https://www.youtube.com/watch?v=0IyMAQg39T8
Eiwitten > Bouwstoffen
Koolhydraten > Brandstoffen
Vetten > Regulerende stoffen
Mineralen
Vitamine > A-DEK, vetoplosbaar
Water
Maagportier Pylorus
Taken spijsverteringsstelsel
-Vertering: Bewerken van voedsel zodat het in het bloed kan worden
opgenomen
-Resorptie: Opname van voedingsstoffen, het gaat altijd na je dunne darm
eerst naar je lever en dan pas je bloed in
-Verwijderen van onverteerbare en onverteerde voedselresten
Mond:
-Gebit, kauwen
-Tong
-Speekselklieren
Kauwen tot 32 keer per hap
Keelholte (Farynx):
-Slikken
huigafsluiting van de neusholte
strottenklepje sluit de luchtweg af
Slokdarm (oesophagus):
-Via de slokdarm vertrekt het voedsel naar de maag
-Deels door de zwaartekracht, maar ook door het samentrekken van de slokdarmwand ( Peristaltische
beweging)
-Onderin de slokdarm zitten sluitspieren, die openen zodra het voedsel daar is, het eten komt in de
maag, en daarna sluit hij zich weer, zodat voedsel niet omhoog komt
Maag (Gaster):
3 functies:
-Opslagplaats
-Mengen, kneden, transport
-Afscheiden van maagsap
Maagsap bestaat uit:
-Water
-Slijm
-Zoutzuur
, -Enzymen pepsine
-Intrinsic Factor beschermt de b12
Sluitspier (pylorus)
Alvleesklier (pancreas):
Pancreassappen uit alvleesklier
bestaat uit:
Amylase breekt koolhydraten af
Trypsine breekt eiwitten af
Lipase breekt vetten af
Dunne darm:
Bestaat uit 3 delen:
-Twaalfvingerige darm (duodenum)
-Nuchtere darm (jejunum)
-Kronkeldarm (ileum)
Functie duodenum: afmaken van vertering m.b.v:
-Pancreassappen uit alvleesklier
bestaat uit:
Amylase breekt koolhydraten af
Trypsine breekt eiwitten af
Lipase breekt vetten af
-Gal afkomstig uit de lever
-Darmsappen
De drie sappen komen de duodenum binnen via de Papil van Vater
In jejunum en deels in ileum vindt de resorptie plaats. (als eerst naar de lever via de poortader)
Voor resorptie is groot oppervlak nodig
Darmplooien
Darmvlokken (villi)
Microvilli
Hoe groot is het oppervlakte als je de gehele dunne darm zou kunnen uitleggen?
Lever:
Functies lever:
Galproductie
Ontgiftende werking o.a geneesmiddelen
Opslagfunctie: Vitamine A, B1, B12 en D en glycogeen
Stofwisselingsfunctie:
Eiwitstofwisseling: o.a aanmaak plasma eiwitten
Vetstofwisseling: lichaamsvetten + cholesterol
Koolhydraatstofwisseling:
Glucose > Glycogeen o.i.v insuline
Glycogeen > Glucose o.i.v. glucagon en adrenaline