Emma Slager
Fontys Hoge school,
toegepaste
psychologie
1
2025/2026
,Voorwoord
Dit praktijkgericht onderzoek is geschreven tijdens het eerste jaar van de opleiding toegepaste
psychologie van Fontys hoge school als onderdeel van beroepsvaardigheden B. Het
onderzoek dat in dit rapport wordt beschreven is uitgevoerd op woensdag 22 april 2026. De
opdrachtgever is de mentor van vwo 6 leerlingen op de middelbare school de Passie in
Rotterdam. Het onderzoek is geanonimiseerd voor de privacy van alle scholieren.
Tilburg, 26-05-2026.
2
,Inhoudsopgave
Samenvatting...............................................................................................4
Deel 1: Praktijkgericht onderzoek................................................................5
1.Probleemanalyse....................................................................................5
1.1 Aanleiding en opdrachtgever...........................................................5
1.2 Inleiding...........................................................................................6
1.3 Praktisch belang..............................................................................7
1.4 Relevantie van het onderzoek.........................................................7
1.5 Probleembeschrijving.......................................................................8
Deel 2: Onderzoeksrapport........................................................................10
2.1 Onderzoeksmethode.........................................................................11
2.1.1 Respondenten.............................................................................11
2.1.2 Ontwerp & operationalisatie.......................................................11
2.1.3 Procedure....................................................................................11
2.2 Resultaten.........................................................................................12
2.2.3 Intrinsieke motivatie, extrinsieke motivatie en amotivatie.........12
2.2.4 Verschillen in studiemotivatie tussen leerlingen met
verschillende profielen.........................................................................13
2.2.5 Verschillen in studiemotivatie tussen mannelijke en vrouwelijke
leerlingen.............................................................................................14
2.2.6 Verschillen tussen leerlingen met verschillende toekomstplannen
.............................................................................................................15
2.2.7 Beantwoording van de hoofdvraag.............................................16
3. Conclusie............................................................................................17
4.Discussie & Advies...............................................................................18
Literatuurlijst (APA 7)..............................................................................20
Appendix.................................................................................................21
3
, Samenvatting
Dit praktijkgericht onderzoek werd naar aanleiding van de opdrachtgever opgesteld over het
onderwerp studiemotivatie onder de leerlingen van 6-vwo van De Passie Rotterdam. De
opdrachtgever dacht signalen te herkennen van afnemende motivatie, zoals bijvoorbeeld: te
laat komen bij belangrijke momenten, spijbelen en leerlingen die aangaven teksten “te lang”
of “te saai” te vinden. De hoofd onderzoeksvraag luidt als volgt: In welke mate is er sprake
van sutdiemotivatie bij vwo-6 leerlingen van De Passie Rotterdam?
De vraag is beantwoord aan de hand van een kwantitatief onderzoek onder de twee vwo-6
klassen. Waarbij gebruik is gemaakt van de Academic Motivation Scale (AMS-28), gebaseerd
op de Self-Determination Theory van Ryan en Deci (2000). In het onderzoek is er onderscheid
gemaakt tussen verschillende soorten motivatie: intrinsieke, extrinsieke en amotivatie.
Waarbij er ook werd gekeken naar subschalen en verschillen in motivatie op basis van profiel,
geslacht en toekomstplan.
Uit de resultaten is gebleken dat er binnen de respondenten een redelijke tot hoge
studiemotivatie plaatsvindt. Waarbij de extrinsieke motivatie gemiddeld het hoogst scoort.
Hier kunnen we uit opmaken dat leerlingen over het algemeen gemotiveerd lijken te worden
door prestaties, beloningen en toekomstgerichte doelen. Gemiddeld genomen scoorde
intrinsieke motivatie lager, vooral op de subschaal intrinsic motivation to experience
stimulation. Wat inhoudt dat leerlingen over het algemeen minder vaak schoolopdrachten
uitvoeren met als rede interesse in de opdracht zelf of plezier uit de opdracht.
Ook kwam uit de resultaten dat er lichte verschillen zichtbaar zijn tussen leerlingen op basis
van profiel, geslacht en toekomstplannen. Niettemin moeten we voorzichtig omgaan met de
verschillen vanwege de relatief kleine steekproef.
Tot slot wordt op basis van de resultaten aanbevolen om binnen de Passie Rotterdam meer
aandacht te besteden aan het versterken van intrinsieke motivatie, bijvoorbeeld door
activerende en samenwerkende werkvormen waarbij we de 3 basisbehoeften centraal stellen
en leerlingen actiever bij de stof betrokken worden.
4