Inhoudsopgave
Lecture 1: Introduction 2
Lecture 2: Games 3
Artikel: Krueger, J. I., Heck, P. R., Evans, A. M., & DiDonato, T. E. (2020). Social game theory: Preferences, perceptions,
and choices. European Review of Social Psychology, 31(1), 222-253 5
Lecture 3: Interdependence: theory & practice 9
Artikel: Van Lange, P. A., & Balliet, D. (2015). Interdependence theory. 13
Artikel: Columbus, S., & Molho, C. (2022). Subjective interdependence and prosocial behaviour. Current Opinion in
Psychology, 43, 226-231. 13
Lecture 4: Cooperation 15
Artikel: Spadaro, G., Graf, C., Jin, S., Arai, S., Inoue, Y., Lieberman, E., ... & Balliet, D. (2022). Cross-cultural variation in
cooperation: A meta-analysis. Journal of Personality and Social Psychology,123(5), 1024-1088. From page 1024 to 1030. 17
Artikel: Romano, A., Sutter, M., Liu, J. H., Yamagishi, T., & Balliet, D. (2021). National parochialism is ubiquitous across 42
nations around the world. Nature communications, 12(1), 4456.. 18
Lecture 5: Equity & fairness 19
Artikel: Loewenstein, G. F., Thompson, L., & Bazerman, M. H. (1989). Social utility and decision making in interpersonal
contexts. Journal of Personality and Social psychology, 57(3), 426.. 22
Artikel: Starmans, C., Sheskin, M., & Bloom, P. (2017). Why people prefer unequal societies. Nature Human Behaviour,
1(4), 0082. 23
Lecture 6: Punishment 24
Artikel: Fehr, E., & Fischbacher, U. (2004). Social norms and human cooperation. Trends in cognitive sciences, 8(4),
185-190. 26
Artikel: Molho, C., Tybur, J. M., Van Lange, P. A., & Balliet, D. (2020). Direct and indirect punishment of norm violations
in daily life. Nature communications, 11(1), 3432... 27
Lecture 7: Morality of markets 28
Artikel: Falk, A. and Szech, N. (2013). Morals and Markets, Science, 340, 707–712 30
Artikel: Kerschbamer, R., Neururer, D., & Sutter, M. (2016). Insurance coverage of customers induces dishonesty of
sellers in markets for credence goods. Proceedings of the National Academy of Sciences, 113(27), 7454-7458... 30
Lecture 8: Group ethical decision-making 31
Artikel: Kocher, M. G., Schudy, S., & Spantig, L. (2018). I lie? We lie! Why? Experimental evidence on a dishonesty shift in
groups. Management Science, 64(9), 3995-4008.. 33
Artikel: Leib, M., Köbis, N., Soraperra, I., Weisel, O., & Shalvi, S. (2021). Collaborative dishonesty: A meta-analytic review.
Psychological Bulletin, 147(12), 1241... 33
Lecture 9: Negotiation 34
Artikel: Thompson, L. L., Wang, J., & Gunia, B. C. (2010). Negotiation. Annual review of psychology, 61, 491-515... 36
Lecture 10: Strategies in negotiations 37
Artikel: Janiszewski, C., & Uy, D. (2008). Precision of the anchor influences the amount of adjustment. Psychological
Science, 19(2), 121-127.. 39
Artikel: Kang, P. (2022). Insincere negotiations: How negotiators can misrepresent their objectives to exploit counterparts
during and after negotiations. Current Opinion in Psychology, 47, 101409.... 39
Lecture 11: Strategic impressions 40
Artikel: Schweitzer, M. E., Ho, T. H., & Zhang, X. (2018). How monitoring influences trust: A tale of two faces.
Management Science, 64(1), 253-270. 43
Artikel: Cain, D. M., Loewenstein, G., & Moore, D. A. (2005). The dirt on coming clean: Perverse effects of disclosing
conflicts of interest. The Journal of Legal Studies, 34(1), 1-25.... 43
Lecture 12: Gossip 44
Artikel: Feinberg, M., Willer, R., & Schultz, M. (2014). Gossip and ostracism promote cooperation in groups. Psychological
science, 25(3), 656-664... 47
Artikel: Dores Cruz, T. D., Thielmann, I., Columbus, S., Molho, C., Wu, J., Righetti, F., ... & Balliet, D. (2021). Gossip and
reputation in everyday life. Philosophical Transactions of the Royal Society B: Biological Sciences, 376(1838).... 47
Voorbeeld tentamenvragen + Antwoorden 48
1
,Lecture 1: Introduction
Mensen zijn interdependent als hun acties invloed hebben op niet alleen hun eigen welfare (welzijn), maar
ook op dat van anderen. Mensen hebben controle over hun eigen én andere outcomes.
Met consequences for anderen wordt bedoeld dat de eigen decisions affect hebben op anderen. Met
consequences of anderen wordt bedoeld dat de decisions van anderen effect hebben op jouw outcomes.
Voorbeelden van interdependent zijn bijkletsen op de werkvloer, romantische relaties, je
huisgenoten/buren in hetzelfde gebouw, en de rij waarin je samen met anderen staat voor de kassa. Het
komt dus voor in sociale situaties
De outcomes hebben vaak betrekking op money, happiness, health, quality of life, grade, etc.
Bij very low/no interdepence ben je in je eentje aan het lezen en veel in de natuur in je eentje.
Interdepence wordt veel weergeven in matrixen. Bijvoorbeeld bepalen wie de
afwas doet: player 1 kan kiezen om de afwas te doen, of niet. Dezelfde keuze
heeft player 2 (Matrix hiernaast is een Prisoner’s dilemma). Er zijn in totaal 4
uitkomsten:
Met deze scores blijkt dus dat player 1 het liefst niet wil afwassen (3 punten),
maar dan moet player 2 wel afwassen (3:0). Het is voor hem niet de beste
optie om altijd niet afwassen te kiezen. Als player 2 dan ook niet afwassen
kiest (1:1), zijn ze beiden slechter uit dan als ze allebei wel afwassen kiezen (2:2). De keuzes worden apart
van elkaar gemaakt, en het brengt risico’s met zich mee.
Met gebruik van de cijfers om te laten zien wat individueel en collectief de beste opties zijn, worden de
matrixen games genoemd, game theory. Hierin zijn simpele sociale en strategische interactions
geformaliseerd. Concepten zoals players, strategies en payoff worden gebruikt om alles te analyseren. Elke
sociale situatie is het spelen van een game.
1. Als eerst moet je de actors identificeren, dus wie doen mee aan de game (vaak player 1 en 2, maar kan
ook met meer).
2. Daarna identificeer je de acties van elke actor.
3. Identificeer de outcomes van elke actie (hoe hoger het getal, hoe beter) en de actiecombinaties.
Een bekende matrix is de prisoner’s dilemma (models cooperation). De
matrix geeft aan hoelang de 2 spelers in de gevangenis blijven als ze
afzonderlijk van elkaar moeten confessen of remain silent. In dit voorbeeld
betekenen de cijfers: hoe hoger, hoe slechter (het aantal jaar in de
gevangenis):
Cooperation (remain silent, afwassen) is voor beide spelers voordelig. Maar
exploiting cooperation is nóg voordeliger individueel (ik confess en ander
remains silent). Dus cooperative zijn is ook risky, zoals het risico om exploited te worden. Dit dilemma
heeft dus een costly cooperation: je geeft een ander het voordeel en betaalt zelf de kosten.
Afwas matrix: Als jullie beiden kiezen om cooperation te zijn (wel afwassen), dan sacrifice (opofferen) jij 1
utility point (nuttigheidspunt, 3 2), zodat de ander 2 utility points erbij krijgt (02). Toch kan je defection
kiezen (niet afwassen), omdat die de hoogste beloning (reward) heeft, maar je geeft de ander er geen
voordeel mee.
Als je de parameters aanpast (cijfers), maar de structure hetzelfde houdt, kan cooperation meer of minder
appealing (aantrekkelijk) worden. Uit een studie is gebleken dat hoe hoger de waarde als beide
cooperation kiezen (cel linksboven), hoe meer cooperation er daadwerkelijk is, alsook de
overtuiging/verwachting (beliefs) dat er meer samengewerkt gaat worden.
Prisoner’s dilemma wordt gebruikt in situaties zoals nuclear disarmament (ontwapening), working on group
projects, en doping in sports.
2
,Lecture 2: Games
Deze lecture wordt in het maken van een matrix 2 stappen toegevoegd:
4. Analyseer wat het meest rationele is om te kiezen per actor.
5. Identificeer de unique states: equilibrium en pareto optimal.
Stag Hunt Game
Een ander type sociaal dilemma is de Stag Hunt game. Hierbij is er een
conflict tussen safety vs. cooperation.
Cooperation is voor beiden (mutually) voordelig, want beide spelers krijgen
meer als ze beiden op de Stag jagen. Maar ook is cooperation risky: als de
andere speler tóch voor de Hare kiest (safety), dan krijg jij niks. Als je beiden
niet cooperate is dat een safe option, maar met een bescheiden (modest)
outcome.
De stag hunt game gebruik je in modellen die gaan over het aannemen (adopting) van nieuwe
technologieën of standaarden, over het beginnen van een new start-up en ja/nee protesteren.
Het verschil met PD: In PD zou je
nog kunnen defecten, ongeacht of je
de ander vertrouwt op het kiezen van
cooperaten. In Stag Hunt ga je alleen
defecteren als je de ander niet
vertrouwd dat hij cooperative gaat
kiezen.
Bij PD is er nog temptation om te
defecteren om zelf beter resultaat te hebben.
In het PD is defecting altijd beter dan cooperating, ongeacht wat de ander doet. Maar mutual defecting
geeft een slechter resultaat dan mutual cooperation.
In de Stag Hunt is cooperating beter als de ander ook cooperates. Defecting is beter als de ander ook
defects. Hier is geen temptation, alleen onzekerheid over wat de ander zal doen.
In de Stag Hunt game speelt loss avoidance (loss aversion) een belangrijke rol in het bepalen om wel of
niet samen te werken. Mutual cooperation is de beste optie (A,A), maar als je niet vertrouwd dat de ander
cooperative kiest, is het veiliger om te verraden (defection) om dus verlies te vermijden.
Als alle uitbetalingen in alle opties positief zijn, kiest 80% ervoor om samen te werken. Daarnaast blijkt
hoe meer risico op verlies (-€), hoe minder mensen kiezen om samen te werken. De defection optie is dan
minder negatief dan dat jij cooperate en de ander defects.
Je ziet dat de cel linksonder (links) bij het PD hoger is dan bij mutual cooperation (temptation), en bij de
Stag Hunt lager is dan bij mutual cooperation. Als de waarde van de cel linksonder (links) in het PD
verandert (bijv minder wordt, weak PD vs. strong PD), zie je verschil in de mate van temptation om te
defecten (minder snel defects).
Als een mens random wordt gematchd met een persoon, gaan ze sneller cooperaten, dan wanneer een
phantom met een random choice wordt gematchd van de eerdere human data. Dit betreft in de games
strong PD, weak PD en stag hunt. Met deze verhoudingen wordt het meest gecooperates in de Stag Hunt
game (80%), dan in de weak PD (50%) en het minst in de strong PD (25%).
Chicken game
In dit spel wordt er gemodelleerd tussen conflict vs. compromise. De vraag hierbij is: wie maakt het
compromis in conflicten. In de matrix kan een auto en truck die naar elkaar
toerijden kiezen om rechtdoor te blijven rijden (straight) of af te wijken (swerve).
Hierbij zijn compromis kostbaar: als je kiest om uit te wijken, geef je het op om
rechtdoor te blijven rijden. Maar als niemand een compromis sluit, zijn de beiden
slechter af: een crash is het slechtste scenario. Maar not backing down (straight
3
,blijven gaan) kan jou laten ‘winnen’, mits de ander swerved dus risky. Je wilt dus het tegenovergestelde
kiezen van de ander.
De chicken game wordt gebruikt in modellen zoals geopolitical standoffs (mutual escalation zorgt voor
catastrophe, maar unilateral stop vermijd disaster maar ziet er zwak uit), labor strikes, en traffic
confrontations.
Matching pennies
Deze game modelleert conflict vs. prediction. Hierbij is de vraag:
wie raadt het goed? In de matrix is er een goalschieter en een keeper.
Beiden maken de keuze om links of rechts te schieten/springen.
In deze game is zijn er geen mutual beneficial outcomes: als één
player wint, verliest de ander. Dit heet ookwel de zero-sum game.
Het doel is om een stapje voor te zijn op de ander (outguess,
onvoorspelbaar zijn voor de ander).
Matching pennies wordt gebruikt in modellen zoals penalty kicks en andere sportbeslissingen, bluffing in
poker, en cybersecurity attacks and defenses.
Ga in elke game na wat de rationele keuze is in elke situatie voor ieder persoon. Rationaliteit is NIET
reasonable zijn (redelijk) of being educates, smart, ‘intelligent’. Het is WEL maximizing own payoff. Het
geeft een benchmark (maatstaaf) van wat mensen daadwerkelijk doen (i.t.t wat ze zouden moeten doen als
ze willen maximaliseren). Dit biedt een inzicht in social preferences (en andere voorkeuren) en theorie.
Dus, een rationele speler wilt zijn eigen payoof maximaliseren. Maar, het is een simultaneous decision
waarbij je dus niet weet wat de ander gaat doen. De oplossing hiervoor is het vinden van de beste keuze
naarmate je verwachting wat de ander zou kiezen.
Nash equilibrium is een situatie waarbij geen enkele speler niet meer zou verdienen als ze nog
veranderen van keuze, er vanuitgaande dat de ander ook niet verandert van gedachten.
‘No regrets’ equilibrium is happy zijn met jouw keuze, gegeven de keuze van de ander.
Analysis of Prisoner’s dilemma
Ga de dominant strategy na van elke speler. Als P2 wash kiest, dan kiest P1
not wash (3>2). Als P2 not wash kiest, dan kiest P1 not wash (1>0). Hetzelfde
geldt voor P2. Dus NOT WASH is de dominante strategie: de beste actie
ongeacht wat de ander kiest. Je zit dus vast in een equilibrium, want geen
enkele speler heeft er een belang bij om van keuze te veranderen.
NOT WASH is de nash equilibrium (= geen enkele speler heeft interesse in keuze veranderen).
MAAR er is voor beiden spelers een betere optie (2:2). WASH is de Pareto Optimal Outcome (= de
situatie waarbij het onmogelijk is om van keuze te veranderen zonder dat min. één speler er slechter van
wordt).
Nash equilibrium gaat over de individuele spelers die de beste unilaterale (eenzijdige) zet maken, ten
opzicht van de keuze van de ander. Hierbij heeft niemand spijt bij de keuze die ze hebben gemaakt einde
van de dag.
Pareto Optimal is een uitkomst waarbij geen speler zichzelf kan verbeteren zonder de ander te laten
verslechteren.
Analysis of Stag Hunt game
Als P2 stag kiest, kiest P1 ook stag. Als P2 hare kiest, kiest P1 ook hare. Dit
geldt ook voor P2. Je ziet dus dat er 2 Nash equilibrium zijn. En stag:stag is de
pareto optimal. Er is GEEN strikte dominante strategie.
4
,Analysis of Chicken game
Als P2 swerve kiest, kiest P1 straight. Als P2 straight kiest, kiest P1 swerve. Dit geldt
ook voor P2. Er zijn ook hier 2 Nach equilibrium. Elke speler heeft de voorkeur voor
het tegengestelde, dus elke Nash heeft een winner en loser. Beide Nash zijn ook
pareto optimal. Er is GEEN strikte dominante strategie.
Analysis of Matching pennies
Als P2 left kiest, kiest P1 ook left. Als P2 right kiest, kiest P1 ook right. Dit geldt
hetzelfde voor P2. In deze game bestaat geen Nash equilibrium, en alle
uitkomsten zijn perato optimal (4). Er is GEEN dominante strategie.
Ook is er een mixed strategy equilibrium: de verwachte waarde van 2 acties is
gelijk aan elkaar. Als een speler willekeurig kiest, is er niets wat de andere speler kan doen om de eigen
opbrengsten te verhogen.
Deze analyses zijn belangrijk. Op deze manier kunnen we rationeel gedrag voorspellen. De analyses
brengt social inefficiencies behavior aan het licht door equilibrium (evenwicht) te vergelijken met de
optimale uitkomst (pareto optimal). Door die vergelijking wordt het duidelijk wanneer en hoe de incentives
(prikkels) van de individu tot slechte collectieve resultaten kunnen leiden.
Ook biedt de analyse een bechmark comparison (referentiepunt) voor menselijk gedrag. Equilibrium is
een referectiepunt (reference) om het denken te organiseren, niet dat mensen áltijd zich optimaal
gedragen. In experimenten wijken mensen vaak ad van de rationele analyse.
In een lab worden deze games en vele anderen bestudeerd in sociale situaties. Sommige games zijn
simpel (dictator game) en andere complex (meer spelers/acties). De punten kunnen ook financial
incentives (prikkels) zijn. in het lab worden dingen veranderd zoals framing, payoff schemes, emotions,
lengts of interaction, information, relationshop between parties, etc. om te onderzoeken (examine) hoe
mensen give, cooperate, compete, coordiniate, trust, behave in conflict, etc.
Bijvoorbeeld in een onderzoek naar games als frames. Ervaringen in het verleden kan vormen hoe we
nieuwe situaties interpreteren. Mensen brengen specifieke mindsets in nieuwe interacties die invloed
hebben op hun beliefs en behavior. Kunnen verschillende spellen de mindset beïnvloeden? Als een spel in
een neutral language behouden wordt, kan het dan als een frame fungeren en de manier van denken en
gedrag in het spel veranderen?
Games triggeren op zichzelf een bepaalde mindset. Heb je een aligned interest (Stag Hunt game), dan
bestaat er een trust mindset. Is er een misaligned interest (trust game), bestaat er een distrust mindset.
Deze mindset wordt meegenomen naar de volgende interactie. Er bestaat geen neutrale baseline in
experimenten.
Artike Kreuger et al., 2020 | Social game theory: Preferences, perceptions, and choices
l
Onderzoeksvraag: Hoe oordelen observers (buitenstaanders) over spelers in strategische sociale
dilemma’s op de dimensies competentie en moraliteit, en hoe worden deze oordelen beïnvloed door (1)
de gemaakte keuze, (2) de uitkomst van het spel, en (3) de verwachting van de speler over het gedrag
van de ander?
Dit onderzoek wordt voort gebouwd op de classic game theory. Deze is rationeel en self-interest
(eigenbelang). Het houdt dus geen rekening met sociale perceptie, reputatie, emoties, morele
overwegingen en sociale normen. Mensen willen niet alleen materieel gewin, maar ook een bepaald imago
tegenover anderen én zichzelf. De classic game theory kan wel Nash equilibrium voorspellen.
De 4 mogelijke payoffs:
* T (Temptation): Eenzijdige defectie. Jij defecteert, de ander coopereert.
* R (Reward): Wederzijdse coöperatie.
* P (Penalty): Wederzijdse defectie.
* S (Sucker): Eenzijdige coöperatie. Jij coopereert, de ander defecteert.
5
, Prisoner’s dilemma
Coöpereren is het zijgen, en defecteren is bekennen.
Rangorde van voorkeuren: T > R > P > S (4>3>2>1). Dominante strategie is defectie. Nash equilibrium
is P (2:2). Perato optimal is R (3:3).
Stag Hunt game
Rangorde van voorkeuren: R > T > P > S
2 Nash equilibrium, maar R is de beste uitkomst.
Chicken game
Rangorde van voorkeuren: T > R > S > P
GEEN dominante strategie. Je wilt het tegengestelde doen van de ander.
Classic game theory is uitgebreid met:
* Social preferences: Prosociale individuen geven positieve gewichten aan de uitkomsten van anderen.
Hierdoor ontstaan er subjectieve payoffs. Door een gewicht te geven voor een ander van 1, is de uitkomst
van T (4+1x1 = 5), R (3+1x3 = 6), P (4) en S (5). Nu verandert de rangorde van voorkeuren: R > T = S > P.
Hiermee is coöperatie nu de dominante strategie. Hoe kleiner de sociale afstand tot de ander, hoe sterker
dit effect. Objectieve payoffs zijn de eerste cijfers in de matrix.
* Social expectations: Mensen schatten in wat de ander zal doen. Hierbij wordt veel aan sociale
projectie gedaan. Hierbij gaan de spelers ervan uit dat de ander dezelfde keuze maakt als zijzelf. Dit is
een rationeel inferentieproces, omdat beide spelers dezelfde informatie en psychologische basishouding
hebben. Dus convergentie (hetzelfde) is waarschijnlijker dan divergentie (verschillend).
Via een observer paradigm beoordeeld een observer de keuze die is gemaakt in een scenario in een
sociaal dilemma. Er wordt beoordeeld op competence (intelligence, skill, rationality, power, agency) en
morality (warmth, trustworthiness, honesty, communion more generally).
Prisoner’s dilemma (keuze + uitkomst (bias))
De observer kwam te weten:
* Of de speler coopereert of defecteert (de keuze)
* De keuze van de tegenstander werd wel/niet getoond (de uitkomst).
Dit had dus een 2x2 design.
Resultaten:
* Morality: Cooperatieve spelers waren aanzienlijk meer moreel dan defecteurs, ongeacht de uitkomst
van de tegenstander. Moraliteit is dus puur gebaseerd op de intentie/keuze van de speler zelf.
* Competence: Cooperatieve spelers waren iets minder competent, als de uitkomst van de tegenstander
niet bekend was. Maar als die keuze wel bekend was én de tegenstander defecteert, dan werd de
cooperant flink lager beoordeeld op competentie. Outcome bias: de observer straft de speler voor een
negatieve uitkomst die niet te voorzien was.
* Observers zagen sociale projectie bij coöperatieve spelers. Dit vonden ze niet naïef, maar ze hadden
gewoon positieve verwachtingen.
* Outcome bias is robuust (blijft standhouden): De observers waren minder geneigd om een gesuckerde
spelers (zelf coopereren, de ander defecteert) te vertrouwen in groepsbeslissingen.
Prisoner’s dilemma (keuze + expectations)
De observer kwam te weten:
* De keuze van de speler: coopereren of defecteren.
* De verwachting van de speler: hoge of lage verwachting dat de tegenstander coopereert.
Dit gaf 4 condities: (1) Zelf coopereren, hoge coöperatie verwachten, (2) Zelf coopereren, lage coöperatie
verwachten, (3) Zelf defecteren, hoge coöperatie verwachten, (4) Zelf defecteren, lage coöperatie
verwachten.
6