Research Methods 2
Hoorcollege 1
Onderzoeksmethoden zijn manieren om kennis te verzamelen en te
controleren, zodat we in staat zijn overtuigingen bij te stellen
1. Rationele middelen = logisch nadenken (redeneren, logische
verbanden maken)
2. Empirische middelen = waarnemen en het meten in de echte
wereld (experimenten, vragenlijsten)
- Dit omvat het formuleren van theorieen die het mogelijk maken om
menselijk gedrag te beschrijven, verklaren, voorspellen (en vaak ook
beinvloeden)
→ Wetenschap combineert empirische en rationele middelen
Van theorie naar data en terug; de empirische cyclus
Theorie onderzoek data nieuwe theorie
We hebben een fenoneem die we willen verklaren en hopen dat er een
theorie is die dit al een beetje verklaard. We willen kijken of dit fenoneem
klopt.
- Dit doe je door een onderzoeksvraag op te stellen en te
beantwoorden door een onderzoeksopzet te maken
- Data verzamelen
- Theorie toetsen
Dan zijn er 2 mogelijkheden
1. De theorie wordt ondersteund: je bewijst een theorie nooit volledig,
deze kan alleen ondersteund worden
2. De theorie wordt niet ondersteund:
a. Vaak eerst kijken naar de onderzoeksopzet en deze verbeteren
b. Als het niet aan de onderzoeksopzet lag, moet je de theorie
aanpassen
Theorie = een set uitspraken die beschrijven hoe constructies/variabelen
zich tot elkaar verhouden op basis van eerdere waarnemingen/onderzoek
Proposities (relaties tussen variabelen)
Abstract = kan niet direct gemeten worden
Concreet = kan wel direct gemeten worden
- Onafhankelijke variabele = de oorzaak/voorspeller deze
kunnen gemanipuleerd worden
, - Afhankelijke variabele = het gevolg/de uitkomst deze meet je
Hieruit kan je een oorzaak-gevolg situatie uit trekken
Proposities kunnen worden getest door middel van experimenten
(variabele manipuleren) en statistische analyses (regressie-analyse)
Onderzoeken of de relaties echt bestaan
- Alleen analyse zonder manipulatie geeft zelden het definitieve
antwoord je kijkt dan alleen naar de samenhang en niet naar de
oorzaak-gevolg relatie
Theorie vs model
- Theorie = een algemene uitleg van hoe twee variabelen
samenhangen
o ‘’Studenten die gemotiveerder zijn, halen betere cijfers’’
- Model = een concrete visuele voorstelling van een theorie
o ‘’Motivatie (OV) Schoolprestaties
(AV)’’
Ortogonaal betekent dat de variabelen niet
samenhangen onderling
- Drie factoren beïnvloeden
schoolprestaties, zonder dat ze onderling
verbonden zijn
Verschil tussen theorie en hypothese
- Theorie = beschrijft bevestigde relaties op basis van bestaand
onderzoek
o ‘’Motivatie beinvloed schoolprestatie’’
o Algemeen
- Hypothese = beschrijft een veronderstelde relatie die nog getest
moet worden
o ‘’Studenten die meer dan 10 uur per week studeren halen
hogere cijfers dan studenten die minder dan 10 uur studeren’’
o Concreet, meetbaar en toetsbaar
o Geoperationaliseerd = een abstract begrip concreet en
meetbaar maken
o Concreet
Mediatie vs moderatie
Mediatie = kettingreactie = A C B
- Een mediatie verklaar hoe en waarom A effect heeft op B
verklaart het mechanisme/de tussenstap
, o Kan zowel direct: docentkwaliteit schoolprestatie
o Als indirect: docentkwaliteit motivatie schoolprestatie
- Vaakwordt die getest met een meervoudige regressie
o Wanneer A dezelfde invloed op B heeft als C is toegevoegd, is
de mediatorhypothese verkeerd
o Wanneer A op B minder groot is na het opnemen van C,
suggereert het dat C op zijn minst gedeeltelijk de relatie
tussen A en B medieert
Moderatie = verandert de sterkte of richting van het
verband tussen A en B
- Je kan het zien als een soort volumeknop: soms
maakt de moderator het effect sterker of zwakker
- Vaak wordt dit getest middels ANOVA/ANCOVA of meervoudige
regressie
o Het vaststellen van moderatie vereist slechts een statistische
test
Criteria voor goede theorie
- Logisch consistent = de uitspraken binnen de theorie mogen elkaar
niet tegenspreken
- Falsifiseerbaar = ze kunnen ook onjuist zijn
o Je moet kunnen testen of de theorie klopt of niet
- Helder
- In overeenstemming met data de resultaten uit studies moeten de
theorie ondersteunen
- Spaarzaam = het beste, maar simpelste model
- Consistent met andere geaccepteerde theorieën het mag niet
botsen met wat al sterk bewezen is
- Voldoende verklarende kracht = je begrijpt het als je het ziet, legt
goed uit waarom iets gebeurt
- Zinvol en voorspellend (vruchtbaar) stimuleert nieuw onderzoekt
en levert nieuwe ideeën op
Wettenschappelijke methode: academisch publiceren
1. Kies een tijdschrift om je maniscript naar toe te studeren
2. De editor besluit het manuscript voor peer review te sturen of af te
wijzen
3. Peer review = ten minste twee collega-onderzoekers lezen dit en
schrijven een recensie over sterke of zwakke punten
4. De editor gebruikt de reviews om het te publiceren, te weigeren of
het te laten herzien
, 5. De schrijven van het onderzoek gaat in op het kritiek; iets wijzigen,
de gegeven heranalyseren of meer onderzoek doen
6. De editor beslist: accepteren, meer revisie of afwijzen
Peer review is het beste systeem dat we hebben om de juistheid van
onderzoeksmethoden te evalueren
- Echter is het moeilijk om reviewers te vinden
- Na afwijzing worden veel reveiws niet meer gebruikt, doordat men
het gewoon elders probeert
Academisch publiceren is kapot
- De meeste uitgevers hebben een winstoogmerk ipv om kennis te
verspreiden
- Veel tijdschriften zijn ‘gesloten’: je moet betalen om toegang te
krijgen tot artikelen: grote bibliotheekabonnementskosten en
betalen om te publiceren
- Al deze betaalde inhoud is gemaakt door middel van dure subsidies
betaald met belastingsgeld
Veel artikelen worden ook gepubliceerd voorafgaand aan de peer reviewd
pre-print servers
- Dit is om open wetenschap en verspreiding te bevorderen
Roofzuchtige tijdschriften en ijdele pers
1. Roofzuchtige tijdschriften: tijdschriften die geld verdienen door
zoveel mogelijk artikelen te publiceren, vaak beweren dat ze een
werkende peer review hebben die niet aanwezig of aanzienlijk
gebrekkig is
a. Ze publiceren gewoon heel veel ‘onzin’, terwijl ze doen alsof ze
peer reviewed zijn
2. Vanity press: auteurs betalen om hun werk te laten publiceren er
wordt geen peer-review beloofd door de uitgever en er wordt geen
kwaliteitscontrole uitgevoerd
a. Vorm van omkoping
b. Sommige mensen willen vooral gepubliceerd worden voor hun
eigen prestige of trots
DOI: Digital Object Identifier
Een DOI die een tijdschriftartikel uniek identificeert met een unieke link;
kan ook worden gekoppeld aan andere dingen, zoals datasets
Hoorcollege 1
Onderzoeksmethoden zijn manieren om kennis te verzamelen en te
controleren, zodat we in staat zijn overtuigingen bij te stellen
1. Rationele middelen = logisch nadenken (redeneren, logische
verbanden maken)
2. Empirische middelen = waarnemen en het meten in de echte
wereld (experimenten, vragenlijsten)
- Dit omvat het formuleren van theorieen die het mogelijk maken om
menselijk gedrag te beschrijven, verklaren, voorspellen (en vaak ook
beinvloeden)
→ Wetenschap combineert empirische en rationele middelen
Van theorie naar data en terug; de empirische cyclus
Theorie onderzoek data nieuwe theorie
We hebben een fenoneem die we willen verklaren en hopen dat er een
theorie is die dit al een beetje verklaard. We willen kijken of dit fenoneem
klopt.
- Dit doe je door een onderzoeksvraag op te stellen en te
beantwoorden door een onderzoeksopzet te maken
- Data verzamelen
- Theorie toetsen
Dan zijn er 2 mogelijkheden
1. De theorie wordt ondersteund: je bewijst een theorie nooit volledig,
deze kan alleen ondersteund worden
2. De theorie wordt niet ondersteund:
a. Vaak eerst kijken naar de onderzoeksopzet en deze verbeteren
b. Als het niet aan de onderzoeksopzet lag, moet je de theorie
aanpassen
Theorie = een set uitspraken die beschrijven hoe constructies/variabelen
zich tot elkaar verhouden op basis van eerdere waarnemingen/onderzoek
Proposities (relaties tussen variabelen)
Abstract = kan niet direct gemeten worden
Concreet = kan wel direct gemeten worden
- Onafhankelijke variabele = de oorzaak/voorspeller deze
kunnen gemanipuleerd worden
, - Afhankelijke variabele = het gevolg/de uitkomst deze meet je
Hieruit kan je een oorzaak-gevolg situatie uit trekken
Proposities kunnen worden getest door middel van experimenten
(variabele manipuleren) en statistische analyses (regressie-analyse)
Onderzoeken of de relaties echt bestaan
- Alleen analyse zonder manipulatie geeft zelden het definitieve
antwoord je kijkt dan alleen naar de samenhang en niet naar de
oorzaak-gevolg relatie
Theorie vs model
- Theorie = een algemene uitleg van hoe twee variabelen
samenhangen
o ‘’Studenten die gemotiveerder zijn, halen betere cijfers’’
- Model = een concrete visuele voorstelling van een theorie
o ‘’Motivatie (OV) Schoolprestaties
(AV)’’
Ortogonaal betekent dat de variabelen niet
samenhangen onderling
- Drie factoren beïnvloeden
schoolprestaties, zonder dat ze onderling
verbonden zijn
Verschil tussen theorie en hypothese
- Theorie = beschrijft bevestigde relaties op basis van bestaand
onderzoek
o ‘’Motivatie beinvloed schoolprestatie’’
o Algemeen
- Hypothese = beschrijft een veronderstelde relatie die nog getest
moet worden
o ‘’Studenten die meer dan 10 uur per week studeren halen
hogere cijfers dan studenten die minder dan 10 uur studeren’’
o Concreet, meetbaar en toetsbaar
o Geoperationaliseerd = een abstract begrip concreet en
meetbaar maken
o Concreet
Mediatie vs moderatie
Mediatie = kettingreactie = A C B
- Een mediatie verklaar hoe en waarom A effect heeft op B
verklaart het mechanisme/de tussenstap
, o Kan zowel direct: docentkwaliteit schoolprestatie
o Als indirect: docentkwaliteit motivatie schoolprestatie
- Vaakwordt die getest met een meervoudige regressie
o Wanneer A dezelfde invloed op B heeft als C is toegevoegd, is
de mediatorhypothese verkeerd
o Wanneer A op B minder groot is na het opnemen van C,
suggereert het dat C op zijn minst gedeeltelijk de relatie
tussen A en B medieert
Moderatie = verandert de sterkte of richting van het
verband tussen A en B
- Je kan het zien als een soort volumeknop: soms
maakt de moderator het effect sterker of zwakker
- Vaak wordt dit getest middels ANOVA/ANCOVA of meervoudige
regressie
o Het vaststellen van moderatie vereist slechts een statistische
test
Criteria voor goede theorie
- Logisch consistent = de uitspraken binnen de theorie mogen elkaar
niet tegenspreken
- Falsifiseerbaar = ze kunnen ook onjuist zijn
o Je moet kunnen testen of de theorie klopt of niet
- Helder
- In overeenstemming met data de resultaten uit studies moeten de
theorie ondersteunen
- Spaarzaam = het beste, maar simpelste model
- Consistent met andere geaccepteerde theorieën het mag niet
botsen met wat al sterk bewezen is
- Voldoende verklarende kracht = je begrijpt het als je het ziet, legt
goed uit waarom iets gebeurt
- Zinvol en voorspellend (vruchtbaar) stimuleert nieuw onderzoekt
en levert nieuwe ideeën op
Wettenschappelijke methode: academisch publiceren
1. Kies een tijdschrift om je maniscript naar toe te studeren
2. De editor besluit het manuscript voor peer review te sturen of af te
wijzen
3. Peer review = ten minste twee collega-onderzoekers lezen dit en
schrijven een recensie over sterke of zwakke punten
4. De editor gebruikt de reviews om het te publiceren, te weigeren of
het te laten herzien
, 5. De schrijven van het onderzoek gaat in op het kritiek; iets wijzigen,
de gegeven heranalyseren of meer onderzoek doen
6. De editor beslist: accepteren, meer revisie of afwijzen
Peer review is het beste systeem dat we hebben om de juistheid van
onderzoeksmethoden te evalueren
- Echter is het moeilijk om reviewers te vinden
- Na afwijzing worden veel reveiws niet meer gebruikt, doordat men
het gewoon elders probeert
Academisch publiceren is kapot
- De meeste uitgevers hebben een winstoogmerk ipv om kennis te
verspreiden
- Veel tijdschriften zijn ‘gesloten’: je moet betalen om toegang te
krijgen tot artikelen: grote bibliotheekabonnementskosten en
betalen om te publiceren
- Al deze betaalde inhoud is gemaakt door middel van dure subsidies
betaald met belastingsgeld
Veel artikelen worden ook gepubliceerd voorafgaand aan de peer reviewd
pre-print servers
- Dit is om open wetenschap en verspreiding te bevorderen
Roofzuchtige tijdschriften en ijdele pers
1. Roofzuchtige tijdschriften: tijdschriften die geld verdienen door
zoveel mogelijk artikelen te publiceren, vaak beweren dat ze een
werkende peer review hebben die niet aanwezig of aanzienlijk
gebrekkig is
a. Ze publiceren gewoon heel veel ‘onzin’, terwijl ze doen alsof ze
peer reviewed zijn
2. Vanity press: auteurs betalen om hun werk te laten publiceren er
wordt geen peer-review beloofd door de uitgever en er wordt geen
kwaliteitscontrole uitgevoerd
a. Vorm van omkoping
b. Sommige mensen willen vooral gepubliceerd worden voor hun
eigen prestige of trots
DOI: Digital Object Identifier
Een DOI die een tijdschriftartikel uniek identificeert met een unieke link;
kan ook worden gekoppeld aan andere dingen, zoals datasets