College 1 – Wat is testtheorie?
Testen = meetinstrumenten voor het meten van eigenschappen of vaardigheden van
mensen of situaties.
- Verschillende soorten testen: toets, vragenlijsten, observatieformulieren…
- Verschillende vormen en afnames: individueel vs. Groep. Schriftelijk vs. Mondeling.
Digitaal vs. Papier.
Definitie test = een systematisch onderzoek van gedrag met behulp van speciaal
geselecteerde vragen of opgaven, met de bedoeling inzicht te krijgen in een psychologisch
kenmerk van de onderzochte in vergelijking met anderen.
Doel van testen:
- Onderscheid, vergelijking en beschrijving → we willen onderscheid maken tussen
mensen, vergelijken en beschrijven.
- Maatschappelijke functie:
o Diagnose stoornissen
o Schoolvorderingen
o Voorspellen, plaatsing, toelating, selectie
- Onderzoek.
o Vergelijking tussen groepen: is er een verschil tussen jongens en meisjes wat
betreft faalangst?
o Relatie tussen variabelen: is er een verband tussen de mate van ….
Testconstructie
- Identificatie → van de te meten eigenschap; wat wil je weten
- Theorie m.b.t. de eigenschap → uitgangspunt; uit de literatuur
- Operationalisering → proces waarin je construct die je wilt meten omzet naar item.
- Onderzoek en kwantificering van de eigenschap → pilot/correlaties bepalen tussen
de items-test/kwaliteit
Onderdelen van een test
1. Test materiaal
- Schriftelijke intelligentietest
- Individuele prestatietest
- Geen materiaal
2. Testformulieren
- Schriftelijke vaardigheidstest
- Persoonlijkheidsvragenlijsten
- Observatietest
3. Testhandleiding
- Exacte testinstructie
o Testprocedure
o Condities goede testsituatie
o Woordelijke aanwijzingen en de uitleg
o Proefopgaven voorafgaande aan test
o Toegestane responstijden
o Waarschuwingen
o Wat proefleider mag antwoorden op vragen
1
, Samenvatting Testtheorie Colleges | Pre master orthopedagogiek
- Verwerkingsprocedure: scoretoekenning
- Normtabellen: numerieke testscore vergelijken met normgroepen
- Wetenschappelijke kwaliteiten van een test
o Op basis van empirisch onderzoek van de test:
▪ Betrouwbaarheid
▪ Testbetekenis
Kenmerken van een test
1. Efficiëntie = forceren van een situatie die het construct beoogd te meten
Doel = tijdswinst
2. Standaardisatie = testprocedure moet voor alle respondenten gelijk zijn. Uitvoerige
handleiding
3. Normering:
Norm = referentie voor de evaluatie van ruwe scores.
4. Objectiviteit = resultaat onafhankelijk van degene die de gegevens verzamelt of
uitwerkt. Impliceert openheid en reproduceerbaarheid van test- en
evaluatieprocedure.
Doel = vergelijkbaarheid van testscores vergroten.
mate van overeenstemming = interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
5. Betrouwbaarheid = herhaalbaarheid van het meetresultaat. Kom je tot dezelfde
conclusie als je twee keer dezelfde persoon meet onder identieke omstandigheden?
een test is betrouwbaar wanneer het testresultaat niet afhangt van het moment
waarop getest is.
6. Validiteit = meet mijn test wat het beoogt te meten?
Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid = objectiviteit kan soms beoordeeld worden. komen
verschillende beoordelaars tot hetzelfde resultaat?
Cohens Kappa = kappa bestaat uit een proportie geobserveerde overeenstemming P0, en
een proportie verwachte overeenstemming Pe, wanneer het bepaald wordt door toeval.
2
, Samenvatting Testtheorie Colleges | Pre master orthopedagogiek
Verschillende mogelijkheden tot indelingen:
- Soorten testgedrag
o Tests of maximum performance (performance)
▪ Tests voor prestatieniveau
▪ Hoe goed doe je iets?
▪ IQ, cognitieve capaciteiten
o Tests of typical performance (bahavior)
▪ Tests voor gedragswijze
▪ Hoe doe je iets?
Problemen tests voor gedragswijze
- Meten soms minder stabiele constructen
o Minder generaliseerbaar naar niet testsituaties.
o Geen objectief criterium, beoordeling
o Persoonlijkheid minder stabiel over situaties
- High-stakes context
o Typical performance wordt maximum performance
3
, Samenvatting Testtheorie Colleges | Pre master orthopedagogiek
- Overeenkomst testgedrag en gedrag in dagelijks leven
- Uiting van persoonlijkheidstrekken is minder stabiel, minder generaliseerbaar, minder
gelijkmatig van invloed op gedrag.
- Instructie en afneming
o Individuele vs. Groepstests
o Snelheid vs. Niveau test
Snelheidstests = speedtests, makkelijke items, veel items, krappe tijdslimiet, fouten worden
niet meegenomen in de scoring.
Niveau tests = powertests, variatie in moeilijkheidsgraad items, ruim de tijd, minder items,
beoordeling: aantal antwoorden correct.
- Testvragen
o Cultuurvrije vs. Niet-cultuurvrije tests:
• Tentamen testtheorie → niet-cultuurvrij.
• Cursus hebben gevolgd om tentamen te kunnen maken →
cultuurbepaald.
• Zuivere cultuurvrije test bestaat niet.
o Er is altijd een inwerking van de omgeving
o Ook non-verbale tests zijn cultuurbepaald.
o Directe vs. Indirecte tests
o Vrije antwoord (open) vs. Keuze antwoord (meerkeuze) tests
Testtheorie = wetenschappelijke benadering van het ontwerpen en evalueren van een test.
- In hoeverre zegt de test iets over een individueel persoon? → evalueren
- In hoeverre zou je dezelfde uitslag krijgen onder andere omstandigheden? →
betrouwbaarheid
- Meet je wat je wilt meten? → validiteit
Historische ontwikkeling van testen
1. Oorsprong
Oude China:
- Vorderingentoets voor dienaren
- Testscores voor bv. Boogschieten
Oude testament:
- Persoonlijkheidstest : angstige uit het leger laten vertrekken
- Gedragstest: hoe drinkt iemand water uit de beek
Oorspronkelijk werd kwaliteit van een test meer op intuïtie of common-sense beoordeeld.
In twintigste eeuw meer systematisch en met empirische fundering voor de test.
2. Periode voor 1900
4