Hoofdstuk 2: Zorgplannen
-Verzorgde IG helpt zorgvragers in de zorg en met adl (algemeen dagelijkse
levensverrichtingen). Dit kan zowel thuis als in verpleeghuis.
-Zorg verlenen via methodisch werken. Activititeiten die gedaan worden, worden
vastgelegd in een zorgplan.
Paragraaf 1; Zorgdossier
-Een systeem waarin gegevens van de zorgvrager (cliënt) vastgelegd zijn.
-Kan via papier of digitaal
-Toestemming voor zorgverlener nodig om in medische dossier te kunnen, dat moet via
LSP (landelijk schakelpunt).
-Landelijk schakelpunt= zorginfrastructuur; een netwerk waar zorgaanbieders op
kunnen aansluiten. In dit netwerk kun je medische gegevens van patiënt raadplegen in
elkaars systemen 24/7.
-Landelijk schakelpunt is hierop ontwikkeld en beveiligd
-Het is geen database, niks wordt opgeslagen bij hun. De gegevens blijven bij de
apotheek en huisarts.
-Voorwaarde voor goede zorgverlening is duidelijke verslaglegging en omgaan met
iemands zorgdossier.
-Hierdoor juiste communicatie en coördinatie, waardoor continuïteit in zorg
gewaarborgd blijft.
-Samenwerken tussen alle zorgprofessionals en de coördinatie van ketenzorg is van
groot belang.
-Bij toegenomen zelfmanagement van zorgvrager is juiste rapportage ook belangrijk
-Manier van verslaglegging is vastgelegd in de richtlijn 'verpleegkundige en verzorgende
verslaglegging'.
*Rapportage (verslaglegging) in het zorgdossier
Stappen Omschrijving en formulieren
Gegevens De gegevens worden verzameld tijdens het eerste gesprek (de
verzamelen anamnese) met de zorgvrager/cliënt. Door het stellen van gerichte
vragen en eigen observaties verkrijgt de zorgprofessional de
gegevens van de zorgvrager/cliënt of zijn naasten. Ook kan
informatie verkregen worden van andere hulpverleners.
Gegevens Het zorg(leef)plan vormt de basis voor de te verlenen zorg. Het
verwerken in het zorg(leef)plan moet door iedere zorgprofessional voor de
zorg(leef)plan zorgvrager opgesteld worden. In het zorgleefplan worden:
door het - Eén of meerdere problemen omschreven met behulp van PES:
vaststellen van: (P) wat is het probleem?
, - zorgproblemen (E) de oorzaak (etiologie) van (P), welke factoren spelen mee?
- zorgdoelen (S) de symptomen van het probleem, wat zijn de symptomen (S)?
- zorgactiviteiten - Zorgdoelen worden SMART geformuleerd:
Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden.
- Bij de zorgactiviteiten wordt beschreven wat, wanneer en hoe de
activiteiten uitgevoerd worden om de zorgdoelen te behalen.
Uitvoeren van de Dit omvat:
zorg - het zorg(leef)plan
- observatieformulieren
- de rapportage (verslaglegging) van alle uitgevoerde
zorgactiviteiten, ook op opdrachtformulieren van andere
zorgprofessionals en de bijzonderheden of afwijkingen.
Deze rapportage is belangrijk als communicatiemiddel tussen alle
zorgprofessionals. Aan de hand van de voortgangsrapportage kan
de zorgverlening gecontinueerd worden. Ook kan de zorg naar
aanleiding van de rapportage, bijgestuurd worden naar de actuele
situatie van de zorgvrager.
Evalueren van de Dit omvat:
zorg - evaluatieformulier
- formulier voor de overdracht van zorg
- formulier voor de afsluiting van zorg
Tijdens de evaluatie wordt samen met collega’s, de zorgvrager en
naasten besproken of het zorgdoel is bereikt.
In de langdurige zorg wordt het zorgplan ten minste twee keer per
jaar geëvalueerd, indien nodig kan dit vaker gebeuren.
-Amnese= eerste gesprek om gegevens over cliënt te verzamelen.
-Zorgprobleem omschrijven aan de hand van PES;
-P -> Wat is het probleem
-E-> Wat zijn de oorzaken (etiologie) van het probleem, welke factoren spelen
mee?
-S -> Waaraan kan het probleem herkend worden, wat zijn de symptomen?
-Zorgdoel SMART omschrijven;
-Specifiek, meetbaar, acceptabel, relevant, tijdgebonden.
Paragraaf 2: Zorgplannen – de opzet
-Een zorgplan/zorgleefplan is een onderdeel van het zorgdossier en moet voor iedere
zorgvrager aangemaakt worden.
-De zorgvrager is manager over eigen leven. Bepaalt dagindeling en hoe zijn ziekte plek
krijgt in leven. Dit geldt ook voor de zorg die hij krijgt.
-Zorgvrager bepaald hoe zijn zorg georganiseerd wordt, wensen en behoeften van
zorgvrager staan centraal.
-Gevoel van autonomie (recht om zelf te bepalen) is belangrijk.
,-Zorgvrager wordt ondersteund om hem nog zoveel mogelijk zelf te laten doen en zo de
zelfredzaamheid te bevorderen.
-Doordat wensen, behoeften en regie van zorgvrager centraal staan is het
makkelijker de ondersteuning van zorgverlener te ontvangen.
-Ondersteuning geven op deze manier heeft voordelen;
-Zelfredzaamheid verbetert
-Zelfstandigheid verbetert
-Helpt bij het verminderen van pijnbeleving en geeft minder onrust
-Zorgvrager herstelt sneller
-Stel als zorgverlener samen met zorgvrager af waar behoefte aan is, bouw ook goede
relatie op samen door regelmatig ondersteuning te geven.
-Door band tussen zorgverlener en zorgvrager kan de kwaliteit van zorg en
begeleiding ook verhogen.
Betrokken en empathisch;
-Manier van zorgvrager benaderen is belangrijk. Je meer betrokken opstellen zorgt voor
meer resultaat bij zorgvrager.
-Communiceren met zorgvrager van belang, belangrijk dat;
-Je vertelt wie je bent en wat je komt doen
-Je de zorgvrager goed observeert en handelt naar wat je ziet
-Je uitlegt waarom je iets doet
-Je observeert hoe de zorgvrager op je reageert, pas je manier van handelen aan als
het nodig is
-Je rustig en beleefd blijft, richting zorgvrager en naasten
-Je vragen van zorgvrager beantwoordt. Als je het antwoord niet weet dit eerlijk zegt
en later terugkomt als je het wel hebt gevonden
-Je je eigen problemen en zorgen niet meeneemt naar werk en niet deelt
-Je niet negatief praat over werkdruk, collega's en andere zorgvragers.
-Methodisch werken zorgt voor een vaste volgorde om zorgplan op te stellen.
Persoonsgericht werken;
-Methodisch werken betekent ook persoonsgericht werken.
-De zorg is afgestemd op iemands persoonlijke wensen, behoeften en
voorkeuren. Je benadert de zorgvrager als mens, niet als cliënt.
-Persoonsgericht werken ->
1.Betrokken en empathisch;
-Relatie tussen zorgvrager en zorgverlener staat centraal, samenwerking tussen
beide. Dit geeft verbinding en vertrouwen.
2.Individueel ->
-Ieder mens is een individu en heeft eigen identiteit die wordt gerespecteerd.
3.Autonomie ->
, -Zorgvrager mag beslissingen nemen over zorg die hij wil, er is respect voor
opvattingen van de zorgvrager.
4.Zorgdoelen ->
-De zorg, behandeling en ondersteuning zijn in overleg met de zorgvrager en
naasten vastgelegd.
Kwaliteit van leven;
-Zorg afgestemd op wensen en behoeften van zorgvrager.
-Levensdomeinen geven richting aan bepalen van zorgdoelen, door juiste vragen stellen
per levensdomein.
-Er zijn 4 levensdomeinen gericht op kwaliteit van leven->
1.Lichamelijk welbevinden
-Hoe is het gesteld met de lichamelijke gezondheid van cliënt
2.Mentaal welbevinden
-Hoe is het gesteld met de geestelijke gezondheid van cliënt
3.Participatie
-Heeft cliënt sociale contacten, participeert hij in de samenleving, zijn er hobby's
of interesse en dus dag invulling
4.Woon- en leefomstandigheden
-heeft de cliënt veilige woonruimte en voelt hij zich veilig
Het eerste domein; het lichamelijk welbevinden;
-Vraag die centraal staat is wat de cliënt belangrijk vindt bij lichamelijke verzorging.
-Ga na hoe lichamelijke verzorging en verpleegtechnische handelingen in het leven van
zorgvrager passen.
-Bv als cliënt geen ochtendmens is, dan niet om 7u verzorging doen
-Zou hou je dus rekening met wensen van zorgvrager.
Het tweede domein; het mentaal welbevinden;
-Dit domein is sterk verbonden met de andere 3 domeinen
-Door goede verzorging, schone kleding, goed eten en drinken, sociale
omgeving, eigen regie voeren, gevoel van eigenwaarde.
-Belangrijk respect te hebben voor eigen regie en eigen identiteit van zorgvrager.
-Kan voorkomen dat zorgvrager dierbare verliest met als gevolg eenzaamheid en rouw
-Komt vooral in ouderenzorg meer voor
-Eenzaamheid is niet alleen het alleen zijn, ook kan het behoefte aan
verschillende contacten zijn.
-Bv dagelijks zoon of dochter op bezoek, misschien ook behoefte aan
vrijwilliger die wekelijks langskomt.
-Verlies van dierbare kan intens verdriet geven, iedereen gaat er anders mee om