TB2415
DIERVOEDING
Uitgebreide samenvatting
Studiejaar 2025–2026 | Toegepaste Biologie | Jaar 2
Gebaseerd op hoorcolleges 1–7 en gastcolleges
Pagina 1 | Toegepaste Biologie – HAS Green Academy
,TB2415 Diervoeding – Studiesamenvatting 2025–2026
Hoorcollege 1 – Opstartcollege & Weende- en Van Soest-
methode
1.1 Inleiding: Waarom diervoeding?
Diervoeding vormt een essentieel onderdeel van een duurzaam voedselsysteem. Het
Circulair Food System (CiFoS)-model (van Zanten, 2020) verbindt diervoeding met bredere
maatschappelijke doelen:
• Duurzaam voedselsysteem en voedselzekerheid
• Gezond dieet voor mens en dier
• Minimale milieu-impact, betere biodiversiteit en beter dierwelzijn
• Gelijkheid en toegankelijkheid van voedsel
Dieren spelen een cruciale rol in kringlooplandbouw: zij benutten voedselreststromen en
zetten deze om in hoogwaardige voedingsmiddelen en mest.
1.2 Nutriënten – Chemische samenstelling van voer
Voedingsstoffen (nutriënten) zijn de chemische bestanddelen in voer die een dier nodig
heeft voor groei, onderhoud, reproductie en gezondheid:
• Macronutriënten: koolhydraten, eiwitten (aminozuren), vetten (lipiden)
• Micronutriënten: vitaminen, mineralen, sporenelementen
• Overig: water, ruwe celstof, ruw as
1.3 Weende-analyse
De Weende-analyse (ook: proximale analyse) is de standaardmethode om de chemische
samenstelling van voer te bepalen. Ontwikkeld in de 19e eeuw in Duitsland; nog steeds de
basis voor voederwaardering.
Figuur 1.1 – Weende-analyse: van ruw voer naar de vijf fracties van de droge stof
Pagina 2 | Toegepaste Biologie – HAS Green Academy
,TB2415 Diervoeding – Studiesamenvatting 2025–2026
💡 Ezelsbruggetje: DS = RE + RVET + RC + RAS + NVE
Als je vijf fracties weet, kun je de zesde berekenen.
NVE (N-vrije extractiestof) wordt altijd berekend, nooit rechtstreeks gemeten.
1.4 Van Soest-methode (detergentanalyse)
De Van Soest-methode verfijnt de Weende-analyse voor ruwvoer. Ze onderscheidt
celwandcomponenten nauwkeuriger met behulp van neutrale en zure detergentoplossingen:
Figuur 1.2 – Van Soest: NDF, ADF en ADL als geneste fracties van de celwand
Fractie Betekenis en belang
NDF (Neutral Detergent Fiber) Totale celwand: cellulose + hemicellulose +
lignine. Correleert negatief met voeropname.
ADF (Acid Detergent Fiber) Cellulose + lignine. Correleert negatief met
verteerbaarheid.
ADL (Acid Detergent Lignin) Alleen lignine. Volledig onverteerbaar; hoe
hoger, hoe lager de voederwaarde.
Hemicellulose NDF − ADF. Gedeeltelijk fermenteerbaar
door darmbacteriën.
1.5 Cursusopbouw en toetsing
TB2415 Diervoeding heeft geen schriftelijk examen. De beoordeling bestaat uit:
• Prakticum Weende- en Van Soest-methode (V/NV): voorbereiding verplicht
• Infographic over een voedingsgerelateerde ziekte + vraaggesprek (cijfer, individueel)
Voedingsgerelateerde ziekten in de opdracht: ketose (koe), hoefbevangenheid (paard),
hepatische lipidose (kat), speendiarree (varken).
Pagina 3 | Toegepaste Biologie – HAS Green Academy
, TB2415 Diervoeding – Studiesamenvatting 2025–2026
Hoorcollege 2 – Gastcollege: Sportvoeding –
Koolhydraten & Eiwitten (Cas Fuchs, PhD)
Dit gastcollege behandelt sportvoeding vanuit wetenschappelijk perspectief. De
fysiologische principes gelden ook voor sportdieren (renpaard, hond).
2.1 Koolhydraten – Classificatie
Koolhydraten worden geclassificeerd op basis van het aantal suikereenheden:
Type Grootte Voorbeelden Vertering
Monosacharide 1 Glucose, fructose, galactose Direct opneembaar
n
Disachariden 2 Sucrose (glu+fru), maltose Na splitsing opneembaar
(glu+glu), lactose (glu+gal)
Oligosachariden 3–9 FOS (fructo-oligosachariden) Gedeeltelijk fermenteerbaar
Polysachariden >10 Zetmeel, glycogeen, cellulose Vertering via
enzymen/fermentatie
2.2 Koolhydraatmetabolisme: van inname tot energie
Het traject dat koolhydraten afleggen in het lichaam:
Figuur 2.1 – Vijf stappen van koolhydraatinname tot energielevering in de spier
2.3 Koolhydraten tijdens inspanning
• Bij rust en lage intensiteit: voornamelijk vrije vetzuren (bloed) als brandstof
• Bij matige intensiteit (40–55% Wmax): mix van vetzuren en spierglycogeen
• Bij hoge intensiteit (>75% Wmax): spierglycogeen domineert als brandstof
De glycogeenvoorraden zijn beperkt: lever ~100 gram, spieren ~350–700 gram.
Koolhydraatinname tijdens inspanning heeft twee functies:
• Aanvullende brandstof voor de spieren (direct energie)
• Handhaven bloedglucoseconcentratie (brandstof voor de hersenen)
2.3.1 Glucose-opnamesnelheid en SGLT1
Pagina 4 | Toegepaste Biologie – HAS Green Academy