Hoorcollege VVT
Week 1
Kennisclip prosociaal gedrag
Definitie prosociaal gedrag:
Instrumentele behoeften: iemand kan je inzet nodig hebben.
Materiele behoeften: iemand heeft iets nodig wat jij hebt.
Emotionele stress: behoeften aan emotionele ondersteuning.
, 2
Naarmate je sterke sociale vaardigheden (elkaar
begrijpen (sociale cognities), intenties van anderen kunnen zien, empathie hebben) hebt, dat
er een grotere kans bestaat dat je meer prosociaal gedrag laat zien.
Onderliggende intenties/wat is de winst om iets te doen waar iemand anders baat van
heeft?:
Het helpen van anderen heeft voordeel voor jezelf: je kan
er zelf wat voor terugkrijgen later.
Belangrijkste bevindingen ontwikkelingsverloop
Heel jong al in staat prosociaal gedrag, helpgedrag komt als eerst. Samenwerking vereist in
andere positie kunnen plaatsen, inleven. Steunen ook. Cognitieve vaardigheid.
, 3
In kindertijd steunen steeds meer. Met cognitieve ontwikkeling, gaat empathie beter, meer
ontwikkelen.
Adolescentie: periode overgang van kind naar volwassen. Gebeurt veel. Spiegelen. Bewust
van jezelf, wie ben ik en wat wil ik. Minder strakke patronen prosociaal gedrag deze periode.
Prosociaal gedrag wordt meer afstemming dat je er beide voordeel van hebt. Op jonge leeftijd
meer altruïstisch maar als ze ouder worden zie je steeds meer balans daarin. Als ik hem help,
helpt hij dus terug.
Sympathie nodig voor prosociaal gedrag (anders wordt kans kleiner dat je iets niet
terugkrijgt). Ontbreken maakt prosociaal gedrag ingewikkeld. In alle leeftijden wel
belangrijk.
De morele identiteit, als je in de adolescentie zit, wil je ook goed zijn (‘hoe wil je in het leven
staan’). Je wil identiteit uitstralen. Dit gaat ook een grotere rol spelen in prosociaal gedrag.
Belangrijkste bevindingen:
Uitkomsten
, 4
Determinanten (invloed op prosociaal gedrag)
Naarmate je meer geaccepteerd wordt door leeftijdsgenoten,, ben je ook eerder geneigd
prosociaal gedrag te vertonen. Dit is een circulaire relatie.
Ook als je al betere kwaliteit relaties hebt, heb je betere band en meer prosociaal gedrag.
Reciprociteit = mate waarin relaties elkaar helpen. Jij helpt ander en ander helpt jou. Hoe
meer hiervan sprake is, hoe meer beide partijen prosociaal gedrag laat zien.
Allemaal circulaire en wederkerige processen → Prosociaal gedrag roept acceptatie,
erkenning en betere kwaliteit relaties op en dat roept weer prosociaal gedrag op.
Wisselwerking prosociaal gedrag en relatie met leeftijdsgenoten
Er is bij jonge kinderen bewijs dat de intentie waarmee iemand iets doet invloed heeft op het
ontvangen van prosociaal gedrag.
- Heb je goede intenties, dan is de kans groter dat iemand anders zich prosociaal
gedraagt naar jou toe
Bij oude kinderen is dit minder eenduidig te zien
- Misschien omdat intenties ook niet altijd eenduidig observeerbaar zijn of eenduidig
geuit worden
Conclusie
• Prosociaal gedrag is een multidimensioneel construct met verschillende
uitgangsvormen
• Intenties voor prosociaal gedrag kunnen verschillend zijn, en zijn niet altijd duidelijk
• De bevordering van prosociaal gedrag kan een bijdrage leveren aan een adaptieve
psychosociale ontwikkeling en meer harmonieuze relaties met leeftijdsgenoten
Hoorcollege 1 – invloed van sport
YETS = youth empowerment through sports
YETS is gebaseerd op sport geplaatst in een pedagogische context (het aangaan van een
vertrouwensrelatie, het nemen van opvoedverantwoordelijkheid, samenwerken met school en
thuissituatie). De ander uitnodigen voor verandering.
- Gedragsverandering met zelfregie als doel
Jongeren slagen alleen in gedragsverandering wanneer ze worden omringd door
volwassenen die erin geloven dat ze kunnen slagen….en voorgaan in de gewenste
verandering.