Dit gaat een hele lange les worden zo…
WEEK 1 WET GEMEENTELIJKE SCHULDHULPVERLENING
Artikel Onderwerp Toelichting
Art. 1 Wgs Begripsbepaling, o.a. Nazorg
Art. 2 (lid 3) Integraal werken, Preventie &
Wgs Nazorg SHV
Art. 2 lid 4 jo. Termijnen SHV
Art. 4 Wgs
Art. 3 v.a. lid 2 Weigeringsgronden SHV
Wgs
Art. 2 en 3 Bgs Vroegsignalering SHV Verplicht &
Door derden
Art. 3 lid 1 sub Vroegsignalering aanbod aan Outreachend
b Wgs schuldenaar SHV
Art. 6 Wgs Inlichtingenplicht
Art. 7 Wgs Medewerkingsplicht
Art. 4 Wgs Wacht- en doorlooptijd Lid 1
Eerste gesprek binnen 4 weken
nadat:
a) Inwoner zich wendt tot college
voor SHV
b) College signaal ontvangt (als
bedoeld in art. 3 lid 1 Wgs) en de
inwoner aanbod accepteert
Lid 2
Indien bedreigende situatie > 3
werkdagen i.p.v. 4 weken
Art. ? Awb Bezwaar en beroep mogelijk ?
Wgs
Toeslagen: Proefberekening. (indien toets, moet je tools bij krijgen).
WEEK 2 HULP BIJ LAAG INKOMEN
Artikel Onderwerp Toelichting
Art. 284 lid 1 Definitie problematische schulden
Fw
WEEK 3 BESLAG & WETTELIJKE MOGELIJKHEDEN ONDERSTEUNING FINANCIËLE
BELANGEN
Artikel Onderwerp Toelichting
Artt. 435-475d Rv Beslag
Art. 3:5 BW Definitie inboedel
Artt. 1:378-1:391 Curatele
BW
Art. 1:378 BW Curatele Lid 1
Een meerderjarige kan door de
kantonrechter onder curatele worden
gesteld, wanneer hij tijdelijk of duurzaam
zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of
zijn veiligheid of die van anderen in gevaar
brengt, als gevolg van:
a) zijn lichamelijke of geestelijke toestand,
, dan wel
b) gewoonte van drank- of drugsmisbruik,
c) en een voldoende behartiging van die
belangen niet met een meer passende en
minder verstrekkende voorziening kan
worden bewerkstelligd.
Artt. 1:431-1:449 Beschermingsbewind
BW
Art. 3:60 BW Budgetbeheer Zelfstandiger, hoeft niet via rechter dus ook
goedkoper.
Art. 439 Rv jo. Omvang roerende zaken In principe mag beslag worden gelegd op
Art. 447 Rv beslag alle roerende zaken, m.u.v. uitzonderingen:
beslagverboden (zie jo. art. 447 Rv
hieronder).
Art. 447 Rv Beslagverboden Lid 1
Op volgende roerende zaken mag geen
beslag worden gelegd:
a) zaken die behoren tot de inboedel,
bedoeld in art. 3:5 BW, van de door de
schuldenaar bewoonde woning;
b) de kleding van de schuldenaar en van de
tot zijn gezin behorende huisgenoten;
c) de in de woning aanwezige voorraad
levensmiddelen;
d) zaken die de schuldenaar en de tot zijn
gezin behorende huisgenoten
redelijkerwijs nodig hebben voor de
persoonlijke verzorging en de algemene
dagelijkse levensbehoeften;
e) de in de woonruimte aanwezige zaken
die de schuldenaar en de tot zijn gezin
behorende huisgenoten redelijkerwijs
nodig hebben voor de verwerving van de
noodzakelijke middelen van bestaan, dan
wel voor hun scholing of studie;
f) zaken van hoogstpersoonlijke aard;
g) gezelschapsdieren van de schuldenaar en
van de tot zijn gezin behorende
huisgenoten, alsmede de voor de
verzorging van deze dieren noodzakelijke
zaken.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid is beslag
wel toegestaan op de in het lid onder a tot
en met f genoemde zaken die in de
gegeven omstandigheden bovenmatig
zijn. Bij algemene maatregel van
bestuur kan nader worden bepaald welke
zaken, hetzij afzonderlijk, hetzij door de
aanwezigheid van andere, al dan niet
gelijksoortige zaken, als bovenmatig zijn aan
te merken. Daarbij kan voor bepaalde zaken
of categorieën van zaken worden bepaald
tot welke waarde bovenmatigheid niet wordt
aangenomen.
Lid 3
Indien beslag wordt gelegd op een
bovenmatige zaak die de geëxecuteerde
of de tot zijn gezin behorende huisgenoten