1E LES
Het gedrag van kinderen is verdeeld in 4 fases door onderzoeker Piaget.
Sensomotorische fase
Eerste fase, 0 – 12 maanden.
Kenmerken:
- Motoriek ontwikkelen
- Zintuigen ontwikkelen (Ruiken, voelen)
- Geheugen ontwikkelen
Pre-operationele fase
Tweede fase, 2 – 7 jaar.
Kenmerken:
Egocentrisme > Een kind redeneert vanuit zichzelf & Centratie > Kunnen zich richten op
1 aspect van een object en niet op een geheel
Conservatie > Je begrijpt dat een hoeveelheid altijd gelijk blijft.
Taal > Woorden, Uitspraak, Zinsbouw > Grammatica
Fijne motoriek
Ego > Creëert eigen identiteit
Kinderen in deze leeftijd hebben Animisme
Animisme
Denken dat levenloze objecten menselijke eigenschappen hebben.
Concreet operationele fase
Derde fase, 7 – 12 jaar.
Kenmerken:
- Reversibiliteit > Je begrijpt dat je een proces kan omkeren in gedachte, je kan het
ook weer omdraaien
- Decentratie > Niet meer op 1 aspect letten, maar op meerdere
- Logica > Ze begrijpen verschillende dingen
, Formeel operationele fase
Laatste fase, vanaf 12 jaar.
Kenmerken:
- Denken los van concrete
- Logisch denken, verbanden kunnen leggen en conclusies kunnen trekken.
Vanaf de geboorte hebben kinderen al een media en programma voorkeur.
Sensomotorische fase 0 – 2 jaar
Kenmerkt:
- Felle kleuren
- Muziek
- Bewegende objecten =
- Gezichten
Voorbeeld: (baby tv) > Korte content > Het verhaal is niet relevant
Je ziet vaak dat ogen groot zijn, dit doen ze zodat het gezicht goed te herkennen is voor
baby’s.
Kinderen in deze leeftijd hebben Aandachtstekort ze willen dus vooral Korte content.
2 – 5 jaar
Kenmerkt:
- Voorkeur media inhoud
- Interesse in verhaallijn
- Imiteren media-inhoud (Ze doen het graag na)
- Herhaling geeft macht > Zelfvertrouwen
Herkenning vinden ze erg prettig.
Reality monotoring: Ze kunnen geen onderscheidt maken wat echt of nep is.
Perceptuele gebondenheid: Dit is vaak tot 5- 6 jaar. Hoe iemand eruit ziet, zo is diegene
ook.
Iemand die gemeen doet, is gemeen. (Een schurk, moet er slecht uitzien “ Boos kijken “)