Interne analyse gaat over het bedrijf wat aan ons wordt toegewezen;
- Performance analysis
- Determinants of strategic options
Externe analyse, zoals;
- Customer analysis
- Competitor analysis
- Market/submarket analysis
- Environmental analysis
Deze twee analyses samen vormen de ‘strategic analysis outputs’ = analyse van
uitkomsten die wordt gemaakt, nadat de interne en externe analyse gemaakt
zijn. Hierin wordt er een match gemaakt tussen intern en extern. Je ziet extern
dingen bewegen, intern zie je dingen gebeuren & dit breng je samen met elkaar.
Hierdoor ontstaan bouwstenen, die nog geen strategie inhouden maar wel
belangrijk zijn (gaan we verder op in -> hc 3).
Dit zorgt uiteindelijk voor strategie identificatie, selectie van het beste idee en
implementatie. Dit ziet er als volgt uit;
Marketingstrategie
= bestaat uit 2 dimensies; where to compete & how to compete. ‘Where to
compete’ -> Je kijkt naar de afnemerskant van de markt, deze probeer je te
categoriseren in verschillende segmenten en dan kan je kijken welke segmenten
hiervan aantrekkelijk zijn voor jouw bedrijf. Op welke segmenten ga je je richten?
‘How to compete’-> hoe ga je deze segmenten/doelgroepen benaderen? Het gaat
,hier om de positionering! Je kruipt in het brein van de doelgroep en vraagt je af,
hoe wil je dat het bedrijf door hun gezien wordt?
STP: Segmentation, Targeting, Positioning
Segmentation: drividing a market into smaller segments with distincts needs,
characteristics, or behavior that might require separate marketing strategies or
mixes.
Targeting (doelgroepbepaling): the process of evaluating each market
segment’s attractiveness and selecting one or more segments to enter. = Voor
alle segmenten ga je kijken wat de aantrekkelijkheid van dat segment is. Dit kan
worden bepaald door externe factoren zoals grootte van het segment, of interne
factoren zoals wat is de behoefte van dit segment? = focus on ‘where to
compete?’
Positioning: arranging for a marketing offering to occupy a clear, distinctive,
and desirable place relative to competing products in the minds of target
consumers. = focus on ‘how to compete?’
Afnemersanalyse (oftewel customer analyse) = een externe analyse.
Elke externe analyse heeft een bepaalde doelstelling. Zo voer je een
afnemersanalyse uit, om de klantsegmenten te identificeren, de behoeften per
segment duidelijk te krijgen en ook te kijken naar onvervulde behoeften. Dit zijn
behoeften die niet worden vervuld, wat kan leiden tot onrustig of ander
onbegrepen gedrag.
Bij competitor analysis gaat het over het identificeren van concurrenten en ook
het begrijpen van deze concurrenten.
,Een interne analyse gaat over de performance analyse en determinants of
strategic options (= positioneringsstrategie).
Dit waren een drietal voorbeelden van hoe je vanuit doelstellingen je af kan
vragen per analyse, waar in het STP model is deze informatie nuttig en zinnig is.
Zo hangen SWOT en STP samen.
, Onderwerp 2 van vandaag; probleemstelling
Een analyse begin je altijd met een probleemstelling. Je moet toch weten wat je
gaat analyseren. De probleemstelling is dus een richtsnoer voor het onderzoek.
Hoe belangrijk is een juiste marktafbakening?
Voordat je de SWOT-analyse doet, met name de externe analyse, moet de markt
worden afgebakend; wat is je markt en wat is niet je markt?
De marktdefinitie definieert de reikwijdte van uw externe analyse; het
identificeert bijvoorbeeld concurrenten en (potentiële) klanten. Het is van groot
belang hoe breed of eng je de markt definieert.
Een brede definitie zal resulteren in een groter aantal concurrenten
Door de markt te eng te definiëren, zal het aantal concurrenten en
potentiële klanten afnemen
De marktdefinitie stelt ons in staat om marktaandeelgegevens te interpreteren.
Maar houd regelmatig contact met elkaar; kunnen we nog uit de voeten met deze
marktdefinitie of moet het worden bijgesteld?
Dus de probleemstelling is een richtsnoer voor het onderzoek & ook een
marktafbakening. Daarbij is bijstelling gaandeweg het project soms wenselijk of
nodig.
Probleemstelling moet ten alle tijden ook SMART worden gedefinieerd.
Specifiek -> is de probleemstelling duidelijk en strategisch van aard?
Meetbaar -> onder welke meetbare voorwaarden is het doel bereikt?
Achievable -> realistisch; is het doel haalbaar?
Relevant -> voldoende basis voor een oplossingsrichting?