vragen logisch en goed te doen met hier en daar een uitschieter.
De open vragen vind ik zelf de leukste, omdat er geen fout antwoord mogelijk is. Ze laten je
denkwijze zien. De gegeven antwoorden zijn een indicatie van wat gemiddeld genomen verwacht
wordt, maar dit staat niet in steen. Vraag 29 en het antwoord vinden wij niet raar alleen maar heel
bijzonder.
Eigen tip: perfecte antwoorden bestaan niet en probeer niet als ‘perfect mens’ over te komen. Ze
willen een echt mens met emoties, empathie en inzicht zien die ook durft te twijfelen. Kijk uit met
absolute antwoorden
, Sorry nog even> veel van deze vragen raken aan moraal, ethiek, fatsoen, eigen inzicht. De
vragen zijn niet altijd gedetaileerd met context en diepgaande details. Ze zijn bedoeld om jouw
denkwijze in te zien. Ik zat me tijdens mijn oefenperiode vaak te ergeren aan het gebrek aan
details maar dat moet je niet doen. Niet te moeilijk nadenken en je eigen visie geven.
Oefentoets 2026
30 open vragen
Hoofdstuk 1 – Morele Druk en Professionele Grenzen
1. Tijdens coschap vertelt een arts een cynische grap over een patiënt. Iedereen lacht. Wat doe
jij?
2. Een patiënt vertrouwt jou persoonlijke informatie toe maar vraagt nadrukkelijk dit niet met de
arts te delen. Hoe handel je?
3. Je merkt dat een medestudent structureel uitgeput is maar dit probeert te verbergen. Grijp je
in?
4. Een patiënt vraagt expliciet om een “eerlijke mening” over een collega-arts. Hoe reageer je?
5. Je ziet dat een arts weinig empathisch communiceert maar medisch wel uitstekend handelt.
Hoe beoordeel jij dit?
6. Een patiënt weigert noodzakelijke behandeling op religieuze gronden. Waar ligt volgens jou
de grens tussen autonomie en verantwoordelijkheid?
7. Een familielid probeert medische voorkennis te gebruiken om sneller zorg te krijgen. Hoe
reageer jij?
8. Een arts maakt een kleine fout die waarschijnlijk geen gevolgen heeft. Moet dit altijd gemeld
worden?
Hoofdstuk 2 – Macht, Samenwerking en Sociale Dynamiek
9. Een dominante teamgenoot overschaduwt stillere groepsleden tijdens overleg. Wat doe jij
concreet?
10. Je merkt dat iemand in een projectgroep sociaal wordt buitengesloten. Hoe reageer je?
11. Een vriend binnen jouw groep levert slecht werk maar verwacht loyaliteit. Hoe ga je hiermee
om?
12. Je krijgt leiding over een groep waarin sommige leden ouder en ervarener zijn dan jij. Hoe
pak je dit aan?
13. Een groepsgenoot neemt jouw idee over zonder jou erkenning te geven. Wat doe je?
14. Binnen een team ontstaat discussie tussen snelheid en zorgvuldigheid. Welke keuze maak jij?
15. Hoe herken jij het verschil tussen zelfvertrouwen en arrogantie binnen een zorgteam?