de cliënt of doelgroep
- samenvatting-
Onderdeel 1: Balansmodel
Onderdeel 2: Naar een theoretisch concept
Onderdeel3: Het opvoedproces
Onderdeel 4: Opvoeding in allochtone gezinnen
Onderdeel 5: Het algemeen belang als opvoedingsdoel
Onderdeel 6: Wat is morele perspectief?
Normatieve professionaliteit van de social worker
,Onderdeel 1
Het balansmodel is een hulpmiddel om in kaart te brengen welke beschermende ofwel
protectieve factoren binnen de opvoeding maken dat de opvoeding goed verloopt en welke
factoren een risico vormen.
Het model kent meerdere niveaus waaronder een verdeling in draaglast aan de linkerkant, en
draagkracht aan de rechterkant. De draagkracht van opvoeders, de mate waarin zij de
opvoeding aan kunnen en de manier waarop ze de opvoeding beleven, zorgt ervoor dat het
proces van de opvoeding positief verloopt. De mate waarin zij een ‘last’ te dragen hebben maakt
dat het proces meer of minder zwaar. Het evenwicht zegt iets over de balans in de
opvoedingscontext.
Op de horizontale lijnen van het model vind je de indeling in micro-, meso- en macrosysteem van
de opvoeding.
Microniveau: factoren die kenmerken rondom het kind zelf, de ouders/opvoeder en het gezin.
Risicofactoren kunnen bijvoorbeeld bestaan uit ontwikkelingsachterstand of een ziekte. Daar
tegen over staat bijvoorbeeld intelligentie en een positief zelfbeeld.
Macroniveau: hierbij wordt een verschil gemaakt tussen sociale gezinsfactoren en sociale
buurtfactoren.
Macroniveau: hierbij wordt een verschil gemaakt tussen sociaal economische factoren,
culturele factoren en maatschappelijke factoren.
2
, Onderdeel 2
3. Intermezzo: ontwikkelen en opvoeden
3.1 Opvoeden als proces
Het ontplooien van eigen menselijke mogelijkheden is een gebeuren in het menselijke
samenleven. De opvoeding heeft een dialogisch karakter. Dit gebeuren waarin door een
wederzijdse relatie en beïnvloeding de jonge mens kansen krijgt zijn naar eigenheid te
ontplooien, is een proces.
In het opvoedproces leidt niet het bewuste geïntendeerde ingrijpen tot resultaten, maar het
optimaliseren van dat proces. Hier in overheerst het belang van het samenzijn, samenleven en
samen-worden.
Belangrijk is de functionele betrokkenheid: lijfelijk, vitaal, affectief; waarnemend, kennend en
benemend. Op dit karakter recht te doen wordt gesproken van opvoeden als functioneel
proces.
3.2 Componenten in het opvoedproces
Een menselijke relatie is tweezijdig. De opvoedingsrelatie is ook tweezijdig. In het opvoedproces
staan kind en opvoeder tot elkaar in relatie.
Aan het kind wordt waargenomen dat het zich in en aan de relatie ontwikkelt. De opvoeder
handelt om die ontwikkeling te bevorderen, door het opvoedproces te optimaliseren. Het
opvoedproces is een compositie, geschreven en uitgevoerd door opvoeder én kind.
Complementair: ontwikkelen en opvoeden zijn componenten die elkaar veronderstellen.
Samen vormen ze de samengestelde eenheid die opvoedproces wordt genoemd.
3.3 De component ‘ontwikkelen’.
Ontwikkeling wordt gekenmerkt door een aantal kwaliteiten. Een van die kwaliteiten is
differentiatie.
De mens blijft een geheel: er is steeds sprake van integratie. Een innerlijke wetmatigheid zorgt
voor dit proces, dat op groei gericht is.
Er zijn 3 hoofdaspecten in de ontwikkeling van een persoon:
Het affectieve aspect
Het cognitieve aspect
Het conatieve aspect
1. Het affectieve aspect: dit draait op gevoel. Mensen hebben gevoel, dit is belangrijk voor
het menselijk bestaan. In de ontwikkelingspsychologie wordt het belang van affectieve
relaties in de vroegste kinderjaren beklemtoond. Het affectief ingebed zijn in menselijk
contact vorm één van de pijlers om sociaal te worden. Maar zorgt er ook voor dat
gevoelen van veiligheid ontstaan.
Het affectief zich welbevinden blijft een conditie, ook voor de verdere ontwikkeling, om lichter
tot ernstiger emotionele stoornissen te voorkomen.
3