Korte wetsgeschiedenis
1955-1980 Komst van zogenaamde gastarbeiders uit landen rond de Middellandse Zee. Aanvankelijk
Spanjaarden, Grieken, Portugezen en Italianen, in de tweede helft van de jaren zestig Turken en
Marokkanen.
1980 Regering erkent dat Nederland een immigratieland is geworden. Start maatschappelijke debat
over integratie.
1998 Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN)
De eerste wet die inburgering verplicht stelde. Zoals de naam al aangeeft was de doelgroep beperkt
tot migranten die na invoering van de wet zich in Nederland vestigden.
2006 Wet Inburgering en Wet Inburgering in het buitenland
De doelgroep van inburgering werd in de Wet Inburgering verruimd. Vreemdelingen die zich al voor
de WIN in Nederland hadden gevestigd, de zogenaamde oudkomers werden inburgeringsplichtig. In
de wet was sprake van decentralisatie naar gemeenten. De examens bleven een
verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid.
Tevens werden door een wijziging in de Vreemdelingenwet (opgenomen in de Wet Inburgering in het
buitenland) vreemdelingen die voor een regulier niet-tijdelijk doel naar Nederland komen verplicht
een Basisexamen inburgering af te leggen in hun land van herkomst.
2013 Gewijzigde Wet Inburgering
Dit is de huidige regelgeving. Oudkomers zijn niet langer inburgeringsplichtig. De rijksoverheid is
weer verantwoordelijk. Ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid, uitvoerende instantie
namens de minister is de DUO-groep.
Verdragen, internationaal recht
- Vluchtelingenverdrag (V.N.): vluchtelingen mogen niet teruggestuurd worden waar ze vrezen
voor hun leven. (ernstige misdrijven -> uitgesloten worden van asiel)
- E.U. regelgeving
- E.U. asielrichtlijn (deze richtlijn respecteren, maar vrij hierin)
- V.B. Dublin- verordening: het land waar asielzoekers terechtkomen, dit land is dan
verantwoordelijk; moet zorgen voor asiel
Wet en regelgeving
- Vreemdelingenwet (VW)
- Vreemdelingenbesluit (VB)
- ‘soorten vreemdelingen’
E.U. onderdanen, E.U. ingezetenen
Burgers uit de Europese Economische Ruimte (E.E.R.) – Zwitsers
Overige vreemdelingen
1
,Vreemdelingenwet regelt toegang en verblijf
- Toegang: geldig paspoort + ev. een visum
- Verblijf: vrije termijn, 3 of 6 maanden
Verblijf langer dan de vrije termijn -> verblijfsvergunning regulier*
Verblijf langer dan de vrije termijn: machtiging tot voorlopig verblijf
*Voor een bepaald verblijfsdoel, aan ieder doel kleeft beperking.
- Geldt bepaalde tijd: na 5 jaar: onbepaalde tijd.
- Toeristenvisum (kort verblijf)
- Machtiging tot voorlopig verblijf (mvv)
Inburgeren in het buitenland (Basisexamen inburgering)
Voor vreemdelingen die naar Nederland wensen te komen
- voor een niet tijdelijk verblijfsdoel, zoals gezinsvorming of gezinshereniging (zie art. 3.5 VB voor niet
tijdelijke verblijfsdoelen)
en
- een machtiging tot voorlopig verblijf nodig hebben (dus niet de E.U onderdanen, EER-onderdanen,
Zwitsers, Turkse onderdanen en asielzoekers) om langer dan de termijn voor kort verblijf in
Nederland te mogen verblijven
Geldt als voorwaarde voor verlening van de machtiging tot voorlopig verblijf dat zij het Basisexamen
inburgering hebben afgelegd.
Zie art. 16 lid 1onder h jo art. 17 VW en de art. 3.71a en 3.98a Vb.
1. Verkrijging (van Nederlandse nationaliteit): [art. 3-5c]
- Van rechtswege (automatisch, geboren)
- Erkenning (als ouders niet getrouwd zijn, kan de vader erkend worden als juridische vader)
- Adoptie
- Vondeling
2. Optie [art. 6, 6a]
2e generatie vreemdelingen
Tegengaan van: staatsloosheid (apatridie) of meervoudige nationaliteit.
3. Verlening (= naturalisatie) [art. 7-13]
- Voorwaarden
- Weigeringsgronden
2
, Wet inburgering (Wib) en Besluit inburgering (Bi)
Wie is verplicht in te burgeren?
Inburgeringsplichtigheid is geregeld in de artikelen 3, 5 en 6 Wib. De doelgroep bestaat uit:
Art. 3 lid 1 Wib
- vreemdelingen met een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd met een niet tijdelijk verblijfsdoel
(zie art. 8 onderdeel a VW en art. 2.1 lid 1 BI, waarin staat opgenomen welke doelen als tijdelijk
worden beschouwd)
- vreemdelingen met een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd (art. 8 onderdeel c VW)
- geestelijk bedienaren (definitie in art 1 onderdeel e Wib, denk aan de imam, de pandit, pastoor,
dominee of rabbi)
Verblijfsvergunning asiel art. 3 108 – 123 VW & art. 3: 105 – 107 VB
- bepaalde tijd art. 28. VW – 32 VW
- onbepaalde tijd art. 33 VW – 35 VW
Niet verplicht in te burgeren
Art. 5 lid en 2 Wib
Deze artikelen bevatten vrijstellingen voor bepaalde categorieën van vreemdelingen van de
inburgeringsplicht. Verplicht inburgeren, geldt niet voor o.a.:
- onderdanen uit de EU, EER en Zwitserland
- vreemdelingen jonger dan 16 jaar (zijn namelijk leerplichtig) en ouder dan 65 jaar (zijn
pensioengerechtigd)
- vreemdelingen die tenminste 8 jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland verbleven.
- vreemdelingen met bepaalde diploma’s van opleidingen in de Nederlandse taal (bijvoorbeeld W.O
en HBO, HAVO, VWO, zie art. 2.3 Bi)
- vreemdelingen met het Turkse staatsburgerschap (het Associatieverdrag EU-Turkije staat een
inburgeringsplicht niet toe)
- mensen met een beperking:
Art. 6 lid 1 en 2 Wib en art. 2.8-2.8b Bi
De minister van sociale zaken en werkgelegenheid kan in een beschikking ontheffing verlenen van de
verplichting tot inburgering vanwege psychische of lichamelijke belemmeringen alsmede indien op
basis van geleverde inspanningen geconcludeerd wordt dat iemand redelijkerwijs niet aan de eisen
kan voldoen.
Wie is bevoegd?
Bevoegdheden op basis van de Wib zijn toegekend aan de minister van sociale zaken en
werkgelegenheid. De minister heeft de feitelijke uitvoering van de Wib in handen gelegd van de
DUO-groep.
- Minister van sociale zaken en werkgelegenheid (sozawe) = bestuursbevoegd
- DUO = feitelijke uitvoering
3