denken en opvoeding – Joris Vlieghe (uitgezonderd H7
en H10)
H1 – Inleiding: wijsgerige pedagogiek als de zoektocht naar de essentie
van opvoeding
1.1 Wat is wijsgerige pedagogiek?
Pedagogiek was in de beginfase nauw verwant aan de wijsbegeerte / filosofie.
Tegenwoordig betekent ‘wijsgerige’ pedagogiek: een strikt empirische (bij voorkeur
kwantitatieve) benadering van opvoeding, met fundamentele en kritische reflectie.
filosofische vraagstukken naar de zin van het leven, de manier van samenleven en kennis
opdoen zijn vanaf het begin verbonden geweest met pedagogische vraagstukken, want
deze draaien beiden om:
- Gepaste manier om vorm te geven aan het individuele en collectieve leven
(waarbij het idee is dat niet alles ‘van nature’ gegeven is, dat er geen noodzaak zit in
de manier waarop we tot nu toe geleefd hebben en dat een verandering ten goede in
principe mogelijk is);
- Juiste verhouding vinden tussen zelfvorming en vorming door anderen.
(Vorm geven aan het leven en opnieuw beginnen met het leven zal altijd mee
gestuurd worden door anderen die ons trachten iets bij te brengen, maar tegelijk is
echte opvoeding ook altijd een zelfgestuurd proces; zo niet, is er sprake van
indoctrinatie).
filosoferen is een wijze van concreet gestalte geven aan ons eigen leven.
- Oude Grieken: men kan een filosoof worden door een lang en volgehouden proces
van (zelfopvoeding).
Centrale vraag van het boek: wat betekent het eigenlijk om op te voeden? Wat is de
essentie van opvoeding? Waar gaat het in opvoeding eigenlijk om?
1.2Klaus Mollenhauer: opvoeden is door en door een intergenerationeel gebeuren
MOLLENHAUER: boek Vergeten Samenhang. Opvoeden is geen ‘technisch handelen’:
p leidt niet tot q; handeling leidt niet automatisch tot een bepaalde uitkomst.
- Voorbeeld technisch handelen: behaviorisme (Watson, Skinner).
Geen principieel verschil tussen mensen en dieren in gedrag; operante
conditionering.
vorm van leren waarbij een vrijwillig respons wordt versterkt of verzwakt
door de associatie met respectievelijk positieve of negatieve consequenties).
Opvoeden is een proces dat we volledig kunnen beheersen (bijv. teaching
machine).
als we zo denken gaan we in tegen wat opvoeding wezenlijk is: opvoeden is geen
technische kwestie, maar een antwoord op een gebeuren. opvoeden is
onvoorspelbaar (constitutieve mogelijkheidsvoorwaarde).
ARENDT: wat een mens anders maakt dan dieren, is dat er bij mensen totale ontwrichting
van de bestaande levenswijze ontstaat bij het krijgen van een kind. levenswijze wordt
aangepast.
,Vraag: waarom willen we eigenlijk kinderen? Mollenhauer: omdat we het goede in ons
leven willen doorgeven, zorg dragen voor de wereld, betekenissen en cultuur.
1.3 Gert Biesta: opvoeding en menselijke subjectwording in samenhang met anderen en de
wereld
Learnification: dominante visie dat alle pedagogisch relevante gebeurtenissen/processen
herleidt tot een kwestie van leren. er is dan geen aandacht voor de diepere betekenis van
opvoeding, als er alleen naar leren, los van de context gekeken wordt.
opvoeding is niet slechts een psychologisch proces in het hoofd: we leren door
anderen kennis en vaardigheden.
Waarom willen we dat kinderen dingen leren? En waarom specifiek die dingen en geen
andere dingen?
drie mogelijke opvoedingsdoelen van Biesta:
1. Kwalificatie: overdracht / verwerven van kennis en vaardigheden die nuttig zijn voor
de arbeidsmarkt.
2. Socialisatie: initiatie in traditie, gevoeligheden, normen en waarden van de
samenleving.
3. Subjectivering: vorm geven aan ons eigen leven en eigen verlangens, als antwoord
op een betekenisvolle wereld, met anderen die daarin ons levenspad doorkruisen.
belangrijkste!
Maar: in het onderwijs meeste focus op kwalificatie en socialisatie.
De visie van learnification wekt de indruk dat opvoeding een technische kwestie is: p leidt
tot q. Maar dit is bij opvoeding niet het geval, omdat er meerdere dimensies een rol spelen.
H2 – Filosofie en opvoeding in de klassieke oudheid
2.1 De presocraten
PRESOCRATEN (eerste filosofen): 6e eeuw v. Chr., Griekse koloniën. vraag naar de orde
en de samenhang van de kosmos, het goede leven, samenleven en opvoeding.
- Thales van Milete: ‘alles is water.’; water is de oorsprong / het principe van alle
dingen. hij gaf niet langer mythologische verklaringen, maar rationele
verklaringen.
- Herakleitos van Efese: ‘alles stroomt’; alles is voortdurend in verandering (men
kan niet twee keer in dezelfde rivier baden).
Oorlog is de vader van alle dingen: bestaat er wel een vaste orde? belangrijk
voor westerse filosofie!
Eerst is de Griekse samenleving gebaseerd op traditie, maar door de kolonisering komen zij
in contact met andere culturen. eerste westerse democratie ontstaat; van burgers wordt
verwacht dat zij actief deelnemen aan de democratie.
2.2 De sofisten, Socrates en Plato
SOFISTEN: progressieve intellectuelen die rondtrekken en lesgeven. waren niet
geïnteresseerd in de waarheid, maar het overtuigen van de massa (relativisme).
, - Protagoras: ‘de mens is de maat van alle dingen, van die welke zijn, hoe ze zijn, van
die welke niet zijn, hoe ze niet zijn.’ ieder heeft zijn waarheid. Waarheid is altijd
ondergeschikt aan het (algemeen) nut.
- Prodikos: godsdienst vindt zijn oorsprong in de verering van het nuttige, onder een
persoonlijke vorm.
- Kritias: goden zijn een uitvinding van sluwe heersers.
de waarheid van de overtuiging doet er niet toe, want:
- Er is geen absolute waarheid die voor iedereen hetzelfde is.
- Waar het in het leven op aankomt is macht.
SOCRATES: tegen de sofisten; op zoek naar de Waarheid.
- Kritisch dialoog en redelijke argumentatie met anderen om tot de Waarheid te komen.
veel kritische vragen.
- Hij is de ‘meest wijze mens ter wereld, omdat hij weet dat hij niets weet’.
socratische ironie.
De Waarheid:
1. Deugd is inzicht:
Ware kennis leidt tot juist handelen; slecht handelen komt voort uit onwetendheid.
Niemand handelt dus bewust slecht, maar kennis is dus wel essentieel voor een goed
leven. opvoeden plaatsen boven straffen.
2. Kennis is wederherinnering (anamnese):
Dialoog is dus het allerbelangrijkste, want de Waarheid zit al in ons, maar moet nog
aan de oppervlakte komen. dit is ook wat opvoeden doet: deze kennis naar boven
halen.
3. Het doel van het leven ligt in trouw aan zichzelf:
Waarheid als morele plicht: als je iets eenmaal weet, kun je niet terug naar de situatie
waarin je het niet weet. deze Waarheid altijd verkondigen, want het niet-
beredeneerde leven is het niet waard om te worden geleefd (anders zijn we beesten).
sterke pedagogische interesse!
PLATO: verdediging van het werk van Socrates (Waarheid), tegen het relativisme van de
Sofisten.
Allegorie van de grot:
Er zitten mensen, al hun hele leven, geketend
in een grot. Hier zien zij schaduwen. Dit is de
wereld volgens hen, ze weten niet beter. Een
van de gevangenen ontsnapt, gaat naar buiten
en gelooft niet wat hij ziet. Hij wil de
anderen halen, maar zij geloven hem niet.
metafoor voor de Ideeënleer: wat we met onze zintuigen waarnemen, is slechts een
verwaterde versie van de werkelijkheid. De werkelijkheid is noch materieel, noch via
onze zintuigen waarneembaar, dus moeten we hier niet zomaar op vertrouwen.
Plato’s ontologie (visie op de werkelijkheid, op wat bestaat): werkelijkheid is
fundamenteel ideëel:
- Ideëenleer: het enige wat ‘echt’ bestaat, zijn begripsmatige bepalingen van dingen.
Het idee van een cirkel is de definitie ervan, want je kunt geen perfecte cirkel
tekenen. onze wereld (grot; schijnwereld) is een niet-perfecte wereld van het
idee ervan (leven buiten de grot; echte wereld).