Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Gedrag in organisaties - Mens en Organisatie

Beoordeling
3,3
(3)
Verkocht
13
Pagina's
48
Geüpload op
26-05-2021
Geschreven in
2020/2021

Samenvatting van het boek 'Gedrag in organisaties'. Geschreven door Gert Alblas & Ella Wijsman, 7e druk. Hoofdstuk 1 tot en me 10 zijn volledig samengevat aan de hand van het boek en de gegeven presentaties op school.

Voorbeeld van de inhoud

Gedrag in organisaties

Hoofdstuk 1 Individu en organisatie

Theorie van Maslow
Maslow categoriseert vijf soorten behoeften:
1. Fysiologische behoeften – de behoefte aan zaken om in leven te blijven.
2. Veiligheidsbehoeften – de behoefte aan veiligheid, zekerheid en bescherming.
3. Sociale behoeften – de behoefte aan sociaal contact, vriendschap, liefde en ergens bij horen.
4. Erkenningsbehoefte – de behoefte aan waardering, respect, achting en status.
5. Zelfactualiseringsbehoeften – de behoefte aan kennis, waarheid en wijsheid voor
zelfontplooiing en persoonlijke groei.

Twee uitgangspunten:
1. Deprivatie van behoeften leidt tot
activatie.
2. Behoeften zijn hiërarchisch geordend.

Bij de eerste vier behoeften wordt de mens
gedreven door een tekort:
deficiëntiebehoeften. Bij de laatste behoeften
wordt de mens gedreven door een wens.




Theorie van Alderfer
Volgens Alderfer zijn er drie soorten behoeften die beschreven zijn in ERG-theorie:
1. Existentiële behoeften – de behoefte aan materiële zekerheid zoals goede
werkomstandigheden en een vast salaris.
2. Relationele behoeften – de behoefte aan goede relaties met anderen zoals liefde,
vriendschap en waardering.
3. Groeibehoeften – de behoefte aan persoonlijke groei, de mogelijkheden om zichzelf te
ontplooien.

Vier uitgangspunten:
1. Verschillende soorten behoeften kunnen tegelijkertijd aanwezig zijn.
2. Geen hiërarchische ordening.
3. Frustratie-regressie-hypothese: hoe meer de bevrediging van hogere behoeften gefrustreerd
wordt, des te belangrijker de behoeften van een lager niveau worden.
4. Deprivatie van behoeften leidt tot activatie.

,Theorie van McClelland
Volgens McClelland ontwikkelt een persoon zijn eigen behoefteprofiel. In zo´n profiel is een behoefte
dominant aanwezig, die bepaalt de gerichtheid van de persoon, onafhankelijk van de situatie waarin
die persoon zich bevindt. McClelland onderscheidt drie behoefteprofielen:
1. Prestatiebehoefte – gericht op het leveren van goede prestaties. Ze zoeken uitdagende
situaties waarin ze hun capaciteiten kunnen laten zien.
2. Machtsbehoefte – streven naar invloed en controle over anderen.
3. Affiliatiebehoefte – gericht op het scheppen van goede relaties met anderen.

Twee uitgangspunten:
1. Aangeleerde behoeften.
2. Gedrag belonen speelt een grote rol (reinforcement).



Motivatie door de situatie
Gedrag wordt niet alleen gestuurd door een aanwezige behoefte, maar ook doordat situaties gedrag
kunnen uitlokken. Het leren van zulke situaties gaat aan de hand van trial and error: leren door
middel van vallen en opstaan.

Skinner – de wet van het effect: de gevolgen van een handeling bepalen of iemand de neiging heeft
om die handeling te herhalen of juist achterwege te laten.
- De gevolgen zijn aantrekkelijk = positieve bekrachtiging.
- De gevolgen zijn niet aantrekkelijk = negatieve bekrachtiging.



Verwachtingstheorie Vroom
Of mensen geneigd zijn om zich in te spannen voor het werk, hangt af van verschillende
overwegingen:
1. Verband tussen inspanning en prestatie
2. Verband tussen prestaties en opbrengsten
3. Waarde van de opbrengsten


Volgens de verwachtingstheorie zal iemand zich meer inspannen naarmate die persoon de kans
hoger inschat om goede resultaten te behalen, naarmate vervolgens de kans groter is dat daaraan
bepaalde opbrengsten vastzitten en naarmate die opbrengsten meer waard zijn.




Het gaat hierbij om subjectieve overwegingen en inschattingen:
1. De mate waarin er een redelijke verhouding is tussen inspanning en opbrengsten (billijkheid).
2. De mate waarin men zich in staat acht om tot goede prestaties te komen (zelfbeeld).

,Attributietheorie Vroom
De attributietheorie van Vroom verklaart waarom mensen zich willen inspannen.
Door middel van attribueren kom je tot een goede schatting van mensen en hen mogelijkheden.
Attribueren is een proces waarin mensen proberen te achterhalen wat de oorzaken zijn van hun
eigen gedrag en het gedrag van anderen.

In het bepalen van de oorzaak van hun slagen of falen letten ze op de volgende zaken:
→ Of ze dikwijls in dezelfde situatie falen of slagen, het vaststellen of er sprake is van een vast
patroon.
→ Of anderen in dezelfde situatie falen of slagen.
→ Of ze in veel situaties falen of slagen.

Interne attributie: de oorzaken worden bij de persoon zelf gezocht.
Externe attributie: de oorzaken worden bij omstandigheden gezocht of aan andere mensen
toegeschreven.

Attributie verloopt niet altijd objectief:
- Zelf dienende vertekening: de neiging om informatie op zo’n manier te interpreteren dat het
ons (zelfbeeld) het beste uitkomt.
- Fundamentele attributiefout: de neiging om gedrag van anderen toe te schrijven aan hun
persoonlijkheid of aan hun karakter.



Intrinsieke en extrinsieke motivatie
Twee soorten motieven:
1. Werk intrinsieke motieven om goed te presteren hebben te maken met de uitdaging die er
van het werk zelf uitgaat en met het plezier in het werk. Intrinsieke motivatie hangt samen
met zelfontplooiing, de behoefte om ergens goed in te zijn en met de behoefte aan
zelfstandigheid en verantwoordelijkheid.
2. Werk extrinsieke motieven om goed te presteren hebben te maken met de opbrengsten die
daarmee verkregen worden. Te denken valt aan geld, beloningen, goede
werkomstandigheden, status, promotie enzovoort.



Competentie
= De combinatie van kennis, vaardigheden,
persoonskenmerken en motivatie die iemand
nodig heeft voor een succesvolle uitoefening
van een functie of taak.

, The Big Five
Persoonlijkheid: het patroon van karakteristieke gedachten, gevoelens, en gedragingen waarmee de
ene persoon zich van de andere persoon onderscheidt en dat relatief constant blijft in de tijd en in
verschillende situaties.

Om iemands persoonskenmerken vast te stellen, doe je aan de hand van de volgende 5 dimensies:




Attitudes
Een attitude is een redelijke stabiele houding die iemand heeft ten opzichte van andere mensen,
gedragingen, objecten of ideeën.

Het komen tot een attitude heeft twee overwegingen:
1. Cognitieve overwegingen: op een rijtje zetten van voor- en nadelen.
2. Affectieve of emotionele overwegingen: wanneer gevoel erbij gaat spelen.

Een attitude levert een neiging om bepaald gedrag te vertonen, dit noemen we een gedragsintentie.



Het ASE-model
In het ASE-model wordt de intentie tot gedrag
en het daadwerkelijk uitvoeren van gedrag
bepaald wordt door drie factoren:
1. De eigen attitude
2. De sociale invloed van de omgeving
3. De eigen effectiviteit


Mensen kunnen onrust ervaren als hun attitude of gedragingen tegenstrijdig zijn, er is sprake van
cognitieve dissonantie. Het veroorzaakt onrust en spanningen. De hersenen zullen prikkels geven om
die dissonantie te verminderen, er ontstaat een behoefte aan dissonantiereductie.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 1 t/m 10
Geüpload op
26 mei 2021
Aantal pagina's
48
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING
€7,49
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 13 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 3 reviews worden weergegeven
3 jaar geleden

4 jaar geleden

4 jaar geleden

3,3

3 beoordelingen

5
0
4
1
3
2
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
ecmwvandenbosch Avans Hogeschool
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
13
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
13
Documenten
1
Laatst verkocht
2 jaar geleden

3,3

3 beoordelingen

5
0
4
1
3
2
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen