Deskundigheid betekent: kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het uitoefenen van uw beroep.
Deskundigheidsbevordering betekent het verbeteren van die kennis en vaardigheden.
Paragraaf 1: Deskundigheid bevorderen
Vormen deskundigheidsbevordering:
Competenties, POP en PAP->
-Het gat om het hebben van vaardigheden voor het werk, gespreksvaardigheden en professionele
attitude (houding of uitstraling). We spreken over competent zijn.
-Competentie= combinatie van kennis (hoofd), vaardigheden (handen) en beroepshouding (hart)
-Om te werken aan competentieontwikkeling inzet van POP of PAP.
POP= persoonlijk ontwikkelingsplan, plan van aanpak. Eerst bedenken wat je al kan, weet en doet en
daarna wat je nog wil leren en welke competenties je wil ontwikkelen.
-Noteren in het POP->
-Huidige situatie
-Gewenste situatie
-Leerdoelen om gewenste situatie te bereiken (SMART formuleren)
-POP vergroot zelfkennis, sterke en minder sterke punten (daar kan je dan aan werken).
PAP= vervolg op de pop. Persoonlijk activiteitenplan. Beschrijf wat je gaat doen om je leerdoelen te
bereiken. Per leerdoel een planning maken.
Kwaliteitsregister:
-Opgericht door de V&VN. Online register om zichtbaar te maken dat je actief werkt aan
deskundigheidsbevordering en dat je op de hoogte bent van ontwikkelingen.
-Je legt hierin je activiteiten rondom leren en ontwikkelen vast in een persoonlijk portfolio
-Voordelen persoonlijk portfolio;
-Overzicht van je bevoegdheden en bekwaamheden
-Aantonen aan andere dat je aan deskundigheidsbevordering werkt
-Inzicht of je voldoet aan de beroepsnorm
-Overzicht van cursussen en opleidingen
-Inschrijving in het kwaliteitsregister is niet verplicht, mocht je dit doen is het 5 jaar geldig
-Binnen die 5 jaar voldoe je aan beroepsnorm deskundigheidsbevordering
-Dat betreft 184 uur aan deskundigheid bevorderende activiteiten
Intervisie/supervisie:
-Intervisie is een manier om van elkaar te leren, je bespreekt elkaars functioneren om ervan te leren
-Maximaal 8 per bijeenkomst, minimaal 4.
-Moet veilig omgeving zijn, gelijkheid, vertrouwen, mening durven geven
-Methodes voor intervisie zijn balintmethode, krantenveldanalyse, roddelmethode, indicentmethode
-Indicentmethode veelgebruikt-> gebeurtenis uit werksituatie wordt in stappen besproken
-Gespreksleider bewaakt de stappen;
-Inbrenger vertelt gebeurtenis
-Inbrenger vertelt over gevoelens die erbij kwamen, afloop wordt niet verteld
-Groepsleden noteren voor zichzelf verduidelijkingsvragen
-Vragen worden gesteld
-Groepsleden noteren voor zichzelf perceptie op de gebeurtenis, noteren op flap-over
-Inbrenger geeft reactie op percepties en kiest over welke wordt doorgepraat in de groep
, -Groepsleden delen soortgelijke ervaringen en geven suggesties
-Inbrenger vertelt welke suggestie hij gaat gebruiken, andere groepsleden vertellen wat ze
hebben geleerd van de uitwisseling
-Groepsevaluatie van proces, inbreng en werkwijze
Supervisie is je eigen functioneren met andere kritisch beoordelen. Kan met 1 tot 4 andere.
-Supervisor is meestal ervaren professional of iemand buiten eigen werkomgeving.
-Sprake van ongelijkheid, supervisor heeft leiding.
-Leren door middel van reflectie op denken, voelen, willen en handelen. Supervisor reflecteert je.
-Supervisor reflecteert tijdens bijeenkomst en maakt reflectieverslag na afloop.
-Methodieken reflectieverslag zijn bv STARRT of Korthagen
Intercollegiale toetsing:
-Intervisie zoals net beschreven of intercollegiale toetsing in engere zin.
-Laatste is voor toetsing van protocollen.
-Intervisie gaat om persoonskenmerken
-Intercollegiale toetsing in engere zin gaat over individuele handelen op geaccepteerde
kwaliteitsnormen. Heeft de persoon goed gehandeld, waren er alternatieven wat beter kan.
Scholing en bijeenkomsten:
-Themabijeenkomst= voor mensen uit hetzelfde vakgebied om te spreken over onderwerp en
gedachten uit te wisselen. Bv op studiedagen, conferenties, symposia of congressen.
-Themabijeenkomst organiseren gaat via vast stappenplan;
-Bepaal concreet onderwerp en zorg dat het duidelijk is voor iedereen
-Bepaal het doel wat je wil bereiken (bv kennis vergroten)
-Stel de doelgroep van de bijeenkomst vast
-Onderzoek de beginsituatie, wat weten deelnemers al
-Bedenk werkvormen
-Welke middelen heb je nodig (bv beamer of scherm)
-De planning en organisatie (uitnodiging maken, regelen ontvangst, koffie)
-Evaleren na afloop om van te leren
-Bijscholing= kennis die je nog niet hebt en die bedoeld is je vakbekwaamheid te vergroten
-Nascholing= kennis die al eerder is verkregen en weer wordt opgehaald of bij wordt gehouden.
-Werkgevers bieden dit vaak aan werknemers, ook overheid biedt ontwikkelbudget.
-Scholing kan ook verplicht zijn, bv bij verpleegtechnische handelingen
-Binnen de zorg groei van E-learning en blended learning->
-E-learning= mogelijkheid om online onderwijs te volgen op tijdstip dat jou uitkomt
-Blended learning= voor sommige oefening of training is face-to-face onderwijs nodig,
theoretische gedeelte via e-learning en training in een oefenruimte fysiek.
-Kenmerken van scholing->
-Kan zich richten op vakinhoudelijke zaken maar ook organisatorische zaken van het werk
-Kan voor grote groep georganiseerd zijn of individueel
-Organisatie kan scholing verzorgen of iemand inhuren
-Scholing kan verplicht zijn of vrijwillig
-Initiatief tot scholing kan vanuit medewerker komen of vanuit werkgever
-Breng opgedane kennis in de praktijk en deel kennis met collega’s
Vakliteratuur:
-Dit is een bron van informatie over allerlei onderwerpen die te maken hebben met je beroep.
Verdiepen van kennis, op de hoogte blijven van ontwikkelingen en delen van meningen.
-Bijhouden van vakliteratuur voorkomt routinematig werken
,-Op de hoogte blijven kan via internet, tijdschriften, boeken of andere media (radio, krant, tv)
-Professionele en betrouwbare sites zijn transparant, logo vermeld, beschrijving van wie ze zijn,
namen van auteurs.
-Meerdere bronnen raadplegen over een onderwerp, maakt informatie betrouwbaarder als deze
steeds hetzelfde is.
-Checklist om een site te beoordelen op betrouwbaarheid->
-Wie is verantwoordelijk voor de inhoud en wat is hun belang
-Hoe actueel is de site
-Is de site een oorspronkelijke bron of hebben zij informatie van andere sites gehaald
-Wordt de website gesponsord en wat is het belang van de sponsor
-Is de informatie logisch en komt het overeen met andere bronnen
Onderwijskundige modellen:
-Persoonlijke leerstijl is de manier waarop iemand het beste leert.
-Verschillende wijze waarop mensen leren->
1.Groeimindset Dweck
-Van Amerikaanse psychologe Dweck
-De denkwijze van mensen speelt een belangrijke rol in het leerproces
-Fixed mindset tegenover groeimindset (meestal zit men er ergens tussenin)
-Tabel hoe de verschillende mindsets omgaan met bepaalde kernmeken->
Kenmerk Groeimindset Fixed mindset
Maakbaarheid Overtuiging dat je capaciteiten Capaciteiten liggen vast, je
kunt ontwikkelen moet het doen met wat je bij
je geboorte hebt gekregen
Focus op leren Streven om iedere dag beter te Nadruk ligt op eindresultaat.
worden en te leren. Fouten Graag zeker weten of het gaat
maken hoort erbij lukken. Fouten maken is bewijs
van incompetentie
Volhouden Noodzakelijk voor het behalen Volhouden is zinloos, wanneer
van succes. Extra inspanning het niet lukt kun je beter
wordt gewaardeerd stoppen
Omgaan met feedback Belangrijk en noodzakelijk om Voelt als een persoonlijke
te leren aanval
-Bij een groeimindset heb je belang bij het leren, niet zo zeer het eindresultaat.
-Bij fixed mindset reageren mensen vaak op feedback met verdedigingsmechanismen
Groeimindset Vaste mindset
Door mijn fouten leer ik het beter Oh nee, ik heb het fout gedaan
Ik ben op de goede weg Hier ben ik supergoed in
Kan ik echt niet beter? Beter dan dit kan ik niet
Ik vraag om hulp Ik snap er niks van
Dit gaat me tijd en moeite kosten Dit is gewoon te moeilijk
Wat moet ik nog leren? Ik kan dit niet
Ik probeer het opnieuw Ik geef het op
Wat kan ik van haar leren? Ik word nooit zo slim als zij
-Ontwikkelen van de hersenen blijft je hele leven, telkens maken van nieuwe verbindingen tussen
hersencellen. Die verbindingen zorgen dat je kunt leren.
, -Hoe vaker verbindingen worden geactiveerd, hoe soepeler hij tot stand komt. Dus hoe vaker
je iets oefent of probeert hoe makkelijker of beter het uiteindelijk gaat.
-Strategieën om de groeimindset te vergroten->
-Zorg dat je bewust bent van je eigen overtuigingen, is het helpend of belemmerend.
-Waardeer het proces in plaats van het resultaat. Bv niet ‘wat een goed cijfer’, maar wel ‘wat
heb je hard gewerkt’.
-Laat zien hoe je kunt leren van fouten. Positief spreken over fouten laat je zien dat het
normaal is bij het leerproces.
Breinleren:
-Toepassing van datgene wat we weten over de werking van de hersenen en de wijze van leren.
-Als je weet hoe het brein info opslaat, kun je die info toepassen wanneer je iemand iets gaat
aanleren. Dit noemen we de breinleerprincipes->
1-Focus= vestig de aandacht op wat geleerd gaat worden, maak het voorstelbaar en realistisch
2-Herhaling= zodat het minder makkelijk vergeten worden en gespreid leren over langere periode
3-Voortbouwen= activeer bestaande kennis en leg verbinding met nieuwe kennis
4-Creatie= door te doen onthoudt je de informatie beter (bv opdrachten maken)
5-Emotie= hoe meer emotie, hoe beter geleerd wordt. Denk aan verrassing, beloning of beetje stress
6-Zintuiglijk rijk= door alle zintuigen te gebruiken onthoudt je informatie beter (bv niet alleen horen)
7-Interactie= informatie niet alleen overdragen door zenden, maar laat mensen aan het werk gaan.
Bv door te discussiëren over de informatie.
8-Imiteren= door handelingen voor te doen, zodat andere het na kunnen doen wordt informatie
beter bewaard.
2.Kolb
-Leerstijl van Amerikaanse psycholoog Kolb
-Ook wel cyclus van ervaringsleren genoemd
-Maakt onderscheid in twee dimensies in het leerproces->
1.Concrete ervaringen tegenover abstracte begrippen
-Leren door praktijkervaring of pas leren wanneer je de ervaring kan vertalen naar
algemene begrippen
2.Actief tegenover passief (of reflectief)
-Leren door te doen en aan de slag gaan of eerst observeren voor zelf uitvoeren
-Door de dimensies tegenover elkaar te plaatsen ontstaat de cyclus van Kolb.
-Pas sprake van effectief leren wanneer alle 4 de fasen worden doorlopen
1.Concreet ervaren 2.Reflectief observeren
3.Abstract conceptualiseren 4.Actief oefenen
-Kolb gaat uit van 4 leerstijlen->
Leerstijl Combinatie van Inhoudelijk
De doener Combinatie van actief oefenen en Leren door actief bezig te zijn zonder
concreet ervaren. veel theorie
De bezinner/ Combinatie van concreet ervaren en Situatie bekijken vanuit verschillende
De dromer reflectief observeren. kanten en oplossingen bedenken voor
het probleem
De denker Combinatie van reflectief Verzamelt concrete gegevens, vergelijkt
observeren en conceptualiseren. ze en vertaalt het naar abstracte
theorieën en modellen
De beslisser Combinatie van abstract Probeert liever bestaande oplossing uit
conceptualiseren en actief oefenen. dan zelf een nieuwe te bedenken.
-De meeste mensen hebben een gecombineerde leerstijl.