2026
Ontwikkelingspsychologie
ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE – 9E EDITIE
STERRE ROBBERECHTS
,Ontwikkelingspsychologie – Sterre Robberechts
1
, Ontwikkelingspsychologie – Sterre Robberechts
Inleiding – kennismaking met het OP
1. Een definitie van ontwikkelingspsychologie
= de wetenschappelijke studie naar patronen in groei, verandering en stabiliteit doorheen de levensloop
• De levensloop = van 0 tot 99 jaar
• Levenslooppsychologie
2. De ontwikkeling van het kind: vier thema’s
Fysieke ontwikkeling = kijken naar de invloed van de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en
de behoefte aan eten, drinken en slaap op ons gedrag
• Wat bepaalt de sekse van een kind?
• Wat zijn de langetermijngevolgen van een premature geboorte?
• Wat zijn de voordelen van borstvoeding?
• Wat zijn de connecties van vroege of late seksuele rijpheid?
Cognitieve ontwikkeling = kijkt naar intellectuele vermogens, waaronder leren, geheugen, probleemoplossing
en intelligentie
• Wat zijn onze vroegste herinneringen?
• Wat zijn de effecten van tv-kijken?
• Heeft tweetaligheid voordelen?
• Welke invloed heeft het egocentrisme van een adolescent op zijn wereldbeeld?
Sociaal-emotionele ontwikkeling = kijkt naar de sociale relaties en interacties met anderen en naar het
omgaan met emoties
• Reageren pasgeboren anders op hun moeder dan op andere mensen?
• Wat is de beste manier om kinderen gewenst gedrag aan te leren?
• Hebben kinderen die gepest worden bepaalde eigenschappen gemeen?
Persoonlijkheidsontwikkeling = kijkt naar de duurzame gedragingen en (karakter) eigenschappen die de ene
persoon van de andere onderscheiden
• Heeft een kleuter een beseft van goed en fout?
• Wanneer wordt een kind zich bewust van zijn sekse?
• Wat zijn oorzaken van zelfmoord bij adolescenten?
3. Acht ontwikkelingsfasen
Prenataal
Babytijd
Peuter- en kleutertijd
Het handboek focust op deze vier ontwikkelingsfasen
Schooltijd
Adolescentie
Opkomende volwassenheid
Volwassenheid
Ouderdom
2
, Ontwikkelingspsychologie – Sterre Robberechts
Hoofdstuk 1 – Terugkerende kernconcepten
1. Continuïteit VS discontinuïteit
Continuïteit Discontinuïteit
• Geleidelijke ontwikkeling • Ontwikkeling in aparte stappen of stadia
• Kwantitatieve verschillen • Kwalitatieve verschillen
• Prestaties op bepaald niveau vloeien voort uit die • Elk stadium levert gedrag op dat qua inhoud en
op de vorige niveaus hoedanigheid anders is dan gedrag in eerdere
stadia
Combinatie van de twee: Op dag A kruipt het kind nog, en op dag B kan het plots stappen (= discontinue
ontwikkeling). Maar achter die ‘sprong’ zit eigenlijk een geleidelijke, continue ontwikkeling van spieren,
evenwicht en coördinatie.
2. Kritieke periode VS gevoelige periode
Kritieke periode Gevoelige periode
• Bepaalde soorten omgevingsstimuli zijn • Extra vatbaar voor bepaalde soorten
noodzakelijk voor de ontwikkeling omgevingsstimuli
o Vaak in de jonge levensjaren o Maar! Als je een bepaalde stimuli dan niet
• Indien niet: onomkeerbare gevolgen hebt, is dit niet onomkeerbaar
• Optimale periode om bepaalde vermogens te
ontwikkelen
Verschuiving van de visie
• Hoe meer we leren over de hersenen, hoe duidelijker wordt dat er maar heel weinig écht kritieke
perioden zijn. De meeste ontwikkelingsmomenten zijn eerder gevoelige perioden: tijden waarin je
extra ontvankelijk bent, maar waarin herstel nog steeds mogelijk is. Zelfs als de vroege ervaringen niet
optimaal waren, kan ontwikkeling later nog worden bijgestuurd.
Plasticiteit = de mate waarin een zich ontwikkelend gedragspatroon of fysieke structuur veranderbaar is
2.1 Voorbeeld – ontwikkeling van executieve functies
Deze grafiek bevestigt dat er maar heel weinig echt kritieke perioden zijn.
Executieve functies hebben een lange sensitieve periode, waardoor
ontwikkeling flexibel blijft.
• Zelfs als de vroege jaren niet optimaal waar, kan EF-later nog sterk
verbeteren dankzij de lange plasticiteit van de prefrontale cortex
3