naar Sociale constructie: maatschappelijke problemen worden Kan te veel
benadering hoe taal, niet gezien als objectieve feiten, maar als sociale om
constructies. beeldvormin
symboliek, en Framing: draait om hoe je een probleem presenteert en g gaan en
sociale welke woorden je kiest om mensen een bepaalde kant op te polarisatie
percepties sturen. versterken.
invloed hebben Manifesties van symboliek: symbolen en beelden worden
gebruikt om een boodschap krachtiger te maken (bv.
op hoe we
1
, maatschappelijk vlaggen of een campagne)
e problemen
zien en hoe
beleid wordt
vormgegeven
Institutionele legt de focus op Regelgeleide interactie: beleid wordt ontworpen en Kan traag en
benadering bestaande uitgevoerd binnen de kaders van bestaande regels, normen behoudend
en afspraken. zijn;
structuren, Normatieve integratie: beleid zoekt een balans tussen de innovatie
regels en doelen van organisaties, de wensen van de samenleving en wordt
instellingen. Het de beschikbare middelden moeilijker.
idee is dat Besluiten worden genomen op basis van overleg en
evaluatie van wat in het verleden effectief en efficiënt was.
oplossingen
voor
maatschappelijk
e problemen
moeten
voortbouwen op
wat er al is.
Rationele Politieke Culturele Institutionele
benadering benadering benadering benadering
Dominant Betekenisgeving Regels en
Meest effectieve Macht en belangen
verklaringsmechanis en framing tradities
oplossing kiezen bepalen beleid
me bepalen beleid vormen beleid
Mensen
Mensen nemen Mensen geven
Mensen/organisaties handelen
Mens- en logische betekenis via
streven eigenbelang volgens
wereldbeeld beslissingen met taal en
na gewoontes en
genoeg informatie symbolen
regels
Wetenschappelijke Lobbyen, Framing, Wet- en
Instrumentatie kennis, kosten- onderhandelen, taalgebruik, regelgeving,
batenanalyse machtsstrategieën beeldvorming bureaucratie
Past bij Werkt binnen
Doelmatig, efficiënt Genoeg steun en
Succes van beleid gedeelde bestaande
en samenhangend draagvlak
waarden structuren
Kennis wordt
Kennis wordt
Kennis bepaalt Kennis wordt gevormd door
Rol van kennis beïnvloed door
beste oplossing strategisch gebruikt tradities en
interpretatie
regels
Lineair: probleem → Chaotisch, met Proces van Geleid door
Verloop
oplossing → onderhandeling en betekenisgeving regels en
beleidsproces
implementatie machtsstrijd en framing procedures
2
,1.2 Soorten beleid en indelingen
Soort beleid Betekenis Voorbeeld
Institutioneel beleid Gaat over hoe overheid en Decentralisatie van jeugdzorg naar
organisaties zijn ingericht en wie gemeenten.
welke verantwoordelijkheid heeft.
Strategisch beleid Gaat over lange termijn en grote Langetermijnbeleid voor klimaat of
maatschappelijke veranderingen. inclusieve samenleving.
Tactisch beleid Gaat over verdeling van middelen, Hoeveel geld naar preventie en
geld en capaciteit tussen hoeveel naar specialistische
organisaties/projecten. jeugdzorg?
Operationeel beleid Gaat over concrete uitvoering in de Regels voor aanvragen, verwijzen,
praktijk. controleren en uitvoeren.
Andere indeling Betekenis Voorbeeld
Explorerend beleid Verkennen van ideeën en richtingen Praten over circulaire economie of
zonder meteen harde maatregelen. nieuwe vormen van jeugdhulp.
Verdelend beleid Middelen verdelen zonder dat Subsidies voor woningisolatie of
anderen direct iets inleveren. buurtinitiatieven.
Herverdelend beleid Middelen anders verdelen, waardoor Voorrang of extra ondersteuning voor
sommige groepen meer en andere kwetsbare groepen.
minder krijgen.
Regulerend beleid Verplichte regels opleggen. CO2-limieten of kwaliteitsregels voor
aanbieders.
Faciliterend beleid Ondersteunen zonder verplichting. Volwassenenonderwijs of
opvoedondersteuning aanbieden.
Stimulerend beleid Prikkels geven om gewenst gedrag te Subsidies voor elektrische auto’s of
bevorderen. preventieve projecten.
Constituerend beleid Nieuwe organisaties of structuren Oprichting van toezichtorganen of
oprichten. nieuwe gemeentelijke
samenwerkingsvormen.
1.3 Typologie van beleidsproblemen volgens Hoppe
Volgens Hoppe kun je beleidsproblemen indelen op twee vragen: is er zekerheid over kennis en is
er consensus over normen? Hoe minder kenniszekerheid en normconsensus, hoe moeilijker het
probleem beleidsmatig op te lossen is.
Kennis Consensus over normen Type probleem Voorbeeld
Hoog Hoog Getemde problemen Watervervuiling: oorzaak
en oplossing zijn redelijk
bekend.
Hoog Laag (On)tembaar Orgaandonatie: kennis is
wetenschappelijk probleem er, maar waarden botsen.
Laag Hoog (On)tembaar ethisch Euthanasie: steun voor
probleem autonomie, maar
onzekerheid over grenzen.
Laag Laag Ontgetemd politiek Ongelijkheid: geen
probleem eenduidige oplossing en
geen gedeelde normen.
1.4 De beleidscyclus
De beleidscyclus is een analysekader. In theorie loopt beleid van agendavorming naar
voorbereiding, besluitvorming, uitvoering en evaluatie. In werkelijkheid loopt dit vaak rommeliger,
maar de cyclus helpt om een casus stap voor stap te begrijpen.
Fase Kernvraag Wat hoort erbij?
Agendavorming Komt het probleem op de agenda? Publieke, politieke en bestuurlijke
agenda; media, incidenten,
maatschappelijke druk.
Ontwikkeling / beleidsvoorbereiding Wat is precies het probleem en welke Probleemanalyse, beleidstheorie,
aanpak is mogelijk? mogelijke oplossingen, kosten/baten,
3
, haalbaarheid, aanvaardbaarheid.
Besluitvorming Welke doelen, middelen en tijdspad Bevoegde instanties nemen een
worden gekozen? besluit.
Uitvoering / implementatie Wie voert het beleid uit? Overheid, gemeenschap, markt of
combinatie; organisaties en
professionals zetten beleid om in
praktijk.
Evaluatie Werkt het beleid en tegen welke Effectiviteit, efficiëntie, draagvlak,
kosten? passendheid, rechtmatigheid;
eventueel herziening of beëindiging.
Bij de ontwikkeling van beleid hoort een beleidstheorie: een zo helder mogelijk idee over de
oorzaken van het probleem en de verwachte gevolgen van een aanpak. Een goede
beleidstheorie is empirisch onderbouwd, praktisch bruikbaar en strategisch inzetbaar. Daarbij let
je op manipuleerbaarheid, haalbaarheid en aanvaardbaarheid.
1. Agenda: een verzameling van probleempercepties, opvattingen over mogelijke oorzaken,
symbolen of opvattingen over mogelijke oplossingen die de aandacht trekken van allerlei
politici, beleidsmakers, opinion leaders en bestuurder.
• Publieke agenda: problemen waarover in de samenleving wordt gesproken, bijvoorbeeld
in de media of op sociale media.
• Politieke agenda: problemen die door politici en beleidsmakers als urgent worden gezien.
• Bestuurlijke agenda: concrete onderwerpen waar ambtenaren en ministeries aan werken.
Barrieremodel: waarom een probleem niet op de agenda komt. Dit gebeurt vaak omdat
verschillende groepen (zoals boeren en milieugroepen) het niet met elkaar eens zijn over wat er
moet gebeuren. Hierdoor ontstaat een conflict, en de politiek kan geen beslissing nemen.
Tegengestelde belangen: groepen willen verschillende dingen, waardoor het probleem niet
verder komt
Onvoldoende druk: als er geen sterke druk is vanuit het publiek of andere partijen, wordt
het probleem niet belangrijk genoeg gevonden
Institutionele hindernissen: soms houden bestaande regels of processen een probleem
tegen
Stromenmodel: waarom een probleem wel op de agenda komt.
Probleemstroom: er moet een probleem opvallen, bijvoorbeeld door rapporten
4