Hoofdstuk 3: Begeleiden
-Begeleiding houdt in de zorgvrager te ondersteunen bij zaken die hij zelf
niet kan
-Juiste begeleiding geven en rekening houden met eigen regie, eigen
kracht en zelfredzaamheid.
Paragraaf 1 : Begeleiden of ondersteunen
-Je ondersteunt de zorgvrager bij het behalen van zijn zelf opgestelde
doelen
-Zorgvrager is ervaringsdeskundige over zijn leven en ideeën, jij hebt ook
deskundigheid. Je bent gelijke van elkaar
-Zorg voor vertrouwen in de band, dan kan gedrag aangepast worden.
-Gedrag is wat iemand doet, maar ook wat iemand niet doet.
-Om een veranderingsproces aan te gaan zijn 4 stappen belangrijk;
1.De zorgvrager moet openstaan voor informatie
2.De zorgvrager begrijp de info, kan het onthouden en toepassen
3.De zorgvrager heeft motivatie iets met de info te doen
4.De zorgvrager is in staat iets met de info te doen
-Zonder vertrouwen tussen beide, kan de 1e stap niet gezet worden, dus
de vervolgstappen ook niet.
Begeleidingsrelatie;
-Relatie tussen zorgvrager en zorgverlener om goed te kunnen
begeleiden.
-Kan alleen ontstaan als er vertrouwen is tussen beide
-Voorkeur is vaste begeleider voor een zorgvrager
-Ga uit van een gelijkwaardige relatie, de behoeften/mogelijkheden van
zorgvrager staan centraal en de zorgverlener kent zijn eigen
grenzen/mogelijkheden in begeleiden.
-Bij begeleiden werk je met een vast plan en na afloop controleert of het
doel behaald is.
-Doel-> zorgvrager kan zaken aan zichzelf veranderen, nieuwe inzichten
en aangepast gedrag leiden tot behalen van bepaalde doelen.
-Voorbeelden begeleidingsdoelen;
-Dhr leert gewicht op peil houden na info over leefstijl
-Mw leert leven richting geven na auto-ongeluk en in een rolstoel zitten
-De zorgvrager bepaald wat hij nodig heeft, als iets niet mogelijk is dan
denkt de zorgverlener mee om te kijken wat nog wel mogelijk is
-Als je een afspraak maakt, kom je deze ook na.
,Begeleiden of doen;
-Gewend om te doen en zaken over te nemen, bij begeleiden doe je dat
niet
-Eigen regie, eigen kracht en zelfredzaamheid van zorgvrager staan
voorop
-Bij begeleiden is communicatie belangrijk
-Communiceren zodat het doel waarvoor begeleiding nodig is te bepalen
en behalen. Gesprekstechnieken kunnen helpen.
Gesprekstechnieken;
-Met gesprekken stel je doel van begeleiding en zorgplan op
-Er zijn algemene en motiverende gesprekstechnieken om gesprekken
goed te laten verlopen.
Algemene gesprekstechnieken;
1.Laat OMA thuis -> oordelen, meningen, aannames
-Bewust zijn hoe je handelt of spreekt vanuit je eigen referentie kader
2.Wees een OEN -> open, eerlijk, neutraal
-Probeer zo open en eerlijk mogelijk te zijn
-Loopt een gesprek niet prettig, geef dit aan. Dit geeft vertrouwen en
openheid en maakt het gesprek makkelijker
3.Denk aan LSD -> luisteren, samenvatten, doorvragen
-Luister actief door bv te knikken of hummen
-Zo mis je geen belangrijke info en begrijp je wat iemand zegt
-Door samenvatten laat je zien dat je aandacht hebt en hem begrijpt
-Door doorvragen laat je zien dat je aandacht hebt en geen info mist
4.Neem ANNA mee -> altijd navragen, nooit aannemen
-Ga na of je echt begrijpt wat iemand bedoeld
5.Smeer NIVEA -> niet invullen voor een ander
-Bij onduidelijkheid navragen wat de ander bedoeld en niet invullen
6.Wees voorzichtig met adviseren
-Soms wil iemand geen oplossing, maar gewoon zijn verhaal kwijt
-Soms kan je een probleem niet oplossen, omdat een professional nodig is
-Advies kan zijn naar een professional te gaan of laat iemand gewoon
even zijn verhaal vertellen en stoom afblazen
7.Praat uit de ik-vorm
-Zo geef je niet het gevoel iemand iets op te leggen
-Bv ik begrijp dat je er moeite mee hebt, ipv, jij hebt er moeite mee zeg
-Voorkomt irritaties en biedt ruimte om te zeggen als iets niet goed
begrepen is
Motiverende gesprekstechnieken;
-Er zijn 4 basistechnieken.
,1.Open vragen stellen
-Daagt uit voor uitgebreid antwoord, iemand moet gaan bedenken wat hij
wil gaan zeggen
-Zo kan je beter aansluiten bij de motieven en waarden van de ander
2.Reflectief luisteren
-Er zijn verschillende soorten reflecties
1.Eenvoudige reflectie
-Bijna herhalen wat iemand zegt, maar dan net anders
2.Tweezijdige reflectie
-Reflectie waarin je voordelen en nadelen benoemt
3.Versterkte reflectie
-Reflectie waarin je weerstand iets overdrijft
-Verwachting dat de ander dit zal nuanceren
4.Verzwakte reflectie
-Reflectie waarin je de boodschap iets afzwakt
-Verwachting dat de ander de boodschap zal versterken
5.Verbindende reflectie
-Reflectie die reflecteert op wat iemand zegt én een koppeling
maakt naar info die eerder in het gesprek verteld was. Soort
verbindende samenvatting
3.Bevestigen
-Inspanningen en kwaliteiten van de ander opmerken en benoemen
4.Samenvatten
-Door samenvatten bewaak je structuur van het gesprek
-Controleren of je elkaar nog goed begrijpt
-Samenvatten om door te gaan naar ander onderwerp
Begeleidingsinterventies;
-Een aantal punten worden ingezet bij begeleiden->
-Luisteren, motiveren, stimuleren, structuur bieden, voorlichten
Technieken tijdens het begeleiden;
1.Doelen opschrijven
-Doelen in het zorgplan om alle betrokkenen op de hoogte te houden
-Laat zorgvrager doelen opschrijven in opschrijfboekje en stel hem
verantwoordelijk voor dat boekje
2.Ik-antwoorden laten geven
-Hierdoor krijgt de zorgvrager inzicht in eigen situatie
3.Inzetten van een takenlijst
-Bepaald gedrag wat de zorgvrager dagelijks/wekelijks moet laten zien
-Bij mensen met beperking of kinderen kan het met beloning
4.Motiverende gespreksvoering
-Richting gestuurde directieve gesprekstechniek
, -Ervan uitgaan dat zorgvrager gedrag wil aanpassen als hij het probleem
van zijn gedrag ervaart en wil oplossen
5.Op de zorgvrager afstemmen
-Iedereen is anders, benadering afstemmen per persoon
-Verschillende soorten zorgvragers;
1.Afhankelijke zorgvrager
-Begeleidingsvorm is positief bekrachtigen
2.Wantrouwende zorgvrager
-Belangrijk afspraken duidelijk noteren en dagelijks doorspreken
3.Manipulerende zorgvrager
-Belangrijk gezamenlijk doel te bepalen
-Grenzen stellen aan eigen zorgverlening
6.Positief bekrachtigen (empowerment)
-Zorgvrager complimenten geven bij goed gedrag
-Zorgt voor goed gevoel en positief effect op gedrag
7.Beloning
-Beloning is gericht op gedrag, een extra beloning aan goed gedrag
koppelen heeft positief effect erop
8.Voorlichting geven
-Belangrijk bij begeleiding, bv over ziekte of aandoening en gevolgen
hiervan voor de zelfredzaamheid
Vormen van begeleiding;
Ondersteunende begeleiding;
-Richt zich op sociale en emotionele problemen tijdens dagelijkse
zorgverlening
-Zorgvrager zoekt naar luisterend oor, empathische houding, soms ook
troost
Activerende begeleiding;
-Accent ligt op actief leren omgaan met aandoening of beperking
-Doel is kwaliteit van leven vergroten
-Bv leren koken, verbeteren persoonlijke verzorging
-Dit is methodisch begeleiden
-Zorgdoel wordt vastgesteld en vastgelegd in zorgplan als
begeleidingsplan of activiteitenprogramma
-Je geeft sturing bij oplossen van het zorgprobleem
Sturende begeleiding;
-Het initiatief voor een handeling komt vanuit de zorgverlener
-Doel is zorgen dat de zorgvrager onafhankelijker wordt