Samenvatting
Week 1 – Grondslagen van het arbeidsrecht en de
kwalificatievraag
Kwalificatietoets arbeidsrecht
Op grond van artikel 7:610 BW is er sprake van een arbeidsovereenkomst als is voldaan aan:
- Arbeid
- Loon
- Gezag (in dienst)
In HR Gouden Kooi heeft de Hoge Raad geoordeeld dat “Daarbij moet acht worden geslagen op alle
omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien, en dienen niet alleen de rechten en
verplichtingen in aanmerking te worden genomen die partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen
stonden, maar dient ook acht te worden geslagen op de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven
aan hun overeenkomst en aldus daaraan inhoud hebben gegeven.”
Volgens de Hoge Raad (HR X/Gemeente Amsterdam, bevestigd in HR Deliveroo en HR Uber) geldt de
tweefasenleer:
1. Fase 1: de uitlegfase
Bij de uitlegfase moet het algemeen verbintenissenrecht (Boek 6 BW) in acht worden genomen. Aan de
hand van het HR Haviltex moeten de rechten en plichten worden vastgesteld. Uit HR Gouden Kooi is
gebleken dat de bedoeling van partijen met betrekking tot de kwalificatie (bijvoorbeeld het label
‘overeenkomst van opdracht’) niet doorslaggevend is; het label doet er dus niet toe. Het gaat om de
invulling en niet om de vorm.
2. Fase 2: de kwalificatiefase
Bij de kwalificatiefase moet er worden gekeken of er aan de elementen arbeid, loon en gezag is voldaan.
Hierbij betrek je de negen elementen uit HR Deliveroo (geen checklist/rangorde). Er wordt dan een
totaalafweging gemaakt van alle omstandigheden. Er is bij deze negen elementen geen sprake van een
rangorde (HR Uber). Er moet ook gekeken worden of iemand zich in het economisch verkeer opstelt
als ondernemer (HR Uber + element 9 bij HR Deliveroo).
De partijbedoeling speelt hier niet meer mee, maar klinkt wel door uit de uitlegfase.
Wordt er voldaan aan alle elementen (arbeid, loon en gezag), dan is er sprake van een
arbeidsovereenkomst. Dit is van dwingend recht. Ontbreekt er één element, dan is er geen sprake van een
arbeidsovereenkomst. Dit valt ook niet te repareren.
Risico’s werkgever arbeidsovereenkomst
Als er toch sprake blijkt te zijn van een arbeidsovereenkomst, loopt de werkgever een aantal risico’s.
Allereerst kan de werknemer aanspraak maken op achterstallig loon, waaronder ten minste het wettelijk
minimumloon. Daarnaast kan de werkgever worden geconfronteerd met naheffingen van loonbelasting en
sociale premies, eventueel vermeerderd met boetes. Ook gelden de arbeidsrechtelijke
beschermingsregels, zoals ontslagbescherming en de verplichting tot loondoorbetaling bij ziekte. Ook
kunnen verplichtingen bestaan ten aanzien van vakantiedagen, vakantiegeld en pensioenafdrachten.
De belastingdienst en pensioenfondsen kunnen aankloppen.