DEEL 1: INLEIDING
Centraal in productie- en logistiek = transformatieproces van inputs naar outputs
à Zowel producten als diensten
à Kernparameters:
(1) Voorraad
= hoeveel producten in omloop
o Hoe groter voorraad, hoe langer totdat ze systeem verlaten: ophopingen bv. file
o Hoeveelheid werkkapitaal dat vast zit
(2) Doorlooptijd
= tijd die nodig is voor input >> bewerkingen >> output
o Liefst zo kort mogelijk
o Vertragingen / wachttijden vermijden
(3) Productiehoeveelheid / output
= aantal producten dat systeem verlaat per tijdseenheid
o Hangt af van capaciteit hulpmiddelen
o Ouputverlies mogelijk door kwaliteitsproblemen, machinestilstanden…
Productie- en logistiek management = studie van alle beheersfacetten die tot doel hebben
goederen en diensten zo eHiciënt mogelijk, op het gepaste tijdstip, met gevraagde
kwaliteitseigenschappen, aan competitieve prijzen op de markt te brengen
à Transformatie van inputs naar outputs waarbij hulpmiddelen worden ingezet
à Niet alleen transformatie v fysieke producten, maar ook diensten!
bv. verlenen van kredieten, gezondheidszorg: processen in een OK, onderwijs, horeca…
à Logistiek = beheersen van materiaalstoom van fysieke producten (van grondstof tot klant)
à DOEL = matching supply with demand
>> just-in-time = streefdoel
>> in praktijk:
o Vraag > aanbod
- Tekort
- Opportuniteitskost / tekortkost = misgelopen winst
o Aanbod > vraag
- Voorraad = geld dat vastzit en niet gebruikt k w vr andere investeringen
è Kosten minimaliseren om meer waarde te creëren
>> oorzaken van ongelijkheid tss vraag en aanbod:
o Onzekerheid
o Variëteit & complexiteit: versch. soorten producten à moeilijk voorspelbaar
o Globale productieketens: transport
,Belang van productie en logistiek
Globalisering
- Globale supply chains à internationale samenwerking voor productie
- Internationale handel gaat vooral om transport intermediaire goederen
- Aandeel van productie en logistiek in bbp westerse landen vermindert
o Nieuwe economische grootmachten bv. China, India, Brazilië
o Outsourcing
o Statisch artefact: belang van productie en logistiek is groter dan cijfers tonen
,DEEL 2: VOORRAADBEHEER
1. Inleiding
Voorraadbeheer belangrijk voor verschillende departementen van bedrijven (aankoop,
verkoop, finance, productie…)
Kosten van voorraad
Voorraad impliceert altijd kosten:
• Opportuniteitskosten: geld kan niet gebruikt worden voor andere investeringen
bv. uitbreiding productielijn, uitbreiding fabriek, financiële belegging….
= rendement dat op die andere investering behaald zou kunnen worden
= kapitaalkost / WACC weighted average cost of capital
• Verouderde voorraad kan niet meer / enkel tegen sterke korting verkocht worden
! Soms zelfs volledig afgeschreven
• Stockageruimte nodig à investeringen in magazijn, personeel…
• Out-of-pocket-kosten van voorraad bv. koeling, verwarming, huur, verzekering
è Totale kosten per jaar ± 15-25% van de voorraadwaarde
è Veel voorraad is dus kostelijk, maar te weinig is ook niet goed à misgelopen opbrengsten
Waarom bestaan voorraden?
Logistieke keten: leveranciers >> bedrijf >> klanten
• Tussen alle partijen ontstaan voorraden
o Voorraad grondstoHen = nodige input in productieproces
o Voorraad goederen in bewerking = deels afgewerkte producten
o Voorraad afgewerkte producten = output van productieproces
o Voorraad hulpstoHen = verbruiksgoederen (niet direct in afgewerkt prod.)
• Voorraden noodzakelijk omwille van verschil tussen vraag en aanbod in de tijd
à Aanbod exact gelijkstellen aan vraag is moeilijk:
1. Tijd en ritmeverschillen
o Leveranciers, eigen productie en klanten hebben eigen ritme
bv. tijd tussen bestellen en aanwenden grondstoFen / productie en verkoop
o Voorraad drukken door tijdspanne te verkorten / levering en productie
afstemmen op vraag
2. Onzekerheid en variabiliteit
o Dynamische omgeving bv. vraag kan veranderen, leveringstermijnen wijzigen
door staking, uitval machines… à voorraad vereist, anders te veel risico
3. Economisch motief
o Bepaalde lot grootte respecteren omwille van eHiciëntie
o Cyclische vraag bv. speculaas piekt in dec, om te k voldoen is voorraad nodig
, è Optimale voorraadhoogte = trade-oH-analyse
à Kostenfactoren die aanleiding geven tot voorraad:
• Bestel- en omstelkosten (zijn onafhankelijk van hoeveelheid >> schaalvoordelen)
>> cyclusvoorraad
• Tekortkosten = verloren verkoop door stockbreuk (gederfde winst)
>> veiligheidsvoorraad
• Prijskortingen bij grotere bestellingen
>> speculatieve voorraad
• Seizoenschommelingen
>> seizoensvoorraad
Meten van voorraad
1 Statische maatstaven = momentopname of gemiddelde over tijdspanne
1) Stock keeping unit SKU = aantal stuks bv. 100 000 stuks
2) Voorraadwaarde bv. 100 000 stuks van €50 = €5 000 000
à Hoeveel werkkapitaal zit vast in voorraad?
à Is dit veel of weinig? ↓
!""##$$%&$$#%'
3) Relatieve maatstaf = (")*+#,-) /'#0"12*' 3"'%'#'4 bv. €5 000 000 / €30 000 000 per jaar = 1/6j
à Hoe lang kan je aan de vraag voldoen met huidige voorraad?
à Hoe lang tot laatste eenheid voorraad verbruikt is?
à Hoe lang zit geld vast in voorraad?
5 (")*+#,-) /'#0"12*' 3"'%'#'4
4) Voorraadrotatie = 6'7$*,'/' 8$$*)*$9 = !""##$$%&$$#%'
bv. 6 per jaar
à Hoeveel keer roteert voorraad
à Hoe groter, hoe minder lang voorraad blijft liggen, hoe minder lang geld vastzit
2 Dynamische maatstaven = doorheen de tijd = voorraadopbouw en -afbouw analyseren
1) Voorraadprofiel
• Totale voorraadwaarde =
oppervlakte onder grafiek
• Aantal weken voorraad =
totale voorraadwaarde
weekproductie aan kostprijs
• Weekproductie aan kostprijs =
kostprijs per jaar
aantal weken