THEMA 2
VERSPENEN = Wanneer een plantje groeit, heeft het meer ruimte nodig. Dan zet je het plantje in een
apart potje. Hierbij moet je er goed op letten dat de wortels niet beschadigd raken. Als je een plant
uit de bodem trekt, verliest het zijn zijwortels en droogt het uit.
WORTELSTELSEL:
Hoofdwortel Ui
Zijwortel Bijwortels
Wortelharen
FUNCTIES VAN WORTELS:
Voedingsstoffen, mineralen die zijn opgelost in het water in de bodem, opnemen via de
wortelharen.
Reservestoffen opslaan voor in de winter. Als het koud is, nemen planten bijna geen water
op, maar verdampt het wel uit de bladeren. Als dit lang doorgaat, drogen ze uit. Daarom
slaan de wortels reservestoffen op en laten ze in de herfst hun bladeren vallen.
Stevigheid in de grond.
UITGEPUT = Wanneer er niet genoeg voedingsstoffen meer in de grond zitten, raakt de grond
uitgeput. Om dit aan te vullen wordt mest gebruikt.
Eindknop:
Hier groeit telkens een nieuw stuk
stengel aan.
Bladoksel
Okselknop:
Hier groeit een zijtak met bladeren aan
Lid:
Stuk stengel tussen twee knopen.
Knoop:
Hier zit de zijtak aan vast.
Bomen en struiken = Houtachtige planten
, Andere soorten planten = Kruidachtige planten
FUNCTIES VAN STENGELS:
Het vervoer van water en voedingsstoffen regelen d.m.v. vaten.
Stevigheid waardoor de plant rechtop blijft staan en groot kan worden.
Vaten zijn lange dunne buisjes die door de stengel lopen en zorgen voor het transport van
voedingsstoffen en water. Soms zitten ze in groepjes, ook wel vaatbundels. Die beginnen in de
wortels en lopen door de stengel naar de bladeren (bladmoes), vruchten en bloemen.
Planten groeien in hun uiteinden. Zo groeien wortelharen steeds aan het eind van de wortel en een
boom vormt elk jaar een laagje hout aan de buitenkant van zijn stam binnen de schors. De vaten die
in het hout lopen, heten houtvaten. In de lente groeit een boom hard en heeft het een licht laagje. In
de zomer groeit een boom minder hard en heeft het een donker laagje. Dit bij elkaar noemen we een
jaarring.
Als er gunstige milieuomstandigheden zijn geweest, is een jaarring breed. Als de
milieuomstandigheden ongunstig waren, is de jaarring smal. Dit is bijvoorbeeld bij: droogte, een
bosbrand, een insectenplaag etc.
Hoofdnerf
Bladmoes:
Als er geen bladmoes meer is, heet het een
bladskelet.
Bladschijf
Zijnerf
Bladsteel
FUNCTIES VAN BLADEREN:
Zuurstof leveren.
Voedsel voor mensen en dieren.
Stoffen aanmaken waar een plant uit bestaat.
FOTOSYNTHESE:
Water + koolstofdioxide + licht = glucose & zuurstof
GLUCOSE = Een soort suiker waaruit planten belangrijke stoffen voor zichzelf aanmaken.
Daarom is fotosynthese ook belangrijk voor de mens; vrijwel alles wat wij eten komt van planten af.
In glucose zit energie die van de zon afkomstig is. Wij gebruiken die energie om stoffen aan te maken
voor ons lichaam. En we hebben natuurlijk zuurstof nodig om te ademen.
VOORDELEN VAN EEN KAS: